Windmolen nodig door klimaatverandering

Waarschijnlijk onbedoeld viel afgelopen zaterdag het pleidooi van D. Remmerts de Vries tégen windmolens samen met het beste argument om wél windmolens te bouwen in Nederland: extreem weer (Opinie & Debat, 28 augustus).

De reden waarom overal op de wereld windmolens gebouwd worden, heeft niet, zoals Remmerts beweert, te maken met het gat in de ozonlaag maar met klimaatveranderingen. Klimaatveranderingen die het gevolg zijn van de uitstoot van kooldioxide (CO2) door de verbranding van kolen, olie en gas voor onze energie.

De dag vóór Remmerts' artikel bevestigde het KNMI het zoveelste `extreem weer'-record van de afgelopen jaren. Officieel werd toen (met nog 5 dagen te gaan) ,,de natste maand augustus ooit'' vastgesteld. Er was toen al meer dan vier keer zoveel neerslag als normaal gevallen. Inmiddels is augustus 2004 officieel de natste maand ooit. Zelfs klimaatsceptici moeten toegeven dat het merkwaardig is dat zo'n herfstig record al in de zomer gevestigd wordt.

Over smaak valt niet te twisten en Remmerts hoeft windmolens niet mooi te vinden. Maar windmolens zijn naast schone biomassa en zonnepanelen eenvoudigweg noodzakelijk als we in Nederland droge voeten willen houden.

Overigens zijn de zorgen van Remmerts grotendeels onnodig: tegen 2020 staat namelijk 80 procent van de nu geplande windmolens vér buiten zijn gezichtsveld in de Noordzee. Van een klein deel van deze windmolens zijn op heldere dagen wat stipjes zichtbaar aan de horizon. En dat dan alleen op het strand van Egmond (waar de vrije horizon op dit moment aangetast wordt door een paar flinke olie- en gasplatforms).

Tegen die tijd heeft de windindustrie wereldwijd een omzet van 75 miljard, en zijn er een kleine 2 miljoen banen mee gemoeid. Het voorkomen van klimaatverandering kan dus uitstekend samengaan met economische vooruitgang. We moeten er dan wel alles aan doen om te zorgen dat een flink deel van die koek hier in Nederland terechtkomt.