Veilige middenweg

Een grote verrassing is de benoeming van Gijs van Tuyl als nieuwe directeur van het Stedelijk Museum niet. Zijn naam deed al een tijdje de ronde. Twintig jaar geleden werd Van Tuyl al eens genoemd als kandidaat voor dit directeurschap, destijds als opvolger van Edy de Wilde. En bij het vertrek van Rudi Fuchs, in 2002, werd hij opnieuw getipt. Van Tuyl was op dat moment al tien jaar directeur in het Duitse Wolfsburg, waar hij met geld van het Volkswagenconcern een heel nieuw museum had opgebouwd.

In de cultuurarme industriestad wist Van Tuyl sinds 1992 een museum neer te zetten dat al snel tot ver over de landsgrenzen bekend was. Hij had er de beschikking over een fors aankoopbudget, vergelijkbaar met dat van het Stedelijk Museum, en wist daarmee een belangwekkende collectie op te bouwen, met werk van vooraanstaande internationale kunstenaars als Damien Hirst, Neo Rauch, Bruce Nauman, Doug Aitken en Elizabeth Peyton. Daarnaast wist hij coryfeeën als Luc Tuymans, Eric Fischl, Fischli & Weiss en Olafur Eliasson voor tentoonstellingen naar Wolfsburg te halen.

Als hoofd presentatie buitenland van de Rijksdienst Beeldende Kunst (1985-1992) bouwde Van Tuyl een groot internationaal netwerk op. Ook stelde hij in deze periode enkele malen de Nederlandse inzendingen samen voor de biënnales in Venetië en Sao Paulo. Die brede internationale ervaring kan in het Stedelijk Museum, dat volgens velen de aansluiting met de rest van de wereld verloren is, goed van pas komen. In Wolfsburg maakte Van Tuyl met het Kunstmuseum deel uit van een groot internationaal netwerk van musea, die regelmatig tentoonstellingen van elkaar overnamen – exposities die de laatste jaren steevast aan het Stedelijk Museum voorbijgingen.

Dat neemt niet weg dat de keuze voor de 63-jarige Van Tuyl een veilige middenweg is, een conservatieve tussenoplossing. Van Tuyl is een diplomaat, iemand die niet snel op een felle uitspraak te betrappen is. Hij zal het Stedelijk wellicht bekwaam door de verbouwingsjaren kunnen loodsen, maar of hij het museum de glans terug kan geven die het al zo lang geleden verloren heeft, is de grote vraag.

Voor Van Tuyl zelf, die al meerdere malen gepasseerd werd als nieuwe Stedelijk-directeur, zal de terugkomst naar Nederland voelen als een triomf. Nog vijf jaar zal hij de tijd hebben om zich hier te bewijzen. Als hij rond 2010 afzwaait, is hij bijna zeventig. De generatiewisseling waar de kunstwereld zo op had gehoopt, laat dus nog even op zich wachten.