Ontroering

Voor mij heeft het woord management een grondbetekenis van ,,aan de hand leiden''. Zo houdt het verband met het goede Nederlandse begrip mennen – dat wat een voerman doet om zijn paard te laten weten waar hij heen wil. Een manager stuurt een team aan; de voerman heeft een toom in handen, een leidsel of teugel. Hier moest ik aan denken toen mij vorige week bij de Olympische Spelen in de paardensport iets bijzonders trof.

Anky van Grunsven heeft bij de dressuur opnieuw een gouden olympische medaille verdiend. Vier jaar geleden won ze in Sydney met Bonfire, het paard waarmee ze in jaren tot topvorm was gegroeid. Maar Bonfire kon niet meer. Terwijl zij met en aan Bonfire's opvolger Salinero werkte, ging ze persoonlijk door een periode van grote beproevingen – de ziekte en dood van haar ouders, rechtszaken, bedreigingen, dood van lievelingsdieren en vijf maanden uitschakeling door een gebroken been. Het was zwaar, maar ook werd haar zo duidelijk wat zij in het leven het liefste deed, en dat was paardrijden.

Ik ben geen paardenman, en ik heb niets van de televisiebeelden gezien. Ook niet van de interviews achteraf die, naar ik begrijp, ook de kilste kijker een brok in de keel bezorgden. Ik las er alleen de volgende dag over in de krant, en zelfs door het droge papier heen raakte ik geroerd. Waar kwam dat door?

Er zijn Olympische sporten, zwemmen en atletiek bijvoorbeeld, waarbij je als atleet behalve met de klok alleen te maken hebt met jezelf en je concurrenten. Je komt vooral jezelf tegen, je fysieke grenzen en je mentaliteit. Bij sporten als boogschieten en roeien heb je ook te maken met je materiaal en een omgevingsfactor als de wind. Bij teamsporten moet je ook het veld overzien en de bewegingen en bedoelingen van de spelers. Maar bij paardensport gaat het om het samenspel van twee maal vlees en bloed, ruiter en paard, verschillend en aanvullend en toch samen één. Wanneer die relatie in haar intimiteit tot perfectie groeit, ontroert dat.

Wat maakt ruiter en paard tot een wezenseenheid? Het dier vertegenwoordigt, per definitie, het animale. Het loopt en springt op grond van instinct en gevoel. Maar dat doet ieder paard in de wei en elk beest in de natuur ook. Het komt tot bijzondere prestaties in een Olympisch dressuurnummer door training, en door onvoorwaardelijk vertrouwen in de ruiter. Het dier analyseert niet, redeneert niet; het gehoorzaamt aan de ruiter als aan een deel van zichzelf dat toevallig alleen niet in hetzelfde lichaam zit. ,,Voor mij doet-ie alles'', zegt Anky.

Als ruiter is zij het cognitieve deel van de eenheid. Zij denkt; ze heeft een plan en een strategie. Ze is zich bewust van wat het paard aankan; ze weet van de concurrentie, van de jury en nog veel meer. Maar het wezenlijke contact gebeurt niet op het niveau van weten en denken, want daar is het paard niet. Contact is er op het animale niveau van lichaams- en omgevingsbewustzijn, van voelen en zijn. ,,Tijdens de kür dacht ik niet aan medailles'', zegt Anky. ,,Ik dacht alleen maar: geniet hier nou maar van.''

Een organisatie is in zeker opzicht als een paard. Ook al werken er talloze rationele mensen, toch zit er altijd een element in dat niet in ratio te vangen is. Noem het cul-tuur of groepsgeweten, het vormt een werkelijkheid die zich van spreadsheets niets aantrekt, maar die je als leider niet mag negeren. Als je een organisatie wilt aansturen, moet je weten dat je met iets organisch bezig bent, en dat het wezenlijke daarvan ligt in het animale. De menner en de manager moeten twee registers beheersen. Hun eigen bijdrage ligt in het cognitieve, in de hersens, het denken. Maar dat blijft betekenisloos in de ruimte zweven als er geen verbinding is. Dat contact gaat via het animale, de sfeer waar het dier in leeft. Het is aanraking, gevoel ergens voor hebben, in touch zijn. Het is meer dan buikgevoel, want dat gaat alleen maar over je eigen buik. Wat je ook moet voelen is wat er buiten jezelf gebeurt, bij jou en je paard of je team, en tussen jullie beide.

De techniek en de conditie moeten in orde zijn, maar ook dan bieden hersens en gevoel samen nog geen garantie voor succes of Olympisch goud. De derde factor, vertrouwen, is de katalysator. Stel je voor hoe het is om paard te zijn. Wat je ziet is voor je. Wat achter op je rug zit, dat zie je niet. En toch zou je moeten draaien als daar het signaal `draai' vandaan komt, en springen bij de aanzet tot een sprong? Dat doe je alleen als je hebt geleerd dat die rugzitter volmaakt en onvoorwaardelijk te vertrouwen is. Hoe? Door eindeloos vaak te springen en te draaien en daar goede ervaringen mee te hebben.

Denken, daar zijn wij goed in, daar hebben we van die grote hersenpannen voor. Voelen is de tweede stap, en vertrouwen de derde. Maar dat gevoel, dat verbonden zijn met de animale sfeer is vaak een probleem. Veel mensen zijn het contact kwijt met hun eigen animale wezen, met hun basisfuncties. Hoe is het om te ademen, te proeven? Hoe voelt een snik, of het genot van een rulle handdoek over je vel, of een massage rond je vermoeide ogen? Wie heeft verleerd het animale in zijn lijf te voelen – want elke baby kent het – kan niet verbonden zijn met het animale in zijn team.

Uiterlijk succes blijft mogelijk, maar het zal een dor, vreugdeloos en cerebraal succes zijn, gebaseerd op kille ambitie van de menner, en op angst voor de zweep bij het team. Wie dat wenst, voor zichzelf en voor anderen, mag het zeggen.

Salinero voelde Anky achter zich als een onvoorwaardelijk te vertrouwen deel van zichzelf. Maar ook zij wist iets achter zich dat ze niet zag. Ze sprak over haar vader, de steun en toeverlaat die haar op haar zevende voor het eerst op een paard zette en vorig jaar overleed: ,,Ik vertrouw erop dat hij van boven heeft meegekeken.'' Wie zich in één opzicht openstelt, zal ervaren dat hij op veel manieren verbonden is.