Versplintering terreur maakt bestrijding onmogelijk

Gisteren werden weer 41 mensen gedood bij verschillende terreuracties. De internationale oorlog tegen terreur heeft nog weinig vat op de daders.

In een maandag uitgezonden vraaggesprek klonk er bij president Bush nog even twijfel door over de uitkomst van de `oorlog tegen terreur': ,,ik denk niet dat je het kan winnen''. Gisteren was het vertrouwen terug. ,,We zijn vandaag bijeen in in een tijd van oorlog voor ons land, een oorlog die we niet zijn begonnen maar een die we zullen winnen'', zei hij een een toespraak tot het Amerikaans Legioen, een veteranenorganisatie.

Maar terreur is weerbarstig. Een paar cijfers. In 2001 werd lanceerde Bush de oorlog tegen terreur als reactie op de aanslagen van 11 september in New York en Washington door Osama bin Ladens islamitische terreurnetwerk Al-Qaeda. In 2002 vielen 1.645 doden als gevolg van terreur die aan moslimextremisten wordt toegeschreven of door hen is opgeëist. In 2003 daalde het aantal doden inderdaad, tot 1.357. Maar dit jaar is het aantal terreurdoden explosief gestegen. Tot vandaag vielen dit jaar 2.580 doden bij gevarieerde moslimterreur. Het geweld van gisteren in Rusland, Israël en Irak, waarbij in totaal 41 mensen werden gedood, onderstreepte die trend.

Er zijn heel wat redenen voor dit geringe succes van de oorlog tegen terreur. Eén belangrijke reden is de oorlog zelf. De omverwerping van het bewind van Saddam Hussein in Irak die Bush uitdrukkelijk in dit kader heeft geplaatst, heeft een golf van geweld in dit land losgemaakt. Er is daar nu een reguliere guerrilla aan de gang, waarin sunnitische en shi'itische legertjes tegen het interim-regime en hun buitenlandse hulptroepen vechten, maar temidden daarvan heeft ook de terreur een vruchtbare voedingsbodem gevonden. Van de 2.580 terreurdoden van dit jaar komen er 1.229 uit Irak.

De micro-oorlog tegen terreur in Irak heeft nog geen enkel succes opgeleverd, omdat onduidelijk blijft wie er precies achter zitten, de nieuwe Iraakse veiligheidsdiensten voorlopig onbetrouwbaar zijn en de burgers weinig neiging tonen de autoriteiten te tippen. Amerikaanse en Iraakse functionarissen geven de Jordaanse Al-Qaeda medewerker Abu Musab al-Zarqawi haast automatisch de schuld, maar bewijs van zo'n buitenlandse hoofdrol blijft zeer schaars. Nog geen 10 procent van alle `veiligheidsgevangenen' zijn buitenlanders. Er zijn méér aanwijzingen dat de bomaanslagen en gijzelingen grotendeels het werk zijn van verschillende groepen binnenlandse moslim- en andere extremisten, verschanst in vrijplaatsen als Falluja, Ramadi en Samarra.

Dat is een andere belangrijke reden waarom de macro-oorlog tegen terreur zo moeilijk is: er zijn zoveel verschillende bronnen waaruit het terrorisme voortkomt en groepen die ervoor verantwoordelijk zijn. Neem gisteren. `Een dodelijke dag van terreur', veegde de International Herald Tribune de zelfmoordaanslagen in Israël en Rusland en de moord op 12 Nepalezen in Irak onder één kop bij elkaar. Maar deze terreurdaden hadden niets met elkaar te maken.

In Beersheva sloeg de concrete, bilaterale zelfmoordterreur van de Palestijnen tegen Israël toe en verstoorde de Israëlische dromen over het succes van de eigen oorlog tegen terreur. De aanslag op de metro van Moskou werd gepleegd in het kader van de Tsjetsjeense zaak, die andere belangrijke bron van terrorisme. De ontvoering van en moorden op de Nepalezen passen in de Iraakse chaos. De Ansar al-Sunna, die wordt gezien als een loot van de Koerdische, met Al-Qaeda geassocieerde Ansar al-Islam, heeft zich voor deze terreurdaad verantwoordelijk gesteld. Maar er is geen enkel hard bewijs dat deze groep de vele aanslagen en ontvoeringen die zij heeft geclaimd werkelijk heeft gepleegd. Geen dader van ontvoeringen is nog gearresteerd.

Ongeacht of Al-Qaeda hier nu wel of niet mee te maken heeft, in het algemeen is de dreiging van die kant ook onverminderd groot. Een nieuw rapport van de Verenigde Naties wees er vorige week nog eens op dat de bestaande internationale sancties die de financiering en bewapening van het terreurnetwerk moeten afknijpen, niet werken. De bijkantoren van Al-Qaeda overal in de wereld hebben zich na de vernietiging van het hoofdkantoor in Afghanistan in 2001 verzelfstandigd. Zij wachten niet op orders van bovenaf, aldus het rapport van de deskundigen die op naleving van de sancties toezien, maar kiezen zelf hun doelwit. Zelfs hun grootste aanslagen kosten niet meer dan enkele tienduizenden dollars en dat financieren zij zelf. Zij passen zich soepel aan de veranderende situatie aan. Het rapport: ,,Al-Qaeda's vermogen om de vijand te treffen en te overleven ondanks de ongelijkheid in hulpbronnen, spreekt een niet-gearticuleerd verlangen naar wraak aan en wint zowel recruten als donaties.''

    • Carolien Roelants