In de goede afloop geloofde niemand

Alles lijkt beter dan wachten voor de familieleden van de gijzelaars die bij de school in het Russische stadje Beslan staan te wachten. Tot de bestorming begint.

Kinderen met bebloede gezichten rennen in hun ondergoed over de straten. Het geraas van helikopters is oorverdovend. Een militair draagt een slachtoffertje weg op een brancard. Overal klinken schoten en explosies. De chaos is compleet.

Bij het cultureel centrum, dat tot nu toe steeds werd gebruikt om de plaatselijke bevolking en de pers te informeren over de gebeurtenissen, worden nu ook lichamen naar binnengedragen van kinderen en volwassenen. Ze zitten onder het bloed, maar het valt moeilijk te zeggen hoe zwaar gewond ze zijn.

Kort voordat het schieten begon, was er nog sprake van het weghalen van ongeveer twintig lijken, die al sinds het begin van de gijzeling bij of in het gebouw lagen. Een speciale auto reed naar de school. Familie en vrienden van de gijzelaars in de school drongen zo dicht mogelijk naar de afzetting in de hoop om een glimpje op te vangen van het bergen. Hopend dat tussen de lijken niet iemand zat die ze als een familielid zouden herkennen.

Kennelijk hebben de leden van de alfa-eenheid, een speciale anti-terroristische eenheid die gistermiddag al in de buurt van Beslan werd gesignaleerd, op dat moment gewacht. Het duurde een tijd voordat de Russische troepen bij de school konden komen. Ze werden ernstig gehinderd door de verraste omstanders, die al snel tussen twee vuren in kwamen te zitten.

Geruchten gaan dat de gijzelaars proberen schietend tussen de kinderen uit de school te ontkomen. Het geweervuur van de veiligheidstroepen verspreidt zich snel. Dat wijst er op dat de gijzelaars inderdaad op verschillende plaatsen uit het gebouw proberen te vluchten.

Ambulances, die in de buurt van de school stonden, proberen zich tevergeefs een weg te banen door de mensenmenigte. Het lijkt erop dat er veel te weinig zijn, alsof de autoriteiten zelf verrast zijn door de snelle aanval.

Nog maar kort geleden stond hier, op de trappen van het cultureel centrum, eenn orthodoxe priester die met heldere stem zei zeker te weten dat vandaag `iets goeds' zou brengen. Volgens hem zou het schoolgebouw niet worden bestormd. ,,Godzijdank hebben we deze vreselijke nacht overleefd'', hield de geestelijke de menigte voor. Tientallen vrouwen kusten zijn hand.

De mensen op het plein voor het centrum waren zeer emotioneel, druk pratend in groepjes, de mannen zwijgzaam en vaak alleen. Bijna iedereen op het plein had wel iemand die in school Nummer Eén gegijzeld werd gehouden.

Gisteravond liet Fatima zich moeizaam op één van de bankjes tegen de muur van het cultureel centrum zakken. Ze klaagde over de zware lucht, het dreigende onweer was uitgebleven. En ze vertelde in lange, toonloze zinnen dat haar dochter en haar kleinzoon in de school zitten. ,,Ik word gek van het denken'', zei Fatima. ,,Mijn hoofd barst. Ik kan al die andere vrouwen niet meer zien. Ze praten alleen maar over wat er kan gaan gebeuren, terwijl ik alleen maar denk aan wat er gebéurt.'' Ze stond op en omhelsde een man van wie ze eerder had gehoord dat hij ook `daar' was.

De hele nacht was de sfeer onwerkelijk. Geruchten gonsden voortdurend door de straten van Beslan, dat zit vastgegroeid aan de hoofdstad Vladikavkaz. Rond middernacht klonken twee explosies. Wat zou het zijn, een handgranaat? Zijn er doden, gewonden? Was het in de school of buiten de school? Bereidde de alfa-eenheid, een speciale anti-terroristische eenheid, een bestorming voor? 's Middags waren ze gesignaleerd even buiten Vladikavkaz. Was het een teken voor de kameraden van de gijzelnemers die zich in de bossen rond de stad zouden ophouden? Niemand wist het, maar iedereen had een antwoord.

Iedereen vreesde voor een bestorming, maar niemand wist een alternatief. In de goede wil van de gijzelnemers of de goede afloop van de onderhandelingen geloofde niemand. Dus restte er maar één alternatief: bestorming van het schoolgebouw. En iedereen herinnerde zich maar al te goed de afloop van de gijzeling van twee jaar geleden in een theater in Moskou: 129 doden.

In de vroege ochtend kraaiden de hanen, er blafte hier en daar een hond en koeien liepen over straat. Het leek toen nog het begin van een vreedzame dag.

Een ontploffing verstoorde even de rust. Later bleek dat de gijzelnemers met een granaatwerper hadden geschoten op een politieman die naar hun zin iets te dicht bij de school was gekomen. Een dokter in een witte jas verdween achter de afzetting die werd bewaakt door een paar man van de vrijwillige militie.

Daarna werd het weer rustig. Op het plein zaten de vrouwen, en hingen de mannen rond. Een van hen wist het heel zeker: vannacht zou de bestorming komen, alweer. Misschien was de wens de vader van de gedachte. Want hoewel iedereen het ergste vreesde, leek alles beter dan dit eindeloze martelende wachten. Totdat de hel losbarstte.