Nederland moet idee integratie opgeven

Van veel kanten in ons land is de multiculturele samenleving dood verklaard. Maar het medicijn voor de spanningen in de samenleving kan nooit `integratie' zijn, als daar in feite assimilatie mee wordt bedoeld, vindt Hans Siebers.

Volgens de Britse schrijver Neal Ascherson (Opinie & Debat, 28 augustus) is de multiculturele samenleving gebaseerd op angst en heeft zij haar langste tijd gehad. In dezelfde krant staat de recente film van Ayaan Hirsi Ali en Theo van Gogh, Submission, aangekondigd. De makers relateren allerlei vormen van geweld tegen vrouwen direct aan koranteksten. Twee aanvallen op het multiculturalisme in één krant. Wat zeggen ze ons over de huidige Nederlandse samenleving?

Ascherson stelt dat westerse samenlevingen een stapsgewijze ontwikkeling doormaken. Vroeger ging het erom de `anderen' te assimileren en werden die onderworpen door de etnische meerderheidsgroep. Nu domineert multiculturalisme het politieke debat en krijgen `anderen' hun eigenheid erkend, als een van de vele etnische of culturele groepen in de multiculturele samenleving. Maar volgens Ascherson is multiculturalisme inherent gevaarlijk, want het schept de voedingsbodem voor etnisch geweld. Hij noemt voorbeelden van dergelijke samenlevingen die hun einde vonden in een etnisch bloedbad.

Die gevaarlijke kant aan het multiculturalisme is in Nederland wellicht herkenbaarder dan we in eerste instantie zouden verwachten. In het ideaal van de multiculturele samenleving, zoals dat zich hier in de jaren '80 en '90 heeft ontwikkeld, werden individuen begrepen als onderdeel en vertegenwoordigers van `culturen'. De maatschappij als geheel werd gezien als een mozaïek aan gemeenschappen met ieder een eigen cultuur. Die culturen en de relaties ertussen werden gedefinieerd in cultuurrelativistische termen. Dat betekent dat culturen gelijkwaardig zijn aan elkaar en dat ze alleen in hun eigen termen kunnen worden begrepen. Dit had twee belangrijke gevolgen. Kritiek op andere culturen werd onmogelijk. En doordat culturen als samenhangende en alomvattende gehelen werden opgevat, bleven interne conflicten en tegenstrijdigheden buiten beeld.

Cultuurrelativisme heeft een positieve rol gespeeld als kritiek op westers kolonialisme, etnocentrisme en superioriteitswaan. Het heeft bovendien de basis gelegd voor de legitimatie van de aanwezigheid van de `ander' hier. `Zij' mogen er wezen, omdat `zij' in cultureel opzicht een verrijking van `onze' samenleving zouden vormen. Maar zelfs een milde vorm van kritiek op de andere cultuur haalt meteen het hele ideaal onderuit en tast daarmee onmiddellijk het bestaansrecht en aanwezigheidsrecht van de `ander' aan. Dat angstscenario zat ingebakken in het ideaal van multiculturalisme.

Nu `onze' multiculturele heiligen van hun voetstuk zijn gevallen zonder een andere geloofwaardige basis voor kritiek, is verering omgeslagen in angst en paniek. Het multiculturalisme heeft de voedingsbodem gelegd voor deze omslag, die kan uitmonden in etnische conflicten. Vergeet daarbij niet dat het steeds om `onze' beelden van `hen' is gegaan, waaraan zij zelf veelal part noch deel hebben gehad.

Als we Ascherson mogen geloven, lopen we in Nederland voorop. Immers, hier heeft multiculturalisme al sinds enkele jaren afgedaan, ten grave gedragen door eerst Frits Bolkestein en later Paul Scheffer en Pim Fortuyn. In het debat durft vrijwel niemand het meer aan om zich er openlijk mee te identificeren. Ascherson geeft twee scenario's aan voor de tijd na het multiculturalisme: het eerder genoemde angstscenario van etnisch geweld of het hoopscenario, in de vorm van een democratische samenleving waar individuen individuele levenskeuzes maken, bevrijd uit de greep van etnische categorieën. Dat roept de vraag op langs welk van die twee scenario's onze samenleving zich ontwikkelt.

Het lijkt erop dat het streven naar assimilatie nieuw leven is ingeblazen. Daarmee hebben we een stap terug gezet naar Aschersons eerste fase. In het debat heeft het streven naar integratie immers de plaats ingenomen van multiculturalisme, zonder dat duidelijk is geworden wat we er wel en niet onder verstaan. In de praktijk komt het hanteren van een dergelijk ongedifferentieerd en daarmee totaliserend begrip van integratie neer op het streven naar totale aanpassing van de `ander', met ander woorden: assimilatie.

Het streven naar integratie heeft als voordeel dat het betrokkenen niet langer opsluit in hun cultuur of gemeenschap zoals in het multiculturalisme. Het opent de mogelijkheid voor erkenning van individuele waardigheid. Het is echter maar de vraag of de totale aanpassing die van betrokkenen wordt gevraagd, hen niet juist van ons vervreemdt. Worden daarmee de verschillen tussen groepen niet op de spits gedreven en slaat het integratiestreven niet om in zijn tegendeel?

Nogal wat niet-westerse allochtonen, ook mensen die hier zijn geboren, vertellen dat zij de laatste jaren opeens de druk zijn gaan voelen om hun verblijf hier te rechtvaardigen. Uit eigen onderzoeksprojecten naar het functioneren en de loopbaanontwikkeling van niet-westerse allochtonen binnen arbeidsorganisaties blijkt dat we ver verwijderd zijn van wat Ascherson omschrijft als de ontbinding van beschermende carrièrestructuren en groepsconformiteit ten gunste van individuele levenskansen. Etniciteit maakt verschil op de Nederlandse werkvloer.

De film Submission kan tegen deze maatschappelijke achtergrond niet alleen als een biografisch statement van Ayaan Hirsi Ali worden opgevat, hoe begrijpelijk de inhoud ervan ook is in het licht van haar persoonlijke ervaringen. Haar verhaal in VPRO's Zomergasten maakt haar wrok invoelbaar, maar de film is contraproductief voor wat ze wil bereiken.

Ze wil geweld tegen vrouwen aan de kaak stellen vanuit haar liberale overtuiging. Wat ze echter doet staat haaks op haar liberale uitgangspunten, zowel in analytisch als strategisch opzicht. In haar film en haar uitleg erover legt ze een directe relatie tussen moraal (koran) en praktijk (geweld tegen vrouwen), alsof het eerste verantwoordelijk zou zijn voor het laatste. Maar de relatie tussen (heilige) tekst en praktijk is veel gecompliceerder dan zij veronderstelt. Verschillende religieuze stromingen denken daar bovendien verschillend over. Ayaan Hirsi Ali volgt uitgerekend een fundamentalistische redenering door een directe relatie te leggen tussen religieuze tekst en menselijke praktijk. Ze denkt in strijd met het liberalisme als ze geweld wil verklaren door teksten. Daarmee brengt ze de individuele verantwoordelijkheid immers buiten beeld, een van de kernpunten van het liberalisme. Of je nu voor of tegen Allah bent, vanuit een liberaal standpunt kun je Hem toch moeilijk de schuld geven voor wat sommige mannen met `hun' vrouwen doen.

Niet alleen de redenering is strijdig met het liberalisme, ook het effect. Door zo frontaal en provocerend de islam aan te vallen en onvoorwaardelijk verantwoordelijk te stellen voor geweld en onderdrukking, scheer je allen die zich op de een of andere wijze verbonden weten met de islam of de islamitische traditie, over één kam. Dat versterkt juist groepsvorming, werkt polarisering in de hand en verkleint daarmee de ruimte voor slachtoffers van geweld om voor zichzelf op te komen. Het sluit betrokkenen juist op in etnisch-religieuze groepsvorming en voedt totaliserende opvattingen en etnisering.

Ayaan Hirsi Ali wil een bijdrage leveren aan Aschersons hoopscenario in termen van individualiteit en democratie, maar in de huidige maatschappelijke context draagt haar film juist bij aan het realiseren van diens angstscenario van verdere etnisering.

Dat betekent niet dat we weer de andere kant op moeten kijken, zoals onder het multiculturalisme. Het betekent wel dat we de problemen moeten aanpakken met de instrumenten die onze eigen instituties bieden. Dat houdt onder andere in het opsporen en vervolgen van criminaliteit, zoals geweld tegen vrouwen, zonder aanziens des persoons. Of die persoon moslim, katholiek, liberaal is of in wat dan ook gelooft of tot welke groep dan ook behoort, doet niet ter zake. Het betekent ook vertrouwen winnen en het gesprek aangaan, zodat je betrokken individuen – waaronder mogelijke slachtoffers – kunt bereiken. Dat houdt in dat je individuen de kans geeft om zich een plek op de arbeidsmarkt te verwerven. Die markt werkt immers niet met groepen.

In dat verband moeten al diegenen die proberen in de luwte van het publieke debat vanuit een specifieke invalshoek concrete problemen in de wijken, bedrijven en scholen aan te pakken, maar weer eens voor het voetlicht worden gehaald. Van politici mag worden verwacht dat zij de politiek niet slechts als forum gebruiken om hun eigen opvattingen en gevoelens te ventileren. Zij hebben een eigen specifieke verantwoordelijkheid. Dat betekent nu eenmaal soms het in toom houden van je eigen biografie. Bovendien, democratie verdraagt zich slecht met totaliserende begrippen als `cultuur', `gemeenschap' en `islam'. De termen en een ongedifferentieerd concept als `integratie' brengen Aschersons angstscenario van etnische polarisering dichterbij. In Nederland bestaat in dit opzicht een schrijnend gebrek aan toekomstvisie en de discussie wil maar niet van de grond komen. Waar gaan we heen? Voorbij de integratie wellicht?

www.nrc.nl/opinie

Artikel Ascherson

Hans Siebers is docent Organisatiewetenschappen aan de Universiteit van Tilburg.