De wil van Wilders

De VVD is het nieuwe politieke seizoen verder gegaan waar de partij voor het zomerreces gebleven was: met het organiseren van een fikse rel. Met de deconfiture van staatssecretaris Nijs (Onderwijs) nog vers op het netvlies, draait het nu om het balsturige Tweede-Kamerlid Wilders. Een week van geheime overleggen, intriges, nog meer geheime besprekingen, lekkende collega's en woedende commentaren van Wilders zelf in de pers, culmineerde gisteravond in het vertrek van de `rechtsbuiten' van de VVD-fractie. De aanleiding was een verschil van mening tussen Wilders en zijn fractievoorzitter Van Aartsen over de mate van vrijheid waarover het fractielid kon beschikken bij het ventileren van zijn, meestal vrij forse, meningen. In het recente verleden had Wilders met uitspraken gericht tegen fundamentalistische moslims bewezen dat hij niet bepaald op zoek is naar de nuance. Recentelijk publiceerde hij bovendien een manifest waarmee hij een nieuwe, rechtse, koers wilde inslaan met de VVD. Met name het punt dat hij `nooit' zou instemmen met de toetreding van Turkije tot de Europese Unie is Van Aartsen in het verkeerde keelgat geschoten. Hij stelt zich op het standpunt dat Wilders te veel opereert als een eenling en te weinig rekening hield met de standpunten van het collectief van de fractie. Wilders wenst zich echter niet te onderwerpen aan de fractiediscipline.

De kwestie laat zich tot op zekere hoogte vergelijken met het conflict dat de toenmalige voorzitter van de PvdA-fractie, Melkert, in 2001 had met het Kamerlid Van Gijzel. Dat draaide in wezen ook om de fractiediscipline. De overeenkomst is dat de politiek leider die zijn wil doorzet schade oploopt omdat hij in het oog van velen een lid van de fractie de mond snoert. Het verschil is dat Van Gijzel de Kamer verliet (en in de partij bleef), maar dat Wilders zijn zetel meeneemt. Slechter had de ruzie met Wilders nauwelijks kunnen aflopen voor Van Aartsen, die zich geconfronteerd ziet met vraagtekens die bij zijn leiderschap worden gezet. Tegelijkertijd is het de vraag óf Wilders van zijn actie was af te brengen.

Goed beschouwd is het besluit van een Kamerlid om zijn fractie de rug toe keren natuurlijk geen wereldschokkende gebeurtenis. Maar in het Haagse universum speelt de vraag of we hier te maken hebben met een komeet of een vallende ster. Wilders droomt van het eerste. Hij kondigde aan een nieuwe politieke beweging te willen beginnen. Hij wil ,,een club van fatsoenlijke mensen die niet bang zijn om te zeggen wat zij willen''. Dat klinkt als een echo van de ambitie van Pim Fortuyn en Wilders bevestigt dat hij verwantschap voelt met de manier waarop deze politicus opereerde. De gevestigde politieke partijen kijken met argusogen naar de electorale ruimte die lijkt vrijgekomen met de implosie van de LPF. Wilders maakt er geen geheim van: hij wil wat hij noemt ,,het gat rechts van de VVD'' vullen. Als Groep-Wilders in het parlement begint hij aan een zoektocht naar medestanders – en naar een achterban. Het verkiezingsseizoen 2007 is vroeg begonnen.