Van Wilnis tot Maasdijk

Het was de natste meteorologische zomer sinds 1951 en in de maand augustus viel bij ten minste één plaatselijk weerstation van het KNMI meer regen dan sinds 1900 was gemeten. Niets is zo veranderlijk als het weer, maar dat 2004 de geschiedenis zal ingaan als een nat jaar ligt vrijwel vast. Los van de vraag wat nu precies de oorzaak is, als feit is het inmiddels geaccepteerd dat het klimaat aan het veranderen is. Weersextremen zijn van alle tijden, maar het Europees Milieuagentschap constateerde onlangs nog eens dat het in Europa warmer wordt en dat op een aantal plekken meer regen valt. Op veel plaatsen in Europa valt de regen anders dan vroeger; het aantal overstromingen is sinds 1995 opvallend aan het stijgen. Nederland heeft door de eeuwen heen leren omgaan met de praktische gevolgen van het grillige zeeklimaat. Er werden terpen gebouwd en dijken aangelegd tegen overstromingen. Meren werden ingepolderd, de Zuiderzee en de Zeeuwse delta werden afgesloten. Watermanagement is een onderdeel van de nationale identiteit. Des te opmerkelijker dat in twee opeenvolgende zomers menig bestuurder min of meer machteloos de handen ten hemel heft bij de effecten van het weer.

Vorig jaar zomer brak een dijk in Wilnis als gevolg van de langdurige droogte en dit jaar stonden de straten blank in Maasdijk door de extreme regenval. In beide gevallen is er meer aan de hand dan het ongemak van natte voeten. Het zijn aanwijzingen dat de fysieke infrastructuur van Nederland die de effecten van droogte of neerslag probleemloos moet kunnen opvangen, tekenen van achterstallig onderhoud vertoont. Als een zware regenbui er toe leidt dat de putdeksels omhoog komen, de riolen overstromen en uitwerpselen in het oppervlaktewater terechtkomen, dan is er iets mis met de capaciteit van het rioleringssysteem. Als dijken plotseling verzwakt blijken door droogte, heeft het onder meer aan inspecties geschort. Ondertussen slibben de grote rivieren geleidelijk dicht omdat niemand weet waar het vervuilde baggerslib gedumpt kan worden en dreigt de alarmfase rood voor energiecentrales, zoals vorig jaar zomer, omdat ze niet voldoende koelwater kunnen innemen. Nederland is geen Bangladesh en dergelijke ongemakken met de effecten van droge of natte zomers moeten niet worden overdreven, maar ze geven wel te denken.

Wie of welke organisatie belast zich met de aanpak van de watervraagstukken op landelijke schaal en in coördinatie met omringende landen waar het rivierwater goeddeels vandaan komt? De waterschappen, ooit ontstaan als grass root organisaties van lokale belanghebbenden om het waterbeheer ter hand te nemen, spelen een belangrijke rol. Maar hun bezigheden zijn voor contribuanten ondoorzichtig, hun bestuurlijke zelfgenoegzaamheid is groot en de samenwerking met andere instanties van het openbare bestuur is ingewikkeld. De rijksoverheid en de lagere overheden hebben hun eigen verantwoordelijkheden. Water is een politieke zaak, maar investeringen in dijkonderhoud, in baggeren en in vervanging van de riolering hebben minder politieke uitstraling dan een hogesnelheidslijn of de uitbreiding van de Maasvlakte. Dit is het probleem. Het is nuttig dat het ministerie van Verkeer en Waterstaat vorig jaar de campagne `Nederland leeft met water' is begonnen. De Prins van Oranje vraagt bij voortduring in nationale en internationale fora aandacht voor het watermanagement. Het zijn complexe vraagstukken, die prioriteitstellingen eisen, multidisciplinaire samenwerking en afstemming met andere landen. Er kunnen nieuwe oplossingen gezocht worden in onder- of bovengrondse spaarbekkens en in geavanceerde overloopsystemen. Of het nu een droge of een natte zomer is, water in Nederland verdient politieke prioriteit.