Europa informeel om de haard

Vandaag zijn de EU-ministers van Buitenlandse Zaken bijeen voor informeel overleg. Maar hoe informeel is dat eigenlijk?

High politics in Valkenburg aan de Geul vandaag en morgen. Bijeen komen de 25 ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie plus hun gevolg. Hun besprekingen in Château St. Gerlach zullen op de voet worden gevolgd door enkele honderden journalisten voor wie vlak naast het kasteel een perscentrum met 400 werkplekken is ingericht, exclusief de uitgebreide faciliteiten die zijn ingericht voor de visuele media.

Dat alles voor niet meer dan een informeel overleg tussen collega-ministers, zoals zij dat al sinds 1974 een keer per half jaar voeren. Op kasteel Gymnich in de buurt van het Duitse Bonn troffen de ministers van Buitenlandse Zaken van de toen nog maar negen landen tellende Europese Gemeenschap elkaar voor het eerst in `ongedwongen sfeer' om los van de hectiek van alledag en bureaucratische agenda's over en weer wat dieper van gedachten te kunnen wisselen. Het circus van dit weekeinde laat zien wat er van deze heidag avant la lettre is overgebleven. Zoals alles in Europa groter is geworden, geldt dit ook voor de informele ontmoetingen die zich, afgezien van hun juridische status in praktijk nauwelijks meer onderscheiden van gewone bijeenkomsten tussen de ministers.

Betrokkenen erkennen dat van het oorspronkelijk idee van Gymnich, waar de halfjaarlijkse bijeenkomst zijn naam aan te danken heeft, weinig meer over is. Rustig met de benen op tafel filosoferen over de wereld bezien vanuit Europees perspectief is er niet meer bij. Los van het feit dat de groep te groot is geworden, met zijn vijfentwintigen rond het haardvuur praat het nu eenmaal ongemakkelijker dan met zijn negenen, moeten er gewoon zaken worden gedaan. Niet voor niets had de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Ben Bot, die tot 31 december van dit jaar als voorzitter fungeert, niet al van te voren speciale onderwerpen voor de agenda aangedragen. Deze zouden ,,aan de hand van de actualiteit worden bepaald'', heette het bij het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. Dus zullen de ministers het vandaag en morgen hebben over Irak, over Rusland, over Darfur, over Birma. Exact dezelfde onderwerpen die ze naar alle waarschijnlijkheid ook weer op de agenda aantreffen als zij elkaar volgende week maandag in Brussel weer tegenkomen, maar dan voor een reguliere, officiële bijeenkomst.

Want dat is het enige grote verschil tussen hun samenzijn in het Limburgse landschap van vandaag en morgen en hun bijna maandelijkse treffen in de vergaderbunker van Brussel: de ministers van Buitenlandse Zaken kunnen nu niets besluiten. Verklaren kunnen ze daarentegen wel, zoals zij dat ook afgelopen april deden na hun vorige informele bijeenkomst in het Ierse Tullamore. Toen deden de ministers een schriftelijke verklaring uitgaan over het vredesproces in het Midden-Oosten. Een verklaring die overigens enkele uren later al weer was achterhaald in verband met nieuwe ontwikkelingen in het gebied.

Wat nog wel bijdraagt aan het informele karakter van de bijeenkomst is het beperkte talenregime. Niet alle twintig talen van de Europese Unie worden getolkt, maar alleen Engels, Frans en de taal van het voorzitterschap, in dit geval het Nederlands. Hierdoor kunnen de besprekingen tussen de ministers iets directer verlopen. Maar een dergelijke atmosfeer heeft vooral nut als de onderwerpen enigszins `freischwebend' zijn en dat is nu juist steeds minder het geval. Althans bij de ministers van Buitenlandse Zaken.

Dit geldt in mindere mate voor de informele bijeenkomsten van andere vakministers. De transportministers die in juli op uitnodiging van minister Peys van Verkeer en Waterstaat in Amsterdam bijeenkwamen konden aan onderlinge teambuilding doen toen zij op excursie gingen naar het eerste deel van de Betuwelijn. Enkele dagen eerder deed minister De Geus van Sociale Zaken iets soortgelijks toen hij zijn collega's, die informeel in Maastricht bijeen waren, meenam naar de fietsenmakersafdeling van de sociale werkvoorziening ter plaatse.

De kenners van de Europese mores hanteren de volgende vuistregel bij informele bijeenkomsten: hoe formeler de kleding van de deelnemers, hoe minder informeel het overleg in feite is. De ministers van Buitenlandse Zaken worden dit weekeinde in Valkenburg allemaal in pak verwacht.

    • Mark Kranenburg