Opportunist met een goede babbel

Uit de mond van Joep van den Nieuwenhuyzen klinkt alles altijd goed. Dat van zijn plannen vaak niet veel terechtkomt, ligt nooit aan de `bedrijvendokter'. Een portret.

Joep van den Nieuwenhuyzen is terug in de schijnwerpers, alsof hij nooit is weggeweest. Iets grijzer, maar met dezelfde charme. Gisteren riep hij de nationale pers bijeen, zoals hij dat eerder in zijn loopbaan zo vaak deed. In het Amstel Hotel in Amsterdam ditmaal, om te verkondigen dat de 100 miljoen euro die het Havenbedrijf Rotterdam aan zijn inmiddels failliete RDM-werven spendeerde compensatie was voor het afzien van de levering van duikboten aan Taiwan. Het was ,,niet aan mij'' om namen te noemen, maar in politiek Den Haag was men op de hoogte.

Het klonk goed, zoals alles goed klonk uit de mond van Van den Nieuwenhuyzen. Mijn bedrijf is kapotgemaakt door Defensie, zegt hij nu. Mijn bedrijf is kapotgemaakt door het openbaar ministerie, heette het tien jaar geleden toen hij terechtstond voor handel met voorkennis in aandelen HCS waarvoor hij uiteindelijk werd vrijgesproken. Altijd hebben anderen het gedaan, zelden laat hij zelf een steek vallen. De pers tekent het met graagte op.

Landelijke bekendheid krijgt Van den Nieuwenhuyzen al als hij in 1982 optreedt als woordvoerder van horecafamilie Van der Valk bij de ontvoering van zijn schoonmoeder Toos van der Valk. Maar die bekendheid neemt een grote vlucht als hij zich in de tweede helft van de jaren tachtig ontpopt als het boegbeeld van een nieuwe generatie van jonge, vlotte ondernemers die zich weinig aantrekken van zakelijke conventies. Voor 2 miljoen gulden koopt hij in 1985 de vrijwel failliete machinefabriek Begemann die hij omvormt tot een ongekende overnamemachine. Tientallen vaak zieltogende industriële bedrijven saneert hij en voegt hij toe aan zijn verzameling. Daarbij maakt hij gebruik van creatieve financiële constructies. De beurskoers stijgt explosief en dat genereert weer kapitaal voor nieuwe overnames.

De media noemen hem liefkozend `de bedrijvendokter'. Het zijn ook aantrekkelijke verhalen die over de ondernemer vallen op te tekenen. Zo is Van den Nieuwenhuyzen de eerste westerse ondernemer die met zijn privé-vliegtuig in 1990 naar de Sovjet-Unie vliegt om daar staatsbedrijven op te kopen. Wat er vervolgens allemaal met die bedrijven gebeurt blijft vaag. Consolideren blijkt niet zijn sterkste kant.

De neergang van Van den Nieuwenhuyzen begint in 1991 als hij privé deelneemt in een reddingsoperatie voor automatiseerder HCS en vier miljoen aandelen op de beurs dumpt om de koers te manipuleren. De `HCS-affaire' wordt een juridische lijdensweg. Pas in 1996 pleit de Hoge Raad hem vrij. Het kwaad is dan al geschied. Financiers keren zich van Van den Nieuwenhuyzen af, de beurskoers keldert en de overnamemachine komt tot stilstand.

Van den Nieuwenhuyzen verlaat Begemann en verhuist naar Curaçao. Uit zijn Begemann-periode houdt hij de RDM-werven over die hij ombouwt tot een defensieconglomeraat. Dit keer kiest hij bewust voor de luwte, al blijft zijn naam geregeld opduiken. De ene keer als mogelijke redder van Fokker, de andere keer als sponsor die racetalent Christian Albers de Formule 1 in probeert te krijgen. In de zomer van 2002 verkeert Van den Nieuwenhuyzen veel in kringen van de LPF waar ministersposten verdeeld moeten worden. Pim Fortuyn heeft hem naar eigen zeggen gevraagd of hij minister wil worden. Het gaat niet door wegens zijn claim tegen de staat als gevolg van de HCS-affaire.

Die gecompliceerde verhouding met de Nederlandse overheid weerhield hem er niet van met die overheid zaken te doen. RDM bestond bij de gratie van orders van Defensie. De goede babbel heeft hij nog steeds, de connecties ook. Of zoals Hans Breukhoven (Free Record-Shop) ooit over hem zei: ,,Een opportunist, net als ik, maar veel intelligenter en charmanter.''

    • Jaco Alberts