Monumentale Brünnhilde in opwindende `Siegfried'

Voor de derde keer sinds 1998 brengt de Nederlandse Opera Wagners Siegfried in het Amsterdamse Muziektheater, nu als voorbereiding op complete uitvoeringen van Der Ring des Nibelungen in het najaar van 2005. Maar deze Siegfried, die veel publiek succes oogstte, maakt op veel punten een heel andere indruk dan de vorige uitvoeringen en dat ligt niet alleen aan aan Stig Andersen, de nieuwe vertolker van de titelrol. De enscènering van Pierre Audi is gedetaileerder en ook de opvattingen van Hartmut Haenchen zijn gemuteerd.

Heinz Kruse en Jeannine Altmeyer stelden zes jaar geleden teleur als Siegfried en Brünnhilde. Toen Kruse na een val uitviel werd hij op ideale wijze vervangen door Stig Andersen, die ook nu een echte Siegfried is. In plaats van Kruses onbenullige en ouwelijke Siegfried staat hier een onbehouwen koene knaap, die zijn gebroken zwaard Nothung aaneen weet te smeden, onbevreesd de draak verslaat, Wotans speer verbrijzelt, de ring verovert en Brünnhilde bevrijdt uit de ring van vuur, waarin Wotan haar heeft opgesloten. Maar het reusachtige decor blijft gevaarlijk, ook deze Siegfried struikelde even.

De opbouw van Andersens vocale prestaties loopt synschroon aan de nieuwe interpretatie van Haenchen, een equivalent van zijn opzienbarende Mahlercyclus in het Amsterdamse Concertgebouw enkele jaren geleden. Zijn Wagner klinkt hier veel vrijer, wilder en geaccidenteerder, opwindender, persoonlijker en minder `officieel' dan gebruikelijk. Orkest en zangers brengen in de twee eerste actes vooral een onderhoudend verhaal dat goeddeels wordt afgewikkeld in `Sprechgesang', overeenkomstig Wagners doel om terug te gaan naar het antieke Griekse drama. Alleen op emotionele momenten, als `moeder' en `liefde' ter sprake komen, wordt even echt lyrisch gezongen.

Pas in de derde acte, wanneer de duisternis van het woud wijkt voor het licht met explosies van extase, wordt voluit en stralend gezongen. Daar is dan eindelijk een exemplarisch monumentale Brünnhilde, Linda Watson die in mei in Die Walküre ook al veel indruk maakte. De laatste vier voorstellingen wordt Brünnhilde gezongen door Nadine Secunde. De aloude Mime van Graham Clarke blijft een fenomeen, Anne Gjevang is gebleven als Erda en Albert Dohmen (nieuw sinds Die Walküre) is een indrukwekkende Wotan, die zich als treurige zwerver toch vooral god voelt. Mario Luperi maakt een goed roldebuut de in kleine rol van Fafner. Günter von Kannen is een imposante nieuwe Alberich, een echte rivaal van Wotan. Betoverend is jongenssopraan Robin Schlotz als Waldvogel.

De voorstellingen van Siegfried waren vooraf door zakelijk directeur Truze Lodder opgedragen aan de zondag overleden Hans Vonk, dertig jaar actief bij de Nederlandse Opera, waarvan tien jaar als chef-dirigent.

Voorstelling: Siegfried door Nederlandse Opera en Ned. Philh. Orkest o.l.v. Hartmut Haenchen. Gezien: 31/8 Muziektheater Amsterdam. Herh.: t/m 22/9 (nog kaarten beschikbaar). Res.: (020) 6255455

    • Kasper Jansen