Lijnen als ploegvoren in het land

Dat is misschien wel het mooiste van de kleine tentoonstelling van tekeningen van Ben Akkerman in Den Haag: dat die laat zien hoe nauw lijn en landschap in de Nederlandse kunst met elkaar zijn verbonden. Lijnen als ploegvoren tekent Akkerman, als sloten en als rietkragen, al zijn ze uiteindelijk niet meer als zodanig te herkennen. Daarmee past Akkerman in een stevige traditie. Die begon natuurlijk bij Mondriaan, die vanaf 1910 zijn bomen en naakten en landschappen steeds verder reduceerde tot abstracte lijnenspelen. Vervolgens zie je een soortgelijke ontwikkeling terug bij kunstenaars zo divers als Edgar Fernhout, Marien Schouten en bij een jonge fotograaf als Gerco de Ruijter – het land als leidraad.

Het aardige aan deze Ben Akkerman-tentoonstelling is dat die ontwikkeling bij hem heel precies te volgen is. Als jonge kunstenaar maakt Akkerman (1920) nog, geheel in de geest van de tijd, donkere krijttekeningen, in de traditie van Vlaams en Duits expressionisme. Maar al snel worden zijn lijnen dunner en de beelden soberder. Dan, rond 1956, komt de omslag: Akkerman gaat witter papier gebruiken en zijn lijnen worden zo dun dat ze bijna lijken te trillen in het licht. Vanaf dat moment gebruikt hij, geheel in de geest van Mondriaan, ook nauwelijks bogen of cirkel meer: bijna allemaal rechte lijnen zijn het, die toch op wonderbaarlijke wijze fabrieksterreinen, schoorsteenpijpen en schuren vormen – meestal in Twente, waar Akkerman alweer meer dan vijftig jaar door het landschap dwaalt.

Het bijzondere aan deze ontwikkeling blijkt al snel: al lijnen zettend en zich baserend op het landschap komt Akkerman al begin jaren zestig op lijncomposities die sterk doen denken aan tekeningen die een minimalistische kunstenaar als Sol LeWitt tien jaar later gaat maken. Vervolgens verdwijnt bij Akkerman inderdaad iedere verwijzing naar de concrete wereld, maar voor de toeschouwer in Den Haag is de suggestie dan al lang niet meer te missen: zelfs de soberste schuine lijnen en rasterpatronen zijn gebaseerd op de blik naar buiten.

Hoe sterk Akkermans band met het landschap is, blijkt ook uit de serie van twaalf zwartwitfoto's uit de jaren zestig die (zover ik weet) in Den Haag voor het eerst worden geëxposeerd. Op die foto's (van weilanden, sloten, afrasteringen) wordt duidelijk hoezeer Akkerman in zijn omgeving altijd naar abstractie heeft lopen speuren. Dat idee wordt nog eens versterkt doordat ze allemaal zijn afgedrukt in scherp licht-donkercontrast. Daardoor springt vooral het Twentse gras in het oog: dat is zo wit dat het lijkt of Akkerman iedere grashalm met een etsnaald in het zwart heeft gekrast. Zo werpt deze kleine tentoonstelling een mooi, verhelderend licht op het oeuvre van Akkerman, die vooral bekend is als schilder van sobere `rechtlijnige' abstracte doeken. Wie deze tekeningen ziet begrijpt nu waar Akkerman altijd naar heeft gezocht: zijn lijn ligt in het landschap.

Tentoonstelling: Ben Akkerman, Tekeningen. T/m 3/10 in het Gemeentemuseum, Stadhouderslaan 41, Den Haag. Di t/m zo 11-17u. Inl. www.gemeentemuseum.nl