Onafwendbaar op koers naar Betuwelijn

Lobbygroepen en rapporten waren de munitie van het kabinet om tot de Betuweroute te besluiten. Maar wie nou op welk moment besloot dat de lijn er moest komen, blijft onhelder.

Het was kloppen op een dichte deur. Zo ervoer althans de binnenvaartlobby de afgelopen jaren de gesprekken met het ministerie van Verkeer en Waterstaat, de Tweede Kamer en de media. Scheepvaart was `uit', spoor was `in', zo simpel was het.

Directeur De Vries van binnenvaartvereniging Koninklijke Schuttevaer concludeerde dan ook dat de Betuweroute er móést komen. ,,En dat terwijl we met vijftig extra schepen die hele route weg varen'', zei De Vries voor de Tijdelijke Commisie Infrastructuurprojecten. Deze Tweede-Kamercommissie doet onderzoek naar kostenoverschrijdingen bij de Betuweroute en de HSL-Zuid. Zij probeerde gisteren voor ogen te krijgen wanneer de Betuweroute op de politieke agenda verscheen. Dat lukte maar ten dele. 's Ochtends had de vroegere topambtenaar van Economische Zaken Ad Geelhoed een inkijkje gegeven in de ambtelijke voorbereiding van grote projecten. Maar daarmee werd niet duidelijk wanneer de Betuweroute als concreet project in beeld kwam.

Commissielid Koopmans (CDA) ondervroeg gisterenmiddag Neelie Kroes, van 1982 tot 1989 minister van Verkeer. Kroes (VVD) had in 1988 nog geijverd voor een betere benutting van bestaande (water)wegen en spoorlijnen. Dat kwam voornamelijk omdat er geen geld was voor echt grote investeringen, zo zei ze. Maar langzamerhand drong het besef door dat de bestaande infrastructuur de goederenstroom niet alleen kon verwerken.

Vanuit de Rotterdamse haven was toen al enige jaren een intensieve lobby aan de gang voor een spoorlijn van de haven naar Duitsland. Oud-directeur Wormmeester van het containerbedrijf ECT vertelde dat hij als vanzelfsprekend ,,overal was waar de minister was''. Wormmeester, vanaf 1972 directeur van ECT, begon al ,,op dag één'' met ,,nadenken over infrastructuur''. Hij vond het allemaal nogal simpel: ,,Een container is een vrachtwagen zonder wielen. Die kan over de weg of over het spoor. De weg slibte dicht, dus moest het over het spoor''. En het rijk moet dat betalen, zei hij stellig. ,,Ik zal als ondernemer nooit meebetalen aan een spoorlijn.''

Kroes stelde in 1989 een commissie in, de Commissie-Van der Plas, waarin voornamelijk belanghebbenden zaten (Shell, Hoogovens, NS, ECT, haven). Zij ontkende gisteren dat daarmee op voorhand al duidelijk was wat de conclusie van deze commissie zou zijn. Dat de commissie binnen acht weken adviseerde meer aan het spoor te doen was volgens Kroes dan ook slechts ,,een teken van de tijd''. Het goederenvervoer per spoor kromp drastisch, terwijl het containervervoer enorm groeide. ,,Dat kan niet, zeiden wij. Weg en water is te weinig om alles af te voeren. Ga eens kijken of we bij dat spoor het lek boven water krijgen''.

De commissie adviseerde de minister ook te zoeken naar ,,onorthodoxe financieringsmethodes''. Die vormden de basis voor de (mislukte) pogingen van het rijk het bedrijfsleven mee te laten betalen aan de Betuweroute. De politieke beslissing voor de Betuweroute werd overigens genomen door Kroes' opvolgster, Hanja Maij-Weggen (CDA). Zij wordt later gehoord.

Nadat de politieke beslissing intern genomen was, verzocht het kabinet begin jaren negentig enkele adviseurs om rapporten op te stellen over de economische haalbaarheid van de Betuweroute. Het idee bestaat bij de commissie dat het departement de nut en noodzaak-discussie die gevoerd moest worden heeft proberen te beïnvloeden door selectief te citeren uit de stapels rapporten.

Vanmorgen verscheen onder meer onderzoeker Van Schijndel van adviesbureau Knight Wendling voor de commissie. Van Schijndel verklaarde zich te hebben verbaasd over de opdracht die zijn bureau in 1992 kreeg van het departement. ,,Wij moesten berekenen wat er zou gebeuren als de Betuwelijn niet aangelegd zou worden. Het was alles of niets, een Betuweroute of een zogenoemd nul-alternatief.'' Dergelijk onderzoek is economisch gezien betrekkelijk onnauwkeurig, zei ook het Centraal Planbureau. Van Schijndel zei dat er binnen het onderzoeksbureau veel discussie geweest is om ook een alternatief met investeringen in de binnenvaart mee te nemen, maar ,,dat was niet de opdracht''. Mede op basis daarvan heeft Knight Wendling ook tegen het departement gezegd dat het onderzoek zo beperkt was, dat op basis daarvan geen politieke besluiten genomen zouden moeten worden. Volgens Van Schijndel zou het departement ,,het op prijs stellen als de uitkomst van het onderzoek positief zou zijn''. Maar van druk uit het departement was geen sprake.

Oud-McKinsey-onderzoeker Paauwe, die in 1992 opdracht kreeg van het ministerie onderzoek te doen naar de economische aantrekkelijkheid van de Betuweroute, stelde dat het departement vooral keek naar de meest optimistische scenario's. De hele rapportage van McKinsey was gebaseerd op een macro-economisch scenario van het Centraal Planbureau, hetgeen ,,grote onzekerheden met zich meebrengt'', aldus Paauwe. Minister Maij-Weggen verklaarde later aan de Kamer dat op basis van rapporten van onderzoekers (McKinsey en Twynstra Gudde) het kabinet de Betuwelijn zo snel mogelijk wilde aanleggen. ,,Maar wij hebben nooit gezegd: doen!'', aldus Paauwe.