Schoonmaken

Twee schoonmakers in de gewelven van de Rotterdamse metro verschilden ernstig van mening. Ze droegen gele overalls met een rood bovengedeelte waarop `Topscore' stond. De ene schoonmaker was een broodmagere Chinees, de andere een kleine Afrikaan. De communicatie verliep moeizaam, en niet alleen omdat ze zo'n meter of twintig van elkaar verwijderd waren.

De Chinees riep: ,,Jij! Slapen! Nee! Hier! Werken!''

De Afrikaan schudde zijn hoofd en antwoordde: ,,Avabeke kozamewe.'' Hij zei het dof, alsof het vanzelf sprak wat hij bedoelde.

,,Nee-nee'', riep de Chinees. ,,Jij! Werken! Hier!''

De Afrikaan bleef besluiteloos staan. Het drong langzaam tot hem door dat hij op zijn arbeidsethos werd aangesproken. Hij moest gewoon harder bezemen, en liefst wat meer in de buurt van de Chinees. Daar had hij weinig zin in. Hij liep wel naar de Chinees toe, maar liet zijn bezem rusten en begon aan een onbegrijpelijke discussie.

Een derde schoonmaker, ook van Aziatische afkomst, naderde. Hij luisterde naar de mannen en barstte in lachen uit. Hij moest zijn buik vasthouden terwijl hij op een bankje plaatsnam. De Chinees liep door om een prullenbak te legen, en de Afrikaan ijsbeerde doelloos over het perron. Qua diversiteit van nationaliteiten en onderlinge sfeer begon het geheel steeds meer op het eerste elftal van Ajax te lijken.

De Chinees draaide zich om en riep naar beide mannen: ,,Jullie boven! Ik hier!''

De andere Aziaat bleef hartelijk lachen, maar verroerde zich niet. Als akte voor drie spelers werd de scène nogal statisch, maar gelukkig liep er een trein binnen. De Chinees sprong erin en de Afrikaan volgde hem schoorvoetend.

De mannen begonnen de vloer te zuiveren. Ze deden dat met een lange grijpstok die aan het uiteinde een soort knijphandje met twee vingers bevatte. Daarmee wroetten ze onder de stoeltjes om losse voorwerpen te vangen. Het was de kunst om met grote precisie de vingers van de stok om een voorwerp geklemd te krijgen, want zo'n voorwerp houdt van de vrije natuur en glijdt liever weg.

De Chinees was er bedreven in en lag spoedig ver op de Afrikaan voor. Hij had ook een relatief gemakkelijker parcours dankzij enkele roerloze doosjes.

De Afrikaan moest eerst zijn krachten beproeven op een querulanterig flesje chocomel dat hem steeds handig ontweek. Maar dat was nog niets vergeleken bij de kroonkurk die hem diep onder de stoeltjes uitdaagde. Ooit wel eens een kroonkurk gearresteerd en opgebracht op de vloer van een metrotrein die zich langzaam in beweging zet? Probeer het eens.

Het lukte de Afrikaan nog wel om de kurk omklemd te krijgen, maar het ding sprong op het laatste moment telkens brutaal weg. Het pleitte voor hem dat hij doorzette. Misschien was dat wel de vrucht van de discussie met de Chinees. Languit liggend zweette, ploeterde en vloekte hij net zo lang tot hij de kroonkurk goed beet had. Toen haalde hij de stok met grote omzichtigheid naar zich toe en pakte de kurk bij zijn kladden.

Hij zuchtte. Het was volbracht. Hij onderdrukte een triomfantelijk lachje en sjokte weer in de richting van zijn noodlot, de Chinees.