Ik ben oneindig bedroefd

De Turks-Duitse film `Gegen die Wand' laat zich eenvoudig associëren met de moeizame liefdesverhouding tussen Turkije en de Europese Unie.

`Ze heeft me behekst!'' De veertigjarige Turkse Duitser Cahit zit aan de bar en slaat woest met zijn beide vuisten zijn bierglas stuk. Zijn vriend probeert hem te kalmeren, maar de verliefde Cahit oogt bezeten. Hij mengt zich in de mensenmassa. Hij danst op de opzwepende muziek van Fanfare Ciocarlia, schudt zijn heupen en zwaait met zijn bebloede armen in de lucht. Cahit lijkt op een panisch, loslopend stuk vee dat ieder moment naar de slachtbank gebracht kan worden.

Merkwaardig detail: Cahit is verliefd geworden op zijn eigen vrouw, de 21-jarige Turks-Duitse Sibel. Zij heeft hem gevraagd een schijnhuwelijk aan te gaan zodat ze kan ontsnappen aan het keurslijf van haar traditionele Turkse familie. ,,Ik wil leven, ik wil dansen, ik wil neuken. En niet met één type'', aldus Sibel. Na een zelfmoordpoging waarbij zij voor het oog van Cahit en andere cafégasten haar handen met een bierglas toetakelt, stemt hij toe. Als verwaarloosde dronkelap is Cahit nu niet bepaald de ideale schoonzoon, maar hij is Turks en dus acceptabel voor de familie. Al in hun huwelijksnacht duikt Sibel het bed in met een andere man, ze neemt een navelpiercing, danst, drinkt en snuift erop los. Cahit krijgt een schoon huis en een echte Turkse maaltijd. ,,Geen slecht idee'', zo moet hij na enige tijd toegeven. Als ze per ongeluk toch verliefd worden op elkaar, volgt de rampspoed. Cahit deelt per ongeluk een dodelijke klap uit aan een provocerende ex-minnaar van Sibel en draait voor vijf jaar de gevangenis in: `Turkse eerwraak' schrijven de kranten. Sibel zien we even later thuis, in de badkamer, met een scheermesje in haar hand. Snikkend, kermend kijkt ze naar haar bebloede handen. Ze vertrekt naar Istanbul, bomberjackje en kortgeknipte haren, en leeft zoals haar echtgenoot dat eerder deed: ze zwerft door de stad, drinkt, gebruikt drugs en laat zich in elkaar slaan door drie mannen. Het noodlot lijkt onomkeerbaar en om dat te onderstrepen trippelt er een zwart katje door de donkere straat.

Er kleeft bloed aan de liefde in Gegen die Wand, de veelbekroonde film van de Turks-Duitse regisseur Fatih Akin (Hamburg, 1973). Liefde is gevaarlijk en destructief. Maar Gegen die Wand is niet louter een inktzwart drama; het speelt met Turkse en westerse stereotypen, en de gedaanteverwisselingen hebben een tragikomisch effect. Cahit neemt per ongeluk – tegen de tradities van het islamitisch geloof – bonbons met alcohol mee naar het huwelijksaanzoek, die de traditionele Turkse vader van Sibel één voor één opschrokt. Sibel zoekt haar vrijheid als vrouw aanvankelijk in een westerse karikatuur van die vrijheid: ze wil `leven, dansen, neuken'. Maar een ex-minnaar wimpelt ze af met: ,,Wie denk je wel dat je bent, ik ben een getrouwde Turkse vrouw!''

Eenmaal in Turkije verandert Sibel in een kopie van Cahit omdat ze hem zo mist. Cahit zweert de drank juist af en bestelt voortdurend water. Van soepele integratie van de Turkse en Duitse cultuur in één persoon is geen sprake: het botst; het is óf óf, niet én én.

Compromisloos

Fatih Akins compromisloze aanpak heeft in de westerse media niets dan lof geoogst; een prijzenregen viel hem ten deel. De noodlottige, zelfdestructieve romantiek zegeviert in Gegen die Wand en oefent een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit. Tegelijkertijd speelt Akin een fascinerend spel met westerse en oosterse stereotypen van de liefde.

Als derde generatie Turkse-Duitsers identificeren Sibel en Cahit zich in het geheel niet met hun Turkse achtergrond. Cahit is de Turkse taal vergeten en Sibel wil een `westers' leven. Maar hun poging om te ontsnappen aan het opgelegde traditionele Turkse leven wordt gedwarsboomd. Het noodlot van een ware Turkse liefdestragedie neemt de regie van hun levens over. Wat begint als een cliché van westerse zakelijkheid in de liefde eindigt in een oosterse tragedie van immense proporties, waarbij de geliefden elkaar wel willen, maar niet kunnen bereiken.

De taal van de liefde speelt hierin een opmerkelijke rol. Als Cahit verliefd wordt, komt prompt zijn Turks weer boven: Asik oldum! Beni cezbetti! (`Ik ben verliefd! Ze heeft me behekst!'). Alsof de Duitse taal niet geschikt is om overweldigende gevoelens van romantische liefde uit te drukken. Schitterende Turkse liefdesliederen over onvervulde liefde van onder meer Selim Sesler en Sezen Aksu wellen op de geluidsband op, waarbij intens bedroefde en gekwelde minnaars bereid zijn zich met huid en haar op te offeren om hun geliefde te winnen. Maar, en dit is de grote verrassing van de film, diezelfde rebellerende romantische zelfdestructie vindt Akin óók terug in een vergeten westerse muziekbeweging: de punk. `Punk's not dead' schreeuwt Cahit, terwijl hij op Sisters of Mercy danst. Iets later horen we een song die westerlingen in deze tijd al gauw zouden thuisbrengen als een zonderlinge islamitische gewoonte, `My man don't love me. He never beats me', oftewel: een goede man slaat soms zijn vrouw.

Muziek is in Gegen die Wand méér dan emotionele versterking van het beeld. Het beeld intensiveert de emotionele lading van de muziek, en de muziek wordt een personage op zichzelf. In een interview gaf Akin, die op dit moment overigens werkt aan een documentaire over Turkse muziek, te kennen dat zijn film begón met geluid: de muziek die hem troostte en die zijn agressie, zelfdestructie, onbegrip, wanhoop uitdrukte. En dus levert een Turks orkest in traditionele kleding aan de oevers van de Bosporus als een Grieks koor tussendoor steeds het commentaar, met als tragische slotklanken: `Is eenieder die zijn geliefde is kwijtgeraakt, net zo radeloos als ik? Ik ben oneindig bedroefd. Mogen mijn vijanden blind worden. Ik ben beroofd van mijn zinnen.' Maar bij de aftiteling volgt de westerse muziek die nu niet anders dan als droef-ironisch klinkt: `Life's what you make it'. We zagen Cahit in zijn hotel in Istanbul eerder al voorzichtig de eerste tonen van `Life's what you make it' op de piano aanslaan, alsof hij op het punt stond zijn levenslot in eigen handen te nemen. Maar hij maakt het lied niet af.

Nestbevuiler

Hoe bejubeld als de film ook is in de Europese pers, in Turkije was niet iedereen gelukkig met Cahit en Sibel als romantische, zelfdestructieve `representanten' van twee derde-generatie Turken. Sterker nog, van representanten zou geen sprake zijn, omdat de echte levens van acteurs, veeldrinker Birol Ünel (hij speelt Cahit) en voormalig pornoactrice Sibel Kekilli (Sibel), verdacht veel overkomsten vertoonden met hun rollen in Gegen die Wand. Akin zou, kortom, een nestbevuiler zijn. De Turks-Duitse vertolker van Cahit, Birol Ünel, merkte in een interview met een Duitse krant grappend op dat zijn beschonken Bukowski-achtige personage ,,bepaald geen pre voor toetreding van de Turken tot de Europese Unie'' was. Die mening werd wat minder speels gedeeld door het Duitse blad Bild, dat het voormalig pornoverleden van de hoofdrolspeelster en het overmatige drankgebruik van acteur Birol Ünel direct koppelde aan een discussieforum over de toetreding van Turkije tot de EU. Fatih Akin ontstak in woede en hamerde er in diverse media op dat zijn film gaat over `liefde' en geen `migrantenfilm' is en al helemaal geen politiek pamflet. Zou hij als filmmaker compromissen moeten sluiten, moeten behagen en een zoet en lieflijk portret van derde-generatie Turken moeten neerzetten, louter omdat Turkije op het punt staat tot de Europese Unie toe te treden? Maar of Akin dat nu wil of niet, je kunt zijn spel met oosterse en westerse liefde in Gegen die Wand associëren met de moeizame liefdesrelatie tussen Turkije en de Europese Unie.

De Turkse intellectueel en literatuurwetenschapper Murat Belge merkte tijdens een lezing in Rotterdam op dat in discussies over de toetreding van Turkije tot Europa steeds opnieuw hetzelfde beeld opduikt: Turkije wordt gezien (en ziet zichzelf) als een lastige puber die snakt naar de hand van een ouder om de opvoeding aan te pakken (Europa). Turkije is bovendien een zieke puber die met gezondheidsproblemen in de Europese wachtkamer snakt naar hulp van de dokter.

Deze gedachte kan nog een stapje verder: de ongelijkwaardige relatie tussen Turkije als puber en Europa als verzorger roept van Turkse zijde twee Pavlov-reacties op: de puber kan rebelleren (punk) of behagen en verleiden. In dat laatste geval lijkt de Turkse puber op een wulps meisje dat haar lichaam laat zien (voorbeeld: Turkije dat haar borsten laat zien na de symbolische aankondiging van premier Erdogan dat topless zonnen in Turkije toegestaan werd) en zich als een oosterse slavin aan de voeten van Europa werpt. Ze snakt naar liefde en affectie, is als de dood voor afwijzing en slooft zich daarom uit om in de smaak te vallen.

Buikdansklank

Zangeres Sertab Erener is exemplarisch voor dit behaagmodel. Nadat ze met `Every Way that I Can' het Eurovisie Songfestival in 2003 won, bracht ze vrij vlot een album uit voor de Europese markt met de suggestieve titel No Boundaries. Zonder veel moeite kan de cd gezien worden als één langgerekte, krampachtige poging om een `Europees' publiek te behagen: een discodreun onder elke melodie met behoud van een vleugje oriëntalistische buikdansklank, foto's van een sexy, haremvrouw-achtig geklede Sertab, en de ene na de andere Engelse tekst over grenzeloze overgave en overdonderende wil tot aanpassing. Daarbij is het verleidelijk om de `I' als `Turkije' te lezen die zo graag door de `you' (Europa) bemind wil worden (`Every way that I can, I'll give you all my love' of `Oh, what's the remedy, it's obvious that you're checking me/Make it quick for me to get my fix, oh oh'). Kortom, voor Sertabs Turkije hoeven we niet bang te zijn.

Bij Akin wordt de derde-generatie Turk letterlijk als `ziek' en `verward' gediagnosticeerd, maar neemt het personage geen genoegen met geboden oplossingen. Ondanks zijn veertig jaar lijkt Cahit op een ontspoord, anarchistisch, ouderloos kind met een intens no-future gevoel. Sibel heeft juist te veel ouderlijke invloed van de `verkeerde' soort. Beiden belanden na een zelfmoordpoging in de wachtkamer van een psychiatrische afdeling van een ziekenhuis. Maar ondanks zijn prachtige hondenogen en gezondheidsproblemen (alcoholisme, drugsverslaving) weigert Cahit de hulp van de psychiater. Die adviseert hem te luisteren naar een nummer van de groep The The, waarin gepleit wordt voor zelfstandig gedrag: `If you can't change the world, change your world'. Ondanks het rookverbod steekt Cahit onmiddellijk een sigaret op en verklaart de psychiater voor gek. Even later zien we hem door de kantine strompelen, op zoek naar wat hem een adequater medicijn lijkt: een `koude Blonde'. Maar de caissière attendeert hem erop dat ze in een ziekenhuis alleen koffie schenken.

Even later dient Sibel zich aan als zijn mederebel en dealer, zij belooft hem bier te bezorgen. De rebellerende pubers worden echter tegen wil en dank teruggedreven naar hun `echte' ouder: Turkije. Uiteindelijk zien we Cahit in een bus: achterwaarts rijdt hij naar zijn geboortedorp. Gevraagd naar wat Europa van Turkije kan leren, antwoordde Murat Belge: ,,Laten we er dan nog maar een stereotype tegenaan gooien. Europa kan vooruitplannen, orde en structuur scheppen, maar Turkije heeft warmte en menselijkheid. Europa heeft het hoofd, maar Turkije het lichaam, zo u wilt. Lichaam en hoofd botsen vaak, maar samen zijn ze misschien een vollediger mens.''

Belges beeldspraak is zo gek nog niet. In een eerdere, komische, speelfilm van Akin, Im Juli (2000), zien we hoe Daniel, een sullige, saaie wiskundeleraar met brilletje uit Hamburg, verliefd wordt op een Turkse vrouw. Hij besluit haar achterna te reizen naar Istanbul. Tijdens zijn autotocht naar Turkije ondergaat Daniel een geleidelijke metamorfose: zijn auto wordt gestolen, hij wordt beroofd van zijn geld, verliest zijn brilletje in een gevecht, en hij wordt steeds viezer. Als hij in Istanbul arriveert, heeft hij veel weg van een sympathieke levenslustige zwerver, rokend, gebruind, vechtend en stelend. In Im Juli is Istanbul de onderbuik, het kloppend hart en het lijf en Hamburg het hoofd, de orde en de regelmaat; regisseur Fatih Akin zien we terug in een bijrolletje als corrupte, manipulerende grenswachter.

Het zijn deze metamorfosen en botsingen van culturen die Akin tot in de finesse beheerst en manipuleert. In Gegen die Wand zien we hoe een dronkelap uit Hamburg als een genezen man uit de gevangenis komt en met zes flessen water door Istanbul zeult, een Turkse vrouw die als een wildeman drinkt en snuift, en de vanzelfsprekende ontmoeting van punk en traditionele Turkse muziek. Als de muur een symbolische grens voorstelt tussen culturen en geliefden, dan knallen ze er in Gegen die Wand willens en wetens vol tegenaan, overrompeld door het noodlot.

`Gegen die Wand' draait vanaf deze week in de bioscoop.

    • Stine Jensen