De taal der guerrilleros

De provincie Friesland kent twee onderscheiden taalgebieden: Friestalig Friesland, en Saksisch-talig Friesland waar Stellingwerfs wordt gesproken, grof genomen in de driehoek Oosterwolde-Steenwijk-Wolvega. De Friese Friezen worden van oudsher beschouwd als dwars, onknechtbaar volk, over de Stellingwervers kunnen we hetzelfde beweren. De `terra' Stellingwarf was in de late Middeleeuwen een bijna autonome boerenrepubliek, zonder leenstelsel, zonder ridderwezen of grafelijk gezag. In dit rechtsgebied (`werf') koos men zijn eigen `stellingen' (een combinatie van rechters, bestuurders en ambassadeurs).

Sympathiek is het Stellingswerfs verzet tegen het centraal-katholiek gezag te Utrecht. In guerrillaoorlogen vernielden ze in 1309 een bisschoppelijke sterkte te Steenwijk, en belegerden meteen hierop het bisschoppelijk kasteel in de Zuiderzeestad Vollenhove. Dat dit beleg helaas mislukte zegt echter niets over het volkskarakter der Stellingwervers. De geschiedenis stond hierna natuurlijk niet stil, maar zoals de Serviërs hun Merelveld hebben, mogen de Stellingwervers deze wapenfeiten koesteren, al hebben ze hun onafhankelijkheid al eeuwenlang verloren.

Maar er is altijd nog hun taal, met soms zeer eigenzinnige woorden – evertaske voor hagedis, doukies voor `straks' of kotmoes voor boerenkoolse pap. Stellingwerf koestert zijn taal (en ook literatuur) in de Stellingwarver Schrieversronte, onder aanvoering van de taalkundige Henk Bloemhoff, de man die in 2002 in de reeks `Taal in stad en land' de uiterst leesbare aflevering Stellingwerfs verzorgde. Van zijn hand verscheen nu het laatste deel van het vierdelige Stellingwarfs Woordeboek. Een verbijsterende prestatie, dit woordenboek (80.000 lemma's door één man geschreven). Samengesteld volgens alle regelen der kunst, met een grote rijkdom aan woordverklaringen, spreekwoorden en staande uitdrukkingen. Zeer bijzonder aan dit Stellingwarfs Woordeboek is dat bovendien de plaatselijke woord- en spreekwoordvarianten ook nog eens zijn opgenomen. Zo blijkt dattien (`dertien') in het dorp Langelille en vlak daaromheen als dettien te worden uitgesproken. Interessant. Dattien (in de betekenis van `flink, knap, net meisje') figureert te Donkerbroek in dat is me een dattien, terwijl men in Wolvega ik bin zo sloeg [=slaperig] als een dattien zegt. Intrigerend. Ziet iemand uit Der Idzerd een boender dan zegt hij buunder, een spreker uit Oldeberkoop heeft het over buuinder, te Nijetrijne schrobt men met een beunder.

Gek genoeg verschijnt deel 1 (A-E) van het Stellingwarfs Woordeboek als laatste, de overige delen had ik al enige tijd uit. Typische Stellingwerfse dwarsheid van de samensteller? Even Bloemhoff gebeld: ,,Welnee, de inleiding schrijf je altijd als laatste.''

Het Stellingwerfs zelf staat overigens niet altijd dwars op het Nederlands. Voor lang niet alle woorden hebben we dit woordenboek nodig – bokser, broekpak, of doaromtrent begrijpen we zo ook wel. We hebben echter te maken met een compleet woordenboek, waarin `gewone' woorden uiteraard ook niet ontbreken. Je moet dus zoeken naar onvervalst taaleigen, wat moeite doen voor vondsten en dat maakt het lezen juist zo leuk. Stuiten op bollesoezen bijvoorbeeld, zoals in de uitdrukking bi'j schoele deden wi'j vroeger et spullegien bollesoezen, mekeer beetholen en dan in de ronte dri'jen. Klassiek is de ook de beschrijving van het boerenwagenonderdeel dri'jschammel, in de tongval van het dorp Oldeholtpade: `De dri'jjschammel lopt van onderen wat rond, aers zol hi'j niet dri'jen kunnen; in de midden zat hi'j vaaste mit een ronge, van boven noar beneden d'r hielendal deur henne; d'r boven op kommen de rongen (an elke kaant iene), die bin d'r veur om de ziedplaanken te holen. Om die ronge deden we wel een raauwe spekzwaore, om de boel vet te holen, die mos aenlik van een oold varken wezen, want die weren et dikste; aj'm d'r laeter ofhaelden was hi'j zo plat as een stok leer.'

Stellingswerfse boerenwagenpoëzie bijna, heerlijk om te lezen. Ballappen (onder de klomp, dan balt de sni'j d'r niet onder), blebberig (`ziekelijk' in Fochteloo), brats (uitroep van afkeer te Nijeberkoop) en atte voor een Scherpenzeelse `erwt': bij Henk Bloemhoffs imposante Stellingwarfs Woordeboek voel je je heel klein worden.

Henk Bloemhoff: Stellingwarfs Woordeboek. Met medewerking van Sietske Bloemhoff en vele anderen. Stichting Stellingwarver Schrieversronte, Berkoop. Diel 1 A-E. 821 blz. €60,–