Aangebrand met pootjes

,,Het wordt nooit meer zoals het was'', zei minister-president Joop den Uyl in een rede die door radio en televisie werd uitgezonden, op zaterdagavond, 1 december 1973. De Organisatie van Olieproducerende Landen, OPEC, had een boycot afgekondigd tegen de westerse landen die Israël hadden gesteund in zijn oorlog tegen Egypte en Syrië. Het jaar daarvoor was het rapport van de Club van Rome verschenen, Grenzen aan de groei, waarin bewezen werd dat de samenhang van alle ontwikkelingen in de westerse wereld zou leiden tot de uitputting van alle natuurlijke hulpbronnen, waarna door de voortdurende groei van de wereldbevolking het met de welvaart en beschaving snel gedaan zou zijn, tenzij er nu werd ingegrepen. Dat werd in Nederland de autoloze zondag. Joop den Uyl vatte in deze uitspraak de nationale voorgevoelens samen.

Maar heeft hij het werkelijk zo gezegd als wij nu denken dat hij het gezegd heeft? Nee. Hij zei: ,,Wij moeten beseffen met elkaar dat wij niet kunnen voortgaan met het verbruik van beperkte voorraden brandstoffen en grondstoffen zoals wij in de laatste kwart eeuw hebben gedaan. Zo bezien keert de wereld van voor de oliecrisis niet terug.'' Het komt op hetzelfde neer. Maar er is niemand die, een radicale verandering in de toestand in de wereld voorziend, zal zeggen: `Wij moeten beseffen met elkaar,' enzovoort. Zo'n tekst had de jaren niet overleefd. De boodschap werd samengevat, en in de loop van het gebruik zodanig bijgeslepen dat er een citaat uit is ontstaan.

Dit alles weet ik dank zij Jaap Engelsman die in zijn boek Bekende Citaten uit het dagelijks taalgebruik de oorsprong en ontwikkeling heeft beschreven, bij elkaar meer dan 250, van `Heeft aangebrand ook voetjes moeder Aagt', van A.C.W. Staring tot de `Zwijgende meerderheid' van Richard Nixon, in 595 pagina's, met register en bronvermelding.

Ik begon bijna bij het begin, Starings gedicht over Aagt Morsebel die kleine Piet in huis neemt. Aagt kan niet koken, alleen `knoeisels' maken. Als kleine Piet klaagt, verklaart ze dat er iets is aangebrand. Dan krijgt hij `eens een schotel vol groen eten'. Bij voorbaat van weerzin vervuld begint de jongen erin te roeren en vindt dan twee achterpoten van een kikvors, `onder 't warmoes kortgehakt'. Hij vraagt; `Heeft aangebrand ook voetjes, Moeder Aagt?' Het gedicht is geschreven in 1827, en voor die tijd zal Piet misschien een slagvaardig ventje zijn geweest. Maar een Pietje van deze tijd zal waarschijnlijk iets anders zeggen. Het citaat wordt nog maar weinig gebruikt, schrijft Engelsman. Misschien had hij het daarom niet in zijn boek moeten opnemen. Dat geloof ik niet. Je hebt citaten die de functie hebben van een kiekje in een familie-album. Het hoort erbij omdat het bijzonder is doordat het zo scherp een bijzaak in beeld brengt. In dit geval het mengsel van afgrijzen en medelijden waarmee een kind wordt vervuld als het leest over een kikvors die is meegehakt en meegekookt in de spinazie. De grondslag voor de waarde van zo'n citaat wordt gelegd op de lagere school.

Op Starings Moeder Aagt volgen Hans van Mierlo met zijn `achterkant van het gelijk' en Vergilius met `er zit een addertje onder het gras'. Niet wist ik dat de a.v.h.g. door Van Mierlo is bedacht. Over het ontstaan zei hij vorig jaar: ,,Ik dacht wat hardop na en zei: wat is de essentie van het programma? Eigenlijk gaat het om de achterkant van de dingen. De achterkant van je gelijk. En daarmee was de titel geboren.'' Over de betekenis blijft onzekerheid bestaan. ,,Niet altijd is het precies duidelijk in welke betekenis de uitdrukking wordt gehanteerd. Het heeft te maken met (-) het proberen te achterhalen of zaken en standpunten wel zijn wat ze lijken.'' Om dat te onderzoeken heeft Marcel van Dam een dialectische methode ontwikkeld waarbij de verdediger van een standpunt in een escalatie in ernst van omstandigheden zo ver wordt gedreven dat hij tot het tegengestelde komt van wat hij oorspronkelijk verdedigde. Jede Konsequenz führt zum Teufel, zou je ook kunnen zeggen. Wordt wel toegeschreven aan Luther, meldt Van Dale, maar is zeker niet van hem. Bij Engelsman komt het niet voor. Volgende druk.

Dit is een mooi boek. Je kunt op iedere bladzijde beginnen en je treft iets wat je vaag bekend tot diep vertrouwd voorkomt, je begint te lezen, en dan ontdek je dat de werkelijkheid anders is, of dat je het altijd bij het rechte einde hebt gehad, maar niet alles wist van wat de schrijver heeft opgespoord. In veel gevallen brengt het je terug tot de schoolbanken of tot je vader en moeder. Je ziet hoe een uitspraak zich uit het oorspronkelijk verband losmaakt en zijn zelfstandig bestaan begint. Soms kun je volgen tot welke afzichtelijke varianten een op zichzelf goed citaat kan leiden. Het maakt je op iedere pagina nieuwsgierig. En als je het op je eigen manier ten slotte helemaal hebt gelezen, ben je een wijzer mens geworden.

Jaap Engelsman: Bekende Citaten uit het dagelijks taalgebruik, Sdu Uitgevers, Den Haag 2004.