Niet helemaal frisse `Stepford Wives'

Als ik een Stepford Wife was, dan zou deze recensie zichzelf hebben geschreven, vrolijk en opgewekt zijn en de lezer ongemerkt, maar met dwingende hand naar de bioscoop hebben gedirigeerd. Regisseur Frank Oz slaagt daar niet helemaal in met zijn opgefriste versie van The Stepford Wives uit 1975. Wat toen, middenin de een of andere feministische golf, een horrorscenario was – een dorpje waar louter superhuisvrouwen wonen – is 25 jaar later schijnbaar alleen nog stof voor een komedie. Dat gaat in deze verfilming van het gelijknamige boek van Ira Levin zelfs zover dat de makers in de trailer en op een minuut of twintig in de film bijna alle geheimen van Stepford al hebben prijsgegeven. Dat zou niet erg zijn als er voor de plot maar iets anders in de plaats was gekomen, psychologie bijvoorbeeld. Of echt bijtende spot. Want het is natuurlijk een misvatting dat het verlangen van vrouwen en mannen om zich te conformeren aan een kunstmatig ideaalbeeld al lang ontmaskerd is.

Regisseur Frank Oz was een van de drijvende krachten achter The Muppets en Sesamstraat, regisseerde de flauwe maar populaire homokomedie In & Out en de gemene Hollywood-satire Bowfinger. Op die film had The Stepford Wives natuurlijk moeten lijken: een beetje geëxalteerd, licht ongeloofwaardig, maar verzadigd van plezier.

Dat laatste zit wel in het spel van de onwaarschijnlijk grappige combinatie van hoofdrolspeelsters Bette Midler en Nicole Kidman, die zich in haar eerste echt komische rol na To Die For wederom ontpopt als een onverwacht geestige actrice. Even had ze me trouwens toch tuk. Dat is waarop je hoopt in een film. Dat je er helemaal intrapt. Dat je even vergeet dat Hamlet sterft.

The Stepford Wives. Regie: Frank Oz. Met: Nicole Kidman, Bette Midler, Christopher Walken, Glenn Close, Matthew Broderick. In: 48 bioscopen.