Schaamteloos

M'n moeder (90, verzorgingshuis) en ik gaan wandelen. Zij ploegend achter haar rollator, ogen op scherp. Dit wordt een plundertocht want de vaasjes thuis moeten bijgevuld. Eerst wordt een tak van een struik in het park geplukt (,,Ik betaal via de belasting net zo goed mee aan dit park als ieder ander''), vervolgens een armetierige springbalsemien (,,Hier wonen mensen die ik ken, die vinden dat goed'').

Ik ben benieuwd naar de begeleidende tekst bij het `scoren' van een uitgebloeide hortensia in een onbekende tuin. Moeder kijkt naar de ramen met gesloten gordijnen en zegt op een toon die geen tegenwerping verdraagt: ,,Die mensen zijn niet thuis; die genieten er niet van – ik wel.''

    • Fineke van der Veen