Gevaarlijke stoffen gaan door de Betuwe

Het vervoer van gevaarlijke stoffen moet veiliger. Het kabinet wil met verplichte routes binnensteden vermijden. ,,We gaan de Betuweroute zo veel mogelijk inzetten.''

Nee, zegt staatssecretaris Van Geel (Milieu), het vervoer van gevaarlijke stoffen over water, spoor en weg door Nederland zal niet verdwijnen. ,,Daarvoor maken deze stoffen te zeer onderdeel uit van ons leven.'' Maar er komen wel ingrijpende veiligheidsmaatregelen.

De veiligheidsnormen bij het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals ammoniak, chloor en lpg, worden doorgaans wel gehaald. De spoorvervoerders zijn er trots op dat bij inspecties altijd blijkt dat zij hun zaakjes op orde hebben. ,,De balans tussen milieu en economie is doorgeslagen naar het milieu. Wij zijn mensen met gezinnen die oog hebben voor veiligheid, maar door de media en de politiek worden we afgeschilderd als demonen. De kans op een ongeval wordt veel te hoog ingeschat'', zei directeur Carel Robbeson van spoorvervoerder Railion Nederland onlangs op een symposium over veiligheid van chemische stoffen over het spoor.

Niet iedereen denkt daar hetzelfde over. Veiligheid moet meer zijn dan alleen normen halen, zeggen deskundigen, het moet een cultuur zijn. De risiconormen zijn vaak niet goed gekozen, ze kunnen verschillend worden uitgelegd en houden onvoldoende rekening met de mate van bebouwing in de buurt van dit vervoer. ,,De huidige norm voor groepsrisico biedt schijnveiligheid, en is een obstakel voor economische versterking van steden'', stelt Wim Hafkamp, hoogleraar milieueconomie aan de Erasmus Universiteit. Groepsrisico is de kans dat bij een ongeval meer dan tien omwonenden om het leven komen. Hafkamp: ,,Vervoerders en netwerkbeheerders dienen de komende jaren de risico's op een systematische manier te reduceren, tot beneden door het rijk aan te geven plafonds.''

De maatschappelijke onrust vraagt om zulke maatregelen, vindt Van Geel. ,,Je kunt wel zeggen dat je aan de normen voldoet, maar daarmee neem je geen maatschappelijke onrust weg. Emoties zijn ook feiten. En aangezien politiek ook het managen van emoties is, zullen we iets moeten doen.''

Af en toe worden er al resultaten geboekt. Door te kiezen voor een andere manier van transport wordt het vervoer veiliger, door het vermijden van drukke knooppunten of het verkorten van een route. Esso besloot onlangs zijn lpg vanuit Rotterdam niet langer over de weg te vervoeren naar Antwerpen, maar over water. Lovenswaardig, meent Van Geel. ,,Water is in dit geval veiliger dan de weg.'' En hoewel Akzo Nobel geen enkele norm overschrijdt bij het vervoer van chloor van Delfzijl naar Rotterdam over het spoor, besloot het kabinet als gevolg van de protesten toch een ,,deal'' te maken van vijftig miljoen euro om aan deze transporten over enkele jaren een einde te maken. Er liggen nu ook voorstellen om het spoortransport van ammoniak van DSM in Limburg naar IJmuiden te vervangen door vervoer over water.

Het kabinet wil de komende jaren werken aan routering, gevaarlijke stoffen alléén vervoeren over vaste trajecten. Daarbij krijgt de Betuweroute nieuwe glans. Die kan een grote bijdrage leveren aan de veiligheid. ,,We gaan de Betuweroute zo veel mogelijk inzetten voor het vervoer van gevaarlijke stoffen'', zegt Dick van den Brand, veiligheidsexpert bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat.

De Betuweroute, zo is het idee, krijgt brede veiligheidszones waarbinnen niet gebouwd zal worden. Het betekent ook minder transport door binnensteden, zoals de Drechtsteden en de steden in Brabant. Complicatie is nog wel de vraag hoe al die treinen de Betuwelijn moeten bereiken. Alles wat in de Rotterdamse haven aanlandt, kan probleemloos op de Betuweroute, maar ook in Vlissingen wordt veel lpg en ammoniak aan land gebracht. Deze stoffen zullen eerst door Zwijndrecht en Dordrecht moeten blijven rijden. Van Geel: ,,Misschien valt er iets te doen aan de hoeveelheden ammoniak en lpg die in Vlissingen aan land komen.''

Belangrijk voor de routering van gevaarlijke stoffen zijn twee wetswijzigingen. Minister Peijs (Verkeer en Waterstaat) wijzigt de Wet vervoer gevaarlijke stoffen die vervoerders kan dwingen tot bepaalde routes ondanks het Europese vrije verkeer van goederen. Wellicht komt er op langere termijn een speciaal kernnet.

De ambtenaren van Van Geel werken aan een wijziging van de Wet milieubeheer. Provincies en gemeenten kunnen dan bedrijven vergunningen weigeren, wanneer die zich ergens vestigen terwijl het transport van gevaarlijke stoffen niet volgens de wettelijke norm geregeld is. Op de achtergrond speelt hierbij de kwestie-Microchemie in Rotterdam. Dit bedrijf wil ammoniak vervoeren op een oude vergunning van een ander bedrijf. Zonder wetswijziging is dat streven juridisch moeilijk tegen te houden. En dat terwijl dat de ammoniakimport naar verwachting toeneemt.

Directe aanleiding voor de wetswijzigingen zijn noodkreten uit steden als Rotterdam, Dordrecht, Breda, Tilburg en Venlo. Deze gemeenten willen hun spoorzones en stationsgebieden verder ontwikkelen met woningen en kantoren, maar worden gehinderd door de treinen met gevaarlijke stoffen.

Dordrecht en Zwijndrecht gelden als lichtend voorbeeld voor de rest van Nederland. Deze gemeenten hebben TNO een `toetsingskader' laten maken: een gedetailleerd stappenplan waarmee stedenbouwkundige plannen vanaf het prilste stadium op hun veiligheid worden beoordeeld. Daarbij worden niet alleen vaststaande risiconormen aangehouden. Ook wordt gekeken naar de zelfredzaamheid van omwonenden in geval van een ongeval. Dus liever geen ziekenhuizen of verpleeghuizen langs het spoor, want patiënten en ouderen kunnen zich niet snel uit de voeten maken. Ook de beschikbaarheid van hulpdiensten is een criterium.

Het is een staaltje bestuurlijk meedenken waarvoor Van Geel de gemeenten ,,een compliment'' maakt. ,,Dit getuigt van bestuurlijke moed.''

Heel anders dan een stad als Venlo. Die stelde zich aanvankelijk op het standpunt dat het spooremplacement niet aan de bestaande veiligheidsnormen voldoet om vervolgens te eisen dat het zou worden verplaatst om daarmee de bouw van woningen en kantoren mogelijk te maken. Dat is te simpel gedacht, vinden deskundigen en bestuurders.