Wilders is slachtoffer van kiesstelsel

Wie uit de pas loopt, krijgt problemen in zijn partij, zoals ook het Tweede- Kamerlid Geert Wilders (VVD) nu ervaart. Dat zegt iets over de VVD, maar meer nog over het Nederlandse kiesstelsel. Dat deugt niet, vindt Bart Jan Spruyt.

Weer een relletje in politiek Den Haag. Weer blijkt het gevestigde politieke systeem niet om te kunnen gaan met een zelfstandig denkend en operend Kamerlid. Volgens Edmund Burke, in diens beroemde Rede tot de kiezers in Bristol, dient een volksvertegenwoordiger zijn ,,unbiassed opinion, his mature judgment, his enlightened conscience'' nooit op te offeren aan enige man of groep. Een Kamerlid wordt gekozen om het algemeen belang van zijn land te dienen, en daartoe moet hij zich laten leiden door de rede en de prudentie.

Maar in politiek Den Haag staat niet zelfstandig denken en handelen hoog aangeschreven, maar volgzaamheid, gehoorzaamheid, fractiediscipline, de belangen van de coalitiegenoten, samenwerken ook met zogenaamde politieke tegenstanders die immers de volgende coalitiegenoten kunnen zijn.

Dit heeft twee gevolgen. Enerzijds zijn de meeste Kamerleden inderdaad grijze muizen, zoals Geert Wilders over zijn eigen collega's heeft gezegd. Anderzijds wordt Nederland, zoals de Rotterdamse hoogleraar Oerlemans al in 1990 heeft geobserveerd in deze krant, geregeerd door een oligarchie, een politiek kartel dat van Nederland in feite een eenpartijstaat heeft gemaakt. De onderlinge verschillen tussen PvdA, CDA, VVD en D66 – de vier partijen die hier de dienst uitmaken – zijn veel kleiner dan hun fundamentele overeenkomsten, waarvan de belangrijkste is dat deze partijen, in een onbewuste en daardoor buitengewoon effectieve samenzwering, dit land dienen te regeren in wisselende verbanden, maar zonder ruimte voor buitenstaanders.

En dus was in Den Haag weinig ruimte voor Theo Joekes, Rob van Gijzel, Pim Fortuyn en nu dan weer Geert Wilders.

Het oprichten van een `rechtse volkspartij' is in de gegeven omstandigheden weinig zinvol. Een vernieuwingbeweging binnen het stelsel staat óf een snel einde te wachten (zoals de Boerenpartij en de LPF) óf wordt onderdeel van het systeem dat men wil laten ontploffen (D66). Want zelfs als de rechtse krachten, die van oudsher weinig ruimte krijgen van het politieke kartel, zich op wonderbaarlijke wijze zouden weten te verenigen, bij voorkeur met een aansprekend politiek leider, dan nog heeft zo'n partij (zelfs wanneer er een spectaculair succes zal worden behaald van 30 of 40 zetels) te maken met de Haagse politieke structuur. De ervaring leert dat zelfs spectaculair electoraal succes geen garantie is voor fundamentele veranderingen. Ook met 40 zetels zijn er nog altijd 110 zetels voor de behoudende tegenkrachten.

Wat Nederland echt nodig heeft is een herziening van het kiesstelsel. De politieke cultuur is immers in belangrijke mate het gevolg van de politieke structuur. En dan hebben we het niet over het halfslachtige D66-compromis waar het kabinet nu mee komt aanzetten. Een onbegrijpelijke variant van het Duitse stelsel, waar de kiezer twee stemmen krijgt en, in twintig grote districten, een aantal regionale kandidaten moet krijgen.

Nee, we kunnen beter het advies opvolgen van Johan Huizinga die al in 1935 (in zijn essay Nederlands geestesmerk) betoogde dat de vervanging na de Eerste Wereldoorlog van ons enkelvoudige districtenstelsel tot het huidige systeem een ernstige vergissing was gebleken. Volgens Huizinga zuchtte Nederland toen al ,,onder het zware dek van een volstrekt verouderd partijstelsel, dat door den misgreep van het evenredig kiesrecht is gefossiliseerd''. Immers, in een ambtenarenstaat als Nederland wordt iedere politieke partij automatisch een belangengemeenschap die politieke baantjes onder haar leden verdeelt.

Met Huizinga, wiens argumenten zonder enige aanpassing aan de voortschrijding van de tijd de huidige politieke malaise kunnen verklaren, zouden wij kiezen voor het onverwijld afschaffen van het huidige kiesstelsel, om dat te vervangen door een versie van het enkelvoudig meerderheidsstelsel zoals we dat kennen in bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk, en zoals we dat in Nederland van oudsher ook hebben gehad. Politieke partijen, irrelevant in een ontzuilde samenleving en alleen nog met grote subsidies kunstmatig in leven gehouden, vallen dan weg en worden vervangen door twee grote blokken, Links en Rechts, met daarbinnen ruimte voor pluraliteit en onafhankelijkheid.

Alleen in zo'n stelsel kunnen Kamerleden als Geert Wilders floreren. Alleen in zo'n stelsel maakt een conservatieve partij een grote kans van slagen.

Alleen wanneer de Kamerleden, in 150 kiesdistricten met gelijk inwoneraantal, rechtstreeks door de bevolking worden gekozen, hebben zij een eigen mandaat. Alleen dan kunnen zij hun constitutionele taken naar behoren uitvoeren en geleid door hun eigen verstand de uitvoerende macht kritisch controleren. (Daar hoort dan wel een gekozen minister-president bij).

De politieke hervormingen die ons land nodig heeft, zo wist Huizinga al, zullen alleen worden bereikt wanneer ,,het kiesstelsel ons niet langer dwingt, verstijfde en verouderde partijen in plaats van levende menschen met moed en meeningen te kiezen''.

Bart Jan Spruyt is directeur van de Edmund Burke Stichting, het platform voor conservatieve gedachtevorming.

    • Bart Jan Spruyt