VN: meer troepen naar Darfur

VN-chef Kofi Annan heeft gisteren aan de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties gerapporteerd dat de Soedanese regering geen einde heeft gemaakt aan de aanvallen op burgers in de westelijke regio Darfur. Hij heeft gepleit voor een snelle stationering van een grotere internationale troepenmacht. Annans rapport, gebaseerd op de waarnemingen van VN-gezant Jan Pronk, komt vandaag aan de orde in de Veiligheidsraad.

De raad nam op 30 juli een resolutie aan, die de Soedanese regering dertig dagen de tijd gaf om het geweld van de Arabische milities, de Janjaweed, tegen de zwarte Afrikaanse bevolking te beteugelen. Door dit geweld zijn naar schatting 50.000 mensen omgekomen en zijn 1,3 miljoen mensen ontheemd geraakt. De resolutie dreigt met economische en diplomatieke sancties als de regering niet ingrijpt.

Annans rapport signaleert enige vooruitgang bij de aanpak van de Janjaweed, maar ,,aanvallen tegen burgers gaan door en de overgrote meerderheid van de gewapende milities is niet ontwapend''.

Het rapport laat zich niet uit over de noodzaak van sancties, waar diverse leden van de Veiligheidsraad tegen zijn. Annan zegt niet hoeveel groter de internationele troepenmacht moet worden en wat daarvan de taken moeten zijn. Zijn rapport verwijst naar een VN-plan dat aan de Afrikaanse Unie is gepresenteerd en dat vraagt om zo'n 3.000 vredessoldaten en 1.100 politiemensen. De Unie heeft nu circa tachtig militaire waarnemers ter plaatse, die door zo'n 300 soldaten worden beschermd. Soedan wil alleen een grotere vredesmacht van waarnemers.