Juich niet voor Bush of Kerry, maar voor de VS

De Amerikaanse verkiezingen zijn een wereldverkiezing waarin de wereld geen stem heeft, stelt Timothy Garton Ash.

Welkom bij de belangrijkste Amerikaanse verkiezing sinds mensenheugenis. Een wereldverkiezing, waarin de wereld geen stem heeft. Nog eens vier jaar Bush kon wel eens de bevestiging betekenen van de zelfvernietigende fobie van miljoenen moslims tegen het westen, van de Europese vijandigheid jegens Amerika en van de financiële ondergang van de Verenigde Staten.

Laat u niet wijsmaken dat het allemaal lood om oud ijzer is. Laat u niet ontmoedigen door de pogingen van John Kerry om `Busher dan Bush' te zijn als hij de president aanvalt in plaats van bijvalt wanneer deze per ongeluk toegeeft dat deze `oorlog tegen de terreur' niet te `winnen' is op de manier waarop de Tweede Wereldoorlog werd gewonnen. Los van het electorale theater weet Kerry dat dit waar is. Als president zou hij net zo handelen – en de verandering zou voor ons allemaal een enorm verschil maken.

De Amerikaanse verkiezing zal voor Europa veel meer gevolgen hebben dan de laatste Europese verkiezingen. Toch lijken wij maar heel weinig te kunnen doen om de uitkomst te beïnvloeden. We voelen ons als een toeschouwer wiens hele spaargeld op één partij van één bokser is gezet. Het enige dat we kunnen doen is langs de ring ons de longen uit het lijf schreeuwen. Alleen moeten we ook weer niet te hard voor Kerry schreeuwen, want dan helpen we misschien zijn tegenstander wel – vooral als we in het Frans schreeuwen.

De kans dat George W. Bush wint, hangt af van de kwestie of hij genoeg Amerikaanse zwevende kiezers weet te overtuigen dat zijn verhaal over `Amerika in oorlog' waar is. Terwijl zijn trouwe volgelingen de beschuldigingen financieren dat John Kerry niet helemaal de waarheid heeft verteld over zijn persoonlijke oorlogsverhaal in Vietnam, geldt voor de hele campagne van de president dat hij een onwaar oorlogsverhaal verkoopt.

,,Net als de Tweede Wereldoorlog'', verklaarde hij onlangs, ,,begon de oorlog die wij nu voeren met een meedogenloze verrassingsaanval op Amerika.'' Zeg dat maar eens tegen de Polen. Of tegen de Britten. Of tegen de Fransen. Maar voor president Bush begon de Tweede Wereldoorlog pas bij de Japanse aanval op Amerika in Pearl Harbor.

De analyse van het heden is al net zo slecht als die van de geschiedenis. Telkens weer wordt de `War on Terror' vergeleken met de Tweede Wereldoorlog of de Koude Oorlog. Er is maar één manier om de `WOT' te winnen, zei Bush' belangrijkste politieke adviseur Karl Rove tegen een gehoor van jonge Republikeinen in de aanloop naar de Conventie, en dat is door ,,de vijand tot de verste uithoek van de wereld te achtervolgen en hem volledig te vernietigen''. Was het maar waar. ,,Hem volledig te vernietigen'', roept Karl Rove. Maar wie is `hij'? Osama bin Laden? Een Palestijn die een zelfmoordaanslag pleegt? Een Iraanse mullah? De Onbekende Terrorist? De kern van deze nieuwe soort strijd is nu juist dat er niet duidelijk één leider of één bewind valt aan te wijzen, geen Hitler of Sovjet-Unie, die dan vernietigd kunnen worden.

Als we aanvaarden – en dat kunnen we maar beter doen – dat we te maken hebben met een reeks ernstige nieuwe dreigingen en dat het islamistisch terrorisme daarvan niet de minste is, welke rol speelt dan het militair geweld in een vermindering van deze dreiging? Een veel kleinere dan in eerdere oorlogen. Als het militair geweld voor 80 procent verantwoordelijk was voor de overwinning van het westen in de Tweede Wereldoorlog en misschien – door het uitwerking van de wapenwedloop op de Sovjet-Unie – voor 30 procent voor de overwinning van het westen in de Koude Oorlog, dan zal het nog maar voor 10 of 15 procent verantwoordelijk zijn voor het winnen van deze strijd.

De overwinning zal afhangen van moed, beslistheid, de vastberadenheid om te verdedigen waaraan wij waarde hechten - het is terecht dat de Amerikanen ons hieraan herinneren. Ze zal afhangen van bekwaam inlichtingen- en politiewerk. Maar ze zal vooral afhangen van aandacht voor de politieke en economische oorzaken van het terrorisme, teneinde de moerassen droog te leggen waarin de Al-Qaeda-muskieten gedijen en de magnetische aantrekkingskracht van onze eigen vrije maatschappij vrij baan te geven. In dit opzicht is Bush nu juist zo'n ramp geweest.

Een verrassend groot aantal Amerikanen ziet dit in. In een opiniepeiling van Pew zei laatst 67 procent van de ondervraagden dat de Verenigde Staten in de wereld minder worden gerespecteerd, terwijl 43 procent dit een belangrijk probleem vond. Het is niet alleen wishful thinking dat de Democraten almaar hameren op het argument dat Bush het aanzien van Amerika bij zijn traditionele bondgenoten en vrienden heeft bedorven. Ze weten dat dit stemmen trekt.

Misschien zijn wij dus wel helemaal niet zulke machteloze toeschouwers langs de ring. Akkoord, we hebben geen stem. En als we Kerry te hard toejuichen, zou dat zijn tegenstander kunnen helpen. Maar de meeste deelnemers aan de Olympische Spelen bevestigen het belang van het publiek. Anders dan gebruikelijk is, gaat deze Amerikaanse verkiezing evenzeer over de gebeurtenissen en reacties buiten de grenzen van Amerika als over binnenlandse thema's, waaronder ook `the economy, stupid'.

Het zou natuurlijk rampzalig zijn als alleen die Europese landen uitdrukkelijk Kerry zouden steunen die tegen de oorlog met Irak waren. Dat zou geloofwaardigheid verlenen aan de bitse schimpscheut van de conservatieve senator Mitch McConnell dat ,,Kerry onze buitenlandse politiek aan Parijs en Berlijn wil uitbesteden''. Het zou nog erger zijn als de landen die de oorlog in Irak hebben gesteund, met name Groot-Brittannië, Polen en Italië, Bush ook maar de indruk zouden geven dat hij hun steun kan blijven genieten als hij doorgaat zoals hij sinds 2001 bezig is. Het zou dus dom zijn als de Europese regeringen een van beide kandidaten zouden steunen; dat kunnen ze wel aan ons officieuze Europeanen overlaten. Maar de Europese leiders kunnen wel duidelijk de voorwaarden opsommen waaronder Europa bereid is ten volle met de VS samen te werken om de dreiging van het terrorisme terug te brengen tot het lagere peil van vroeger. Als we onze nuances even inslikken, zouden we zelfs kunnen zeggen ,,om de oorlog tegen de terreur te winnen''. Langs de ring van de wereldverkiezing zouden we niet moeten juichen voor Europa, of voor Bush, of zelfs voor Kerry, maar voor Amerika. En dan weten zij wel welk Amerika we bedoelen.

Timothy Garton Ash is schrijver en historicus. Hij is verbonden aan het St. Antony's College in Oxford.

    • Timothy Garton Ash