Erik Lindner

Eind dit jaar wordt de verkiezing van een nieuwe Dichter des Vaderlands georganiseerd. Het Cultureel Supplement publiceert wekelijks een gedicht om de gedachten te bepalen.

Pastille de menthe

Ik ben te smal voor een mens.

Een poort tussen wil en ernst

die maar deels beschut.

Ren vlug, m'n lief

Er zit vocht onder de grond.

De fundamenten zijn uitgegraven.

Het roet van verkeer onder de boog

vlekt je huid en je kleding.

Ik zie dat niet zo gaaf.

Je wassen in de neerslag.

Het huis met mannen voor het raam.

Je hebt hun dromen uitgekleed.

Je tekent ze op het televisiescherm.

Ik ben te smal een mens

voor het bezit dat je versleept.

De spade die boven je uitsteekt

snijdt lijnen in mijn lies.

De deur van de machine

ligt als een fruitschaal op het trottoir.

Het witte hondje dat daar plast

behoort de onbekende

die je iets aanbiedt in de nacht.

Je stappen en hun korte weerkaatsing.

De straat is laf van de tocht.

De nacht is purper en van staal.

De mannen sluiten hun gordijnen.

Ik ben van niemand en van taal.

Uit: Erik Lindner, Tong en trede (uitg. De Bezige Bij, 2000)

Erik Lindner (1968) debuteerde twaalf jaar geleden met `Op het behang'. Sindsdien publiceerde hij de bundels `Tramontane '(1996) en 'Tong en trede`. Zijn poëzie is niet gemakkelijk en niet altijd te duiden – net als de werkelijkheid, lijkt Lindner in zijn laatste bundel te willen zeggen. `Zodra het perspectief van de blik verschuift, verschuift de interpretatie' schreef Arie van den Berg in een recensie in deze krant. En: `Het perspectief wordt door de dichter zelf gekozen. Lindner geeft richting en maat.' Meer informatie op www.kb.nl/dichters