Johnny Knoxville

Een vechtmachine en een stuntster spelen de hoofdrollen in `Walking Tall'. Johnny `Jackass' Knoxville doet waar hij goed in is: zich in elkaar laten slaan voor een publiek.

Er zijn van die baby's die nog geen dag oud zijn en zich al naar het hoofdeinde van hun wieg hebben weten te frummelen, die hun hoofdje al optillen als ze nog geen nekspieren horen te hebben en enkele maanden later uit hun bed vallen, terwijl ze nog niet eens kunnen staan. Zo iemand was de kleine Philip John Clapp, die op 11 maart 1971 in Knoxville, Tennessee werd geboren.

Als schooljongen speelde hij het klaar om slim en ziekelijk door het leven te gaan, type nerd, maar het enige wat hem ooit op het randje van de dood bracht was een gelijktijdige aanval van griep, astma en longontsteking. Als stuntster Johnny Knoxville is geen blauwe plek, geen kneuzing, geen brandwond, geen hondenbeet, geen vreemd voorwerp in zn reet hem te gek.

Ziedaar het succes van Jackass, de MTV-serie waarin fysieke uitdagingen in het genre kun-je-naar-beneden-skieën-op-een-trap of geef-me-een-zet-in-een-winkelwagentje, worden afgewisseld met practical jokes, doorgedraaide candid camera-acties en fantastische ranzigheid van het kaliber: bak een boerenomelet van je eigen kots. Allemaal toeren in de categorie don't try this at home.

Waar Johnny Knoxville zijn bizarre gevoel voor humor en de uitzinnige behoefte zijn masochisme te exhibitioneren vandaan heeft, is onduidelijk. Wel doen er de raarste verhalen over de oude meneer Clapp de ronde, die bijvoorbeeld een lauwe knakworst in de mond van zijn slapende zoon schoof om dan op het moment dat hij wakker werd snel net te doen alsof hij net zijn rits dichtdeed. Dus het zal wel in de familie zitten.

In het tijdperk van de stille slapstickfilm was Johnny Knoxville vast een wereldster geweest: hop, daar kreeg hij weer een ladder tegen zijn hoofd, daar lag weer een bananenschil en viel er weer een pan van het dak. Voor hem is alles wat hij doet écht acteren, ook de stunts, trucks, skits en sketches uit Jackass, hoe `echt' ze ook worden uitgevoerd.

Knoxville verliet zijn geboorteplaats om acteur te worden in L.A. en zo gebeurde het. Typisch een geval van iemand die iets tegelijkertijd in kop en kont kan hebben. Hoe leuk het ook was om de Jackass tv-serie, de film én de vervolgfilm die volgend jaar uitkomt te doen, hij spreekt er in interviews nu al over als een `opstapje'. De eerste film leverde hem prijzen op bij de MTV-Awards in categoriën als Beste Gevecht of Beste Duo.

Voorlopig blijft het wat betreft zijn filmcarrière bij cameo's zoals in Coyote Ugly en typecasting, als tweekoppige Alien Scrad/Charlie in Men in Black II en nu als de schlemiel Ray Templeton die wel tegen een stootje kan in Walking Tall naast de spierbundel The Rock.

Dus zien we uit naar A Dirty Shame van John Waters, waarin de Sultan of Sleaze Knoxville de rol gaf van de seksverslaafde Ray-Ray.

    • Dana Linssen