Na de kanonnen volgt de boter

Terrorisme en veiligheid domineren de verkiezingscampagnes in de VS. Dat kan morgen veranderen met de publicatie van cijfers over de werkgelegenheid.

Keert na vanavond, als president Bush de Republikeinse Conventie in New York afsluit, de rust even terug in de Amerikaanse verkiezingscampagne? Reken er niet op. Morgen kan de race een impuls krijgen als de werkgelegenheidscijfers over augustus worden gepubliceerd.

De binnenlandse veiligheid, de oorlog tegen het terrorisme en de strijd in Irak mogen dan de voornaamste politieke thema's zijn in de opmaat van de verkiezingen op 2 november, economische ontwikkelingen zijn van even groot belang. Op dat gebied doet zich een opmerkelijk fenomeen voor, dat de campagne dit jaar van tijd tot tijd beheerst: het gat tussen de theoretische prestaties van de Amerikaanse economie en de bijbehorende banengroei.

Bij het economisch herstel, zoals dat onder het bewind van Bush heeft plaatsgevonden, is het gebruikelijk dat de ontwikkeling van de werkgelegenheid wat achterloopt. Ondernemers wachten eerst even of de verbeterende omstandigheden doorzetten, voordat zij weer mensen in dienst nemen. Bij elk conjunctureel herstel is er wel een fase waarin het geduld opraakt, en de term `baanloze groei' opgeld doet.

Ook ditmaal speelt jobless growth een rol in de campagne. Maar nu lijkt er meer reden toe dan anders. In de loop van vorig jaar en de eerste maanden van 2004 begon de onrust al wat toe te nemen, toen de banengroei wel erg lang uitbleef. Daarna groeide het aantal banen opeens verrassend snel: met tussen 300.000 en 400.000 per maand in maart en april. Maar sindsdien is de vaart er weer uit. Groot was de schok toen vorige maand bleek dat er in juli maar 32.000 banen bijgekomen waren. Analisten hadden een groei van 240.000 verwacht.

Vandaar dat de verwachtingen hoog gespannen zijn voor morgenmiddag, als de banengroei (de zogenoemde non-farm payrolls) over augustus bekend wordt. Het is het voorlaatste cijfer vóór 2 november. Enkel op de eerste vrijdag van de maand oktober komen de cijfers nog over de banengroei in september. Analisten verwachten gemiddeld een banengroei van 158.000 over augustus, volgens een peiling van Bloomberg.

Maar in werkelijkheid is de banengroei eigenlijk niet te voorspellen. Seizoenscorrecties, die bij maandvergelijkingen zwaar wegen, zijn enorm. De manier waarop de banengroei wordt gepeild – een steekproef onder bestaande ondernemingen – heeft als nadeel dat geschat moet worden wat niet te peilen is: de verdwenen of juist opgerichte eenmanszaken en bedrijven. Deze `birth/death rate' kan in de 90.000 lopen. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat achteraf forse correcties van de cijfers volgen. Dat was ook vorige maand het geval: niet alleen kwam de banengroei over juli schrikbarend laag binnen, ook die over mei en juni werd flink verlaagd.

Zo groeit de discrepantie tussen de groei van de economie, over heel 2004 waarschijlijk meer dan 4 procent, en die van de werkgelegenheid. De zakenbank Morgan Stanley berekende dat er, als de werkgelegenheidsgroei zich net zo had ontwikkeld als na de vorige zes recessies, er nu 8,1 miljoen banen méér bij hadden moeten komen.

Maar waarom blijft de werkloosheid dan zo laag, op 5,5 procent? Dat komt omdat die is gebaseerd op een andere peiling. Hier telt de landbouwsector bijvoorbeeld wel mee, en ook mensen die onbezoldigd familie helpen of op onbetaald verlof zijn (gestuurd). Die zijn, volgens deze definitie, aan het werk en dus niet werkloos.

Al met al zijn de werkgelegenheidsstatistieken dus niet zo eenduidig als het lijkt. Er kunnen maanden zijn dat er alleen statistisch banen bijkomen, terwijl er in werkelijkheid niets is gebeurd. En andere maanden kan de banengroei weer schromelijk zijn ondergewaardeerd in de officiële cijfers. Munitie genoeg voor de spin-doctors van zowel het Democratische als het Republikeinse kamp.

Feit blijft dat de werkelijke discussie zich concentreert op de vraag hoeveel Amerikanen hebben gedeeld in het economisch herstel onder het bewind van Bush. Een bevolkingsonderzoek van het Census Bureau, dat vorige week werd gepubliceerd, stelt dat er tussen 2001 en eind 2003 4,3 miljoen mensen onder de armoedegrens zijn gezakt. Ook het gemiddelde gezinsinkomen is gezakt. En er zijn 5,2 miljoen mensen bijgekomen die geen ziektekostenverzekering hebben.

Veel hangt af van de vraag of dat in 2004 ten goede is gekeerd. De banengroei morgen geeft daar een nieuw inzicht in. Dan gaat het even niet om de guns, maar om de butter.

    • Maarten Schinkel