Voor gekwelde Maurits is dood een verlossing

Een helderwitte trap onder hoge platanen leidt naar het dodenrijk. Hier is zojuist met een zwarte lijkstoet Maurits van Oranje (1567-1625) gearriveerd, de grootste militaire strateeg van de Tachtigjarige Oorlog. De plaats van handeling is het inmiddels geruimde kerkhof van de protestantse kerk van het Zeeuws-Vlaamse vestingstadje IJzendijke.

Tussen de militair en het stadje bestaat een belangwekkende historische band. In 2004 is het vier eeuwen geleden dat IJzendijke door Maurits en zijn troepen werd bevrijd van de katholieke Spanjaarden. Als teken van religieuze dankbaarheid schonk Maurits aan IJzendijke de eerste kerk in Zeeland ter ere van de protestantse diensten (1612).

Toneel-en hoorspelschrijver Nirav Christophe dramatiseert het leven van stadhouder Maurits door hem op de dodenrijkse trappen zijn aartsvijand Johan van Oldenbarnevelt te laten ontmoeten, de landsadvocaat der Republiek en de werkelijke politieke leider van het land. Zijn theaterstuk heet De Oranje Kasuaris, zo genoemd naar de struisvogelachtige vogel die Maurits in zijn geliefde menagerie hield. Beide mannen zijn in zeventiende-eeuws zwart kostuum gestoken, compleet met witte brede kraag. Op elegante wijze leidt de confrontatie tussen het tweetal tot een boeiend inzicht in een bewogen periode uit de vaderlandse geschiedenis.

Maurits, gespeeld door Jakob Beks, komt uit de voorstelling naar voren als een gekweld personage dat als zestienjarige gedwongen werd in het voetspoor van zijn vader, Willem van Oranje, te treden. Zijn moeder, Anna van Saksen, sleet haar leven in ontroostbaar verdriet door de dood van haar eerdere zoon, ook Maurits geheten. Moeder en kind geven aan de militaire en politieke strijd van Van Oldenbarnevelt en Maurits een emotioneel-persoonlijke dimensie.

Zo speelt het jongetje (Wim van Gelder) schaak met beide machthebbers en ontpopt hij zich in een verrassende transformatie tot de het verloren broertje én de aan pest overleden zoon van Maurits. Anna van Saksen (Amber Goethals) vertolkt in een dubbelrol de door de inquisitie levend begraven Antwerpse heks. Zij heerst over het dodenrijk. Herman Verbeek die de advocaat vertolkt, tikt nerveus en driftig met zijn befaamde `stoksken' op de trappen. De sluwe, nietsontziende stadhouder Maurits bereidt zelfs zijn executie voor.

Er zijn veel historische dimensies in De Oranje Kasuaris, elke lijn is zorgvuldig en met gevoel voor stijl in de tekst verweven. Christophe heeft geen eerherstel voor Maurits geschreven en zijn teksten, zeker die gesproken worden door Van Oldenbarnevelt, zijn vurig antimonarchistisch. De Oranjes komen er slecht vanaf; ze ontberen visionaire plannen en het is de koninklijke familie aldoor om geld te doen.

Vincent van den Elshout heeft de tekst en de karakters smaakvol geregisseerd. De gang naar het dodenrijk, dat achter de trappen verbeeld wordt als een rokende poort, neemt eerst de geëxecuteerde advocaat, vervolgens Maurits en de blonde jongen. Het is een fraai voorbeeld van uitgestelde spanning. De nederlaag van Maurits is uiteindelijk niet een politieke of een militaire, maar een persoonlijke: de aanblik van het kind dat alsmaar wacht en vraagt om zijn vader is hem bijna onverdraaglijk. Opeens is de dood een verlossing, en geen schrikbeeld.

Zeeland Nazomer Festival: De Oranje Kasuaris van Nirav Christophe. Regie: Vincent van den Elshout. Gezien: 1/9 IJzendijke (Zeeuws-Vlaanderen). Te zien t/m 11/9 aldaar. Inl.: 0900-3300033; www.nazomerfestival.nl