Da Vinci Code 1

Geassisteerd door nieuwtestamenticus De Jonge beweert Jan Benjamin dat de evangeliën van Maria Magdalena en Philippus `geheel niet spreken van een huwelijk of een seksuele relatie tussen Jezus en Maria Magdalena' (Boeken, 27.08.04). Klaarblijkelijk zijn beide heren niet op de hoogte van de inhoud van deze evangeliën, dan wel geoefend in het negeren van dissonante informatie. Het eerstgenoemde evangelie is vertaald door G. MacRae en R McL. Wilson (in James Robinson, The Nag Hammadi Library in English, Leiden: Brill, 1988), het tweede door D. Cartlidge en D. Dungan (Documents for the Study of the Gospels, Minneapolis: Fortress Press, 1994).

Bij het lezen van de volgende passages bedenke men, dat, in tegenstelling tot de evangelisten Marcus en Lucas, Philippus en Maria Magdalena Jezus persoonlijk gekend hebben. Hun getuigenissen moeten derhalve hoger worden aangeslagen.

Pagina 10 van het evangelie van Maria Magdalena: `Peter said to Mary, ,,Sister, we know that the Savior loved you more than the rest of women.''' Vers 55 van het evangelie van Philippus: `and the consort of Christ is Mary Magdalene. The [Lord loved Mary] more than all disciples, and he kissed her on the [mouth many times]. Vers 32: `There were three who always walked with the Lord: Mary, his mother and her sister and Magdalene, whom they call his lover.'

Jezus hield dus meer van Maria Magdalena dan van alle anderen: zij wordt zijn minnares (lover) en gade (consort) genoemd. Het Koptische woord waarmee Maria Magdalena wordt aangeduid en dat de vertalers weergeven door `consort' betekent inderdaad meer dan `metgezel', namelijk `geliefde', `echtgenote'.

    • Drs. A.P.J. Hendriks