Sleutelmomenten gaan verloren in `Dominee'

Het grootste probleem van Gerrard Verhage's De Dominee, een vrije bewerking van het levensverhaal van crimineel Klaas Bruinsma, is het door Verhage zelf geschreven scenario. Dat kan niet kiezen tussen het vertellen van het in de Hollandse misdaadgeschiedenis verankerde verhaal van Bruinsma (in de film Klaas Donkers), hoe hij een omvangrijk drugsimperium opzette, of het maken van een lekkere, een groot publiek aansprekende misdaadfilm. De Dominee zwalkt dan ook heen en weer tussen de biografische gegevens van Bruinsma, ontleend aan het boek van misdaadjournalist Bart Middelburg, en de clichés van het gangstergenre, zowel in structuur – opkomst en ondergang van een gangster – als in uitvoering.

Een parallelmontage tussen Donkers in de gevangenis en een afrekening doet wel heel erg denken aan een scène uit The Godfather, met dit verschil dat Francis Ford Coppola heen en weer sneed tussen een barokke religieuze ceremonie en een koelbloedige afrekening. De Dominee mist dergelijke oorspronkelijkheid. De origineelste scène is daarom ook meteen de beste. Als Klaas verhaal komt halen over verdwenen drugs bij kruimelcrimineel Broer Hansen schieten talloze anti-inbraaklampen in diens tuin aan. Badend in dit oogverblindende licht hebben ze een woordenwisseling, en als bij een kruisverhoor waarbij de lamp op de ogen wordt gericht, komt de waarheid uiteindelijk naar boven.

Over de details lijkt niet goed nagedacht. Onder de titelrol aan het begin van de film komt een scène voorbij die later een sleutelscène zal blijken. In plaats van deze sequentie duidelijk te laten zien, heeft Verhage ervoor gekozen de beelden te ontkleuren, ze vaag te maken en een soort veegeffect mee te geven. Met veel moeite kunnen we nog zien dat een jongetje bovenaan de trap staat die door zijn vader wordt aangemoedigd om naar beneden te springen. In plaats van hem op te vangen, doet pa een stapje opzij. Kind valt en bezeert zich flink.

Aan het eind van de film keert de scène terug, nu wel op normale wijze in beeld gebracht. En pas dan horen we dat de vader zijn zoon in het oor fluistert: ,,Vertrouw nooit iemand''. Verbaal moest nog even worden uitgelegd wat de kijker zelf al ingevuld had, als die de slecht in beeld gebrachte opening tenminste had doorzien.

Regisseur Verhage zegt in een begeleidend schrijven bij zijn film geen `excuus dramaturgie' te willen in de trant van `het komt allemaal door zijn ongelukkige jeugd'. Wat doet deze scène dan in de film?

Even later slaat Verhage de plank weer mis. Opnieuw bij een cruciaal moment. In een stalletje op het Waterlooplein doet Annet, die de boekhouding van crimineel Hugo doet, in een emotioneel bedoelde scène uit de doeken waarom zij Hugo dood wil hebben. Die heeft namelijk haar broer vermoord. Maar welke naam ze noemt en wie hij is, verstaan we niet omdat Annet op het moment dat zij deze uitspreekt rommelt met haar spulletjes en deze belangrijke motivatie voor haar karakter op de geluidsband verloren gaat onder een hevig geraas. Pas later begrijpt de toeschouwer het belang van dit korte moment als de moord op haar broer opnieuw ter sprake komt. Regisseren én scenarioschrijven blijft een onderschat vak. Zeker in Nederland.

De Dominee. Regie: Gerrard Verhage. Met: Peter Paul Muller, Frank Lammers, Chantal Janzen, Marcel Musters, Roeland Fernhout, Huub Stapel. In: 39 bioscopen.