`Geen teken van Iraans kernwapen'

Er is nog geen enkele aanwijzing gevonden dat Iran werkt aan de ontwikkeling van kernwapens. Dat meldt het IAEA, het Internationaal Atoomenergie Agentschap, in een gisteren uitgekomen rapport.

Integendeel: voor de verdachte sporen hoogverrijkt uranium die het afgelopen jaar in het land werden aangetroffen heeft Iran een `plausibele' verklaring gegeven. Maar een eindoordeel is nog niet mogelijk, aldus het IAEA.

Het rapport verschijnt vlak voor de reguliere vergadering van de beheersraad van het IAEA in Wenen. De IAEA-inspecteurs prijzen de coöperatieve opstelling van Iran maar stellen vast dat die soms (te) traag op gang komt. De Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken voor wapenbeheersing, John Bolton, meent echter dat het rapport juist de kwade trouw van Iran aantoont. De VS willen de kwestie-Iran doorverwijzen naar de VN-Veiligheidsraad.

Het rapport (zie www.globalsecurity.org) beschrijft het inspectiewerk sinds eind mei. Het is het zesde sinds Iran begin 2003 zijn nucleaire programma begon te onthullen. De belangrijkste openstaande vraag is hoever Iran is gevorderd met de ontwikkeling van een gascentrifuge die veel geavanceerder is dan de P-1. De P-1, die waarschijnlijk kant-en-klaar van Pakistan werd betrokken, komt vermoedelijk overeen met de SNOR- of CNOR-centrifuge die begin jaren zeventig in Nederland is ontworpen. De Pakistaanse ingenieur A.Q. Khan stal het ontwerp.

Iran heeft verklaard dat de blauwdrukken voor de `P-2', een centrifuge die bestaat uit composiet-materiaal, al in 1995 van `intermediairen' werden betrokken. Maar de eigen ontwikkeling zou pas in 2002 zijn begonnen. Daarvóór zou uitsluitend de P-1 aandacht hebben gekregen. Het IAEA laat merken daaraan te twijfelen. Anderzijds lijkt het IAEA bereid te geloven dat de sporen hoogverrijkt uranium die op apparatuur zijn gevonden al aanwezig waren toen die werd geïmporteerd.

Het Iraanse besluit om, ondanks eerdere toezeggingen, weer centrifuges te gaan assembleren is in formeel overleg met het IAEA genomen. Eind juni berichtte Iran dat het zegels op door het IAEA verzegelde apparatuur moest verbreken om weer aan het werk te gaan. Het IAEA had geen middelen dat te verbieden en ging op 29 juni akkoord.

Min of meer terloops meldt het rapport dat Iran 37 ton gezuiverd uraniumerts (`yellow cake') wil omzetten in hexafluoride, de gangbare voeding voor gascentrifuges. Amerikaanse woordvoerders beschouwen dit als een aanwijzing dat Iran wel degelijk aan kernwapens werkt.