Geweld bij vorige massagijzelingen

Bij vorige massagijzelingen door Tsjetsjenen gebruikten de Russische autoriteiten uiteindelijk geweld. Ditmaal zijn de gijzelaars echter kinderen.

Wat kan een overheid beginnen tegen zwaarbewapende, uiterst gemotiveerde guerrillastrijders die honderden ongewapende burgers in hun macht hebben, niet aarzelen om mensen dood te schieten en zelf niet bang voor de dood zijn? De massagijzeling in Beslan is de vijfde van deze aard in het Tsjetsjeense conflict.

In drie van de vier vorige gevallen grepen de autoriteiten uiteindelijk met grof geweld in. In het vierde geval gebeurde dat niet – maar die gijzelactie speelde zich ook niet binnen het bereik van de Russische autoriteiten af.

In juni 1995 namen Tsjetsjeense rebellen in een ziekenhuis in de Zuid-Russische stad Boedjonnovsk twaalfhonderd mensen in gijzeling. Tijdens de actie en twee mislukte pogingen van de Russen, de gijzelaars met geweld te bevrijden, kwamen meer dan honderd mensen om het leven. Tandenknarsend moesten de Russen uiteindelijk instemmen met een vrije aftocht van de rebellen.

In januari 1996 sloegen de Tsjetsjenen voor de tweede keer met een massagijzeling toe. Drieduizend mensen werden in een ziekenhuis in Kizliar in Dagestan – buurrepubliek van Tsjetsjenië – in gijzeling genomen. De rebellen brachten een groot aantal van hun gijzelaars in bussen over naar Pervomajskoje op de grens met Tsjetsjenië. Daarop openden de Russen vanaf de grond en vanuit de lucht het vuur op de rebellen. Het resultaat: vrijwel alle rebellen ontsnapten naar Tsjetsjenië, maar 23 gijzelaars vonden de dood.

Op 23 oktober 2002 bezette een commando van 41 Tsjetsjenen in Moskou een theater met meer dan achthonderd mensen. Na drie dagen gingen de Russen tot de aanval over: ze pompten een verdovend gas in het theater, om zowel de gijzelaars als de Tsjetsjenen te bedwelmen, en bestormden het gebouw. Het gas had echter een verkeerde samenstelling. 129 gijzelaars kwamen om het leven. Ook alle Tsjetsjenen werden gedood.

Drie massakapingen, drie keer grof geweld van de kant van de autoriteiten. Dat het ook anders kan, toonden de Turkse autoriteiten aan bij de kaping van een Russische veerboot op de Zwarte Zee door zes pro-Tsjetsjeense Turken, twee Tsjetsjenen en een Georgiër, in januari 1996. Ze dreigden het schip, dat op weg was van Trabzon naar Sotsji aan de overkant van de Zwarte Zee, met zijn tweehonderd voornamelijk Russische passagiers op te blazen. Ze voeren naar Istanbul, omsingeld door oorlogsschepen, maar gaven na drie dagen hun actie op omdat ze hun doel – het informeren van de wereld over het wrede optreden van de Russen in Tsjetsjenië – bereikt achtten. De negen kapers kregen na een kort proces acht jaar gevangenisstraf; vier van hen ontsnapten binnen anderhalf jaar.

De gijzelingsactie in Beslan in de Russische deelrepubliek Noord-Ossetië is de eerste waarbij veel kinderen zijn betrokken. Het Russische blad Moskovski Komsomolets putte daaruit de hoop dat de Russische autoriteiten ditmaal afzien van een gewelddadige oplossing. ,,We weten hoe onbuigzaam onze autoriteiten zijn als het gaat om volwassen gijzelaars'', zo schreef het blad vandaag. ,,Maar we weten niet wat ze zullen doen nu het gaat om de levens van kinderen. Mogelijk binden ze in nu het om kinderen gaat.''