Voorstel om vliegkamp te behouden

De voorgenomen sluiting van marinevliegkamp De Kooy in Den Helder kan worden voorkomen indien het bedrijfsleven bereid is meer te betalen voor het gebruik van het vliegveld.

Dat heeft staatssecretaris Van der Knaap (Defensie, CDA) gisteren aangegeven in een gesprek met burgemeester Staatsen en wethouder Waltmann van Den Helder. Defensie neemt nu eenderde van het aantal vliegbewegingen op De Kooy voor zijn rekening, maar betaalt 85 procent van de exploitatiekosten. Het bedrijfsleven zou volgens Defensie het volle pond moeten betalen.

De luchthaven van Den Helder bestaat uit marinevliegkamp De Kooy en Den Helder Airport, dat gebruik maakt van de startbaan en de verkeerstoren van de marine. Vanaf Den Helder Airport vervoeren tien à vijftien helikopters per jaar 120.000 werknemers naar 110 `Nederlandse' gaswinplaatsen in de Noordzee.

De Nederlandse Olie en Gas Exploratie Associatie (Nogepa), de brancheorganisatie van de olie- en gasindustrie, is tegen de plannen om het marinevliegkamp bij Den Helder te sluiten. Woordvoerder C. van Oosterom van Nogepa zegt dat als De Kooy verdwijnt, het personeel vanuit bijvoorbeeld Groningen Airport Eelde (Drenthe) naar de Noordzeeplatforms moet worden vervoerd. ,,Dat betekent langer vliegen, en vliegen over land. Het geeft een extra belasting van het milieu.''

Bovendien, zegt de woordvoerder van Nogepa, is zo'n vertrek uit Eelde een stuk duurder. ,,De overheid roept nu: de aardoliemaatschappijen moeten De Kooy financieel overeind houden, maar dat is kortzichtig. De gasvelden in de Noordzee worden steeds kleiner en de ontwikkeling ervan steeds duurder. Komen daar, zoals nu dreigt, nog meer kosten bij, dan kan dat ertoe leiden dat de oliebedrijven uit concurrentieoverwegingen elders aan het werk gaan. En dat is niet in het belang van Nederland.'' Nogepa vertegenwoordigt de acht maatschappijen, waaronder de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) van Shell en Esso, die in Nederland op land en op zee olie en gas winnen.