Kiezen voor of tegen Nederland

Dubbele nationaliteiten en gemengde afkomst zijn volgens de linkse partijen en D66 onlosmakelijk verbonden met de moderne tijd. Het kabinet denkt hier heel anders over.

In de herfst van 2001 baarde Jan Peter Balkenende, net aangetreden als CDA-leider, opzien met een lezing voor een CDA-jongerenbeweging. Het multiculturele ideaal, zei hij, zou het CDA vervangen door de idee van de Nederlandse Leitkultur. Daar moest het debat over de integratie voortaan over gaan. Die opvatting was, net voor de opkomst van Fortuyn, geen gemeengoed onder politieke partijen.

Gisteren rondde de Tweede Kamer het debat af over dertig jaar integratiebeleid – aan de hand van de in 2002 ingestelde parlementaire onderzoekscommissie-Blok. Het was de eerste keer dat premier Balkenende in de Kamer hierover sprak. Het woord Leitkultur sprak hij niet een keer uit. Het kabinetsbeleid, gesteund door een Kamermeerderheid, is gericht op verplichte aanpassing van immigranten aan Nederlandse ,,kernwaarden- en normen'', zoals Balkenende het uitdrukte. Dat zijn volgens hem zaken als vreedzaam samenleven, de rechtsstaat respecteren, de vrijheid van het individu en tolerantie ten opzichte van de medeburger.

Kabinet en Kamer benutten het debat om het keerpunt plechtig te onderstrepen. Balkenende sprak van een ,,brede consensus'' over het einde van de vrijblijvendheid. Dat van immigranten nu integratie kan worden geëist, daarover zijn alle partijen het eens. Breed leeft de opvatting dat ook van de overheid meer kan worden geëist om de integratie te bevorderen. Verschillende partijen drongen aan op meer verplichtingen om segregatie in het onderwijs tegen te gaan. Balkenende maakte duidelijk dat het kabinet deze vraag bij voorkeur niet als een sociaal-cultureel probleem ziet, maar als een kwestie van bestrijding van leerachterstanden, op grond van individuele prestaties. Hij waarschuwde opnieuw tegen ,,opsluiting'' van immigranten in een islamitische zuil.

Opvallend in de Kamer gisteren was dat de zorg lijkt te groeien over de toon van het debat. Van PvdA-leider Bos tot ChristenUnie en SGP kregen de fractieleiders Verhagen (CDA) en Van Aartsen (VVD) de waarschuwing niet te polariseren tussen `wij' (de autochtonen) en `zij' (de allochtonen).

In het kabinet was de toon niet eenduidig. Premier Balkenende leek zorgvuldig scherpe uitspraken over immigranten te vermijden. De term Leitkultur verving hij nu door `samenbinden'. Ideaal is volgens Balkenende een samenleving die ,,gemêleerd maar samenbindend is''. En daarvoor is ,,respect'' nodig, ,,wederzijds begrip''.

Minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) stak bij de premier af met strijdvaardige taal. Respect is mooi, vindt Verdonk, ,,maar dat moet je wel eerst verdienen.'' PvdA-leider Bos kreeg er van langs omdat hij diversiteit in de samenleving aanprees. Volgens Bos zijn CDA, VVD, LPF schuldig aan de introductie van een nieuw taboe: zij sluiten de ogen ervoor dat autochtonen en allochtonen bij verschillende groepen en landen horen waaraan zijn loyaal zijn. Dubbele nationaliteiten en gemengde afkomst zijn volgens Bos onlosmakelijk verbonden met de moderne tijd. Verdonk beschouwde dergelijke opmerkingen als ,,demagogie'' en ,,multiculturalisme in een nieuw jasje'' – wat Bos hevig ontkende. GroenLinks-leider Halsema kreeg ook een veeg uit de pan. Zij had prins Claus aangehaald, die ooit had gezegd eerst wereldburger, dan Europeaan en dan Nederlander te zijn. Het moet precies andersom zijn, vindt Verdonk. Ook integratie is voor oude en nieuwe immigranten niet genoeg: ,,Het Nederlanderschap is hoofdprijs.''

Haar scherpe optreden leverde Verdonk in de Kamer meer kritiek op dan Balkenende. In de discussies met haar werd duidelijk waar de nieuwe breuklijnen in de politiek lopen. Hoe hard mogen de eisen tot aanpassing zijn, en waaraan precies moeten in de immigranten zich aanpassen?

Diepe verschillen bleken te bestaan over de mogelijkheid een dubbele nationaliteit te handhaven. Het kabinet, gesteund door CDA, VVD en LPF, wil deze mogelijkheid afschaffen. Het hebben van een tweede nationaliteit beschouwen Verdonk en haar medestanders als een keuze tégen Nederland. GroenLinks, PvdA en ook coalitiepartner D66 zijn het daar ten diepste mee oneens: zij zien integratie als een kwestie van praktische deelname aan de samenleving, en niet als een loyaliteitsconflict.

Verdonk werkt aan een model voor een plechtige loyaliteitsverklaring bij inburgering en naturalisatie. PvdA en D66 willen niet verder gaan dan de uitreiking van een `Handvest Burgerrechten'. Verscholen in deze debatten ligt de omgang met de islam. Voor ChristenUnie en SPG begeeft het kabinet zich op het hellend vlak door eisen te stellen om bijvoorbeeld een Nederlandse imam-opleiding op te richten, om buitenlandse en radicaliserende invloed tegen te gaan. Een meerderheid in de Kamer, onder aanvoering van het CDA, wil juist hard optreden. Als de Nederlandse opleiding er niet komt, moet de komst van buitenlandse imams maar worden geblokkeerd, vindt het CDA. Maar ook tegenover moslims koos premier Balkenende de verzoenende toon. Het enige wat zij willen, aldus Balkenende, is ,,zich geaccepteerd voelen''.

    • Froukje Santing
    • René Moerland