Een onwrikbaar parlementariër

Geert Wilders (1963) blijft een opvallend Tweede-Kamerlid. Uiterlijk was hij dat meteen. Inhoudelijk werd hij het toen de VVD hem de ruimte liet voor zijn uitgesproken opvattingen over de islam en immigratie- en integratiepolitiek.

Hoewel de onderwerpen veranderden, is Wilders – sinds 1998 met een korte tussenpoos Kamerlid – consequent geweest in zijn tegendraadse aanpak. Al als woordvoerder Sociale Zaken shockeerde hij velen met zijn standpunten over bijvoorbeeld WAO'ers, vooral diegenen die wegens psychische klachten arbeidsongeschikt waren geworden. Die moesten, vond Wilders vijf jaar geleden, hun uitkering maar inleveren als ze nog een beetje voor zichzelf konden zorgen. Maar als het er op aan kwam om verregaande voorstellen tot daden om te zetten, ging hij tot dusver schuil achter het fractiestandpunt. Overigens, zijn standpunten over de WAO zijn nu voor een groot deel kabinetsbeleid.

Wilders komt uit een deel van het land waar VVD'ers meer naar rechts neigen, dan elders: Limburg. Op verzoek van de VVD-Kieskring daar schreef hij ook tien standpunten die op een zekere discussie konden rekenen. ,,Maak ze zo provocerend mogelijk'', luidde het Limburgse verzoek aan Wilders en zijn collega Oplaat. Wilders houdt onwrikbaar vast aan zijn tien stellingen, Oplaat niet.

Een van de stellingen betrof de toetreding van Turkije tot de EU. Wilders is daar tegen en wil er verder niet over praten. Niet zozeer dat tegenstandpunt is het breekpunt waarop hij nu uit de fractie stapt, maar Wilders' onwrikbaarheid. Want wat Van Aartsen betreft heeft zijn fractie nog helemaal geen `Turkije-standpunt' ingenomen. Dan kan een fractielid daar ook geen onvoorwaardelijke, persoonlijke standpunt over uitdragen, vindt Van Aartsen. Daarop besloot Wilders te doen, wat zijn collega's jaren dachten dat hij eerder zou doen: hij nam afstand van de VVD-fractie.