`Jongeren hebben geen zitvlees'

Jeugdwerkloosheid loopt terug, maar het aantal jonge werklozen dat geen enkele opleiding heeft afgemaakt groeit. ,,Afvallers maken de verkeerde beroepskeuze.''

De ogen van de twee jongens gaan glimmen als ze vertellen waarom ze de opleiding autotechnicus volgen. ,,Ik was als kleine jongen al geobsedeerd door auto's'', zegt de 17-jarige Mark Reedijk. ,,Ik ook'', zegt Vincent Deurloo, ook 17. ,,En mijn broer heeft ook deze opleiding gedaan, dus ik wist wat het was.'' De jongens zitten in de grote, lichte werkplaats van de school waar ze een vierjarige opleiding motorvoertuigentechniek volgen.

Deze week is het schooljaar weer begonnen. De jongens zitten in het tweede jaar van deze MBO-opleiding van de Mondriaan onderwijsgroep in Den Haag. Ze twijfelen er niet over dat ze én de opleiding afmaken, én een goede baan zullen vinden. En ze weten dat ze als monteurs goed kunnen verdienen, meer dan MBO'ers met een administratieve opleiding. ,,Daarnaast kan je in technische beroepen 's avonds of in het weekend ook een leuk zakcentje bijverdienen'', zegt Deurloo met een volwassen flair. ,,Dat kan mijn vriendin, die de opleiding toerisme doet, bijvoorbeeld niet.'' De twee jongens zullen waarschijnlijk niet gaan horen tot de grote groep jeugdwerklozen in Nederland. Van de 47 leerlingen die vorig jaar bij hen de opleiding begonnen, kwamen er deze week maar 28 terug. Waar de rest is gebleven? De jongens halen hun schouders op. Ze weten het niet.

Een groot probleem bij het bestrijden van jeugdwerkloosheid is de groep jongeren zonder opleiding. Dat zegt voorzitter Hans de Boer van de taskforce jeugdwerkloosheid die dit jaar door dit kabinet is ingesteld om jeugdwerkloosheid te bestrijden. In absolute aantallen gaat het voorzichtig beter met de jeugdwerkloosheid. Maar zorgelijk is volgens hem de toename van het aantal werkloze jongeren zonder afgemaakte opleiding, of zogenoemde startkwalificatie. Dat is nu meer dan de helft, een half jaar geleden was dat nog 40 procent. Dat is volgens De Boer de ,,harde kern'' werklozen die ook op lange termijn geen uitzicht hebben op werk. Scholing is volgens De Boer de enige langetermijnoplossing voor jeugdwerkloosheid. Daarom heeft de werkgroep het afgelopen jaar zo hard gewerkt om praktijkplekken bij bedrijven te vinden. Juist MBO-leerlingen zonder zitvlees, met de grootste kans op uitval, kunnen daar een vak leren, zegt De Boer. Vier dagen werken, één dag naar school, zoals in het vroegere `leerlingwezen'.

De werkgroep blijkt redelijk succesvol bij het overhalen van werkgevers een leerling in dienst te nemen. Vooral in de technische sector. ,,Maar het blijkt dat veel jonge werklozen niet geïnteresseerd zijn in een technisch vak'' zegt De Boer. Ten onrechte, meent hij, omdat er veel werk is in de technische beroepen, en ook in de zorg, waarvoor hetzelfde geldt.

Scholen doen zeker hun best, zegt Jos Leenhouts, voorzitter van het college van bestuur van de Mondriaan opleidingsgroep, om technische vakken onder de aandacht van leerlingen te brengen. Iedere leerling krijgt een individueel intake gesprek waarin goed wordt doorgevraagd wat ze verwachten van de opleiding. Met ruim 17.000 leerlingen is dat geen eenvoudige opgave. Leenhouts bevestigt dat veel leerlingen geen goed beeld hebben van wat de opleiding inhoudt. ,,Als ik de meisjes die `mode' gaan doen vertel dat ze 14 uur per week achter de naaimachine moeten, valt dat ze tegen.'' En ze bevestigt dat weinig leerlingen kiezen voor techniek, en veel voor de zakelijke dienstverlening. Volgens haar heeft het met status te maken. ,,Als loodgieter kan je geen directeur van Shell worden, als je MBO `economie' doet, kan je die illusie nog wel hebben.'' Het uitstellen van de keuze voor één vak speelt ook een rol. De school probeert leerlingen te stimuleren een praktisch vak te kiezen om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Maar ze moeten het ook naar hun zin hebben, om uitval te voorkomen. Leenhouts: ,,Er zit een spanning tussen de aantrekkelijkheid van de opleiding en de economische realiteit.''

Hans Deurloo, coördinator van de opleiding autotecniek aan het Mondriaan, Deurloo probeert zo goed mogelijk te bepalen wat bij de leerlingen past. Jongeren die vier dagen per week op school teveel vinden, met het risico dat ze uit verveling helemaal niet meer komen, verwijst hij naar de praktijkopleiding: vier dagen werken en één dag school is beter voor kinderen zonder zitvlees. ,,Bovendien heb je dan een stok achter de deur. Ik spreek met de werkgevers nu af dat als leerlingen een schooldag mist, de werkgever verlofdagen inhoudt.'' Bij de theorieopleidigen mist hij zo'n dwangmiddel. ,,Als de studiefinanciering gekort zou worden voor afwezigheid, zou het verzuim met tachtig procent teruglopen'', zegt Deurloo. Hij is ,,machteloos'' te staan tegenover de uitvallers. ,,Je kunt trekken wat je wilt, maar het houdt op.'' Deurloo erkent dat er meer uitvallers zijn dan vroeger, maar geeft de moed niet op. ,,Ik heb honderden goede voorbeelden van kinderen die we uit de goot hebben gehaald. En als je die dan later tegenkomt, met vrouw en kind, dan weet je waar je het voor doet.''

    • Elsje Jorritsma