Ontroerende oerfilm over liefde en hindernissen

Doem hangt over Gegen die Wand. Vanaf het eerste ogenblik dat we de destructieve Cahit zien, weten we: deze man zoekt het geluk misschien wel, maar zo zal hij het nooit vinden. Als het geluk dan hém komt opzoeken, in de persoon van Sibel, breekt haar lach het wolkendek even open. Maar zodra, na een paar haarspeldbochten van het noodlot, haar nicht vraagt: ,,Sibel, lach nou nog eens'' en de camera blijft haar stugge rug maar filmen, stil, dan weten we hoe laat het is.

Er is liefde, er zijn hindernissen: oerfilm. Van Intolerance tot Phileine zegt sorry is dit een basisrecept. Met twee varianten, de goede of de foute afloop. Regisseur Fatih Akin kiest in Gegen die Wand bijna ongegeneerd voor het drama, zoals Lars von Trier dat deed in Breaking the Waves en Pedro Almodóvar in Todo sobre mia madre. Het verschil is dat de Turks-Duitse Akin alle sprookjesachtigheid achterwege laat en zijn filmstijl nooit zo gemanicuurd is als die van de veelgeprezen Deen en Spanjaard.

Het is moeilijk te zeggen of het nu dankzij of ondanks die filmische eenvoud is dat Gegen die Wand aankomt als een doffe dreun. Er is veel voor te zeggen om een groot deel van de eer te gunnen aan Birol Ünel in de rol van Cahit. Hij slaagt erin de desillusie van zijn personage bijna een geur te geven die de bioscoopzaal binnendringt. Zijn Cahit is een mens ten voeten uit.

Dat geldt in mindere mate voor Sibel, gespeeld door Sibel Kekilli. Dat heeft misschien te maken met haar acteertalent, maar zeker ook met de rol die ze kreeg. Er zit een zwaar element van symboliek in haar personage. Sibel is de geknechte jonge moslimvrouw, en om haar heen staan familieleden die al even archetypisch zijn: de liefdevolle, maar machteloze moeder, de vader als hoeder van de Turkse plattelandsnormen, de broer als de zonodig gewelddadige verdediger van de familie-eer. Het is erg knap van Akin en zijn acteurs dat ze stereotypering desondanks hebben weten te vermijden.

Vanaf het moment dat de veertigjarige Cahit in het ziekenhuis de 21-jarige Sibel ontmoet, zij met hem wil trouwen en hij, eerst onwillig, instemt, verbleekt iedere stereotypering bij hun opwindende spel. Het geluk van Sibel die de vrijheid proeft en het langzaam groeiende besef bij Cahit dat hij van haar houdt, de blijdschap en de wanhoop, heeft Akin uitermate subtiel naast elkaar gezet in simpele scènes.

Terwijl wij ons in Nederland moeten behelpen met plotgestuurde drama's als De Passievrucht, ongeloofwaardige thrillers als Het Zuiden of pretfilms als Phileine zegt sorry, slaagt de net 31 jaar geworden Akin erin een evenwichtig psychologisch portret te maken waaruit hoofdpersonen én de wereld waarin zij leven geloofwaardig naar voren komen.

Het is interessant om te merken hoezeer in de reacties de nadruk is gelegd op het cultureel-etnische element van Gegen die Wand, zeker sinds de film louter hoofdprijzen op het festival van Berlijn won – een Gouden Beer voor Akin, goud voor Ünel en Kekilli. Niet voor niets wordt hij in Nederland ook uitgebracht met Turkse ondertitels. De film is opgevat als commentaar op de multiculturele samenleving. De verhouding van Cahit en Kekilli zou op scherp worden gezet door de spanning van het tussen twee culturen leven.

Dat speelt ongetwijfeld een rol. Doelbewust scheidt Akin de `hoofdstukken' van elkaar af met losstaande opnamen van een traditioneel Turks orkestje dat aan de Bosporus zingt en speelt, en keert hij meteen daarna terug naar Hamburg met de kille muziek van Depeche Mode en Sisters of Mercy. Maar als Gegen die Wand werkelijk een etno-sociologisch pamflet was geweest, zou de woede, het onverwachte geluk en het uiteindelijke lot van Cahit en Sibel ons onverschillig laten. Het tegendeel is het geval. Gegen die Wand is een ontroerende ode aan de onmogelijke liefde.

Gegen die Wand. Regie: Fatih Akin. Met: Birol Ünel, Sibel Kekilli, Catrin Striebeck, Güven Kiraç, Meltem Cumbul, Demir Goekoel, Cem Akin, Stefan Gebelhoff. In: 19 bioscopen.

In het Cultureel Supplement van vrijdag a.s. schrijft Stine Jensen naar aanleiding van `Gegen die Wand'.

    • Bas Blokker