Joep

Joep van den Nieuwenhuyzen houdt van zijn eigen voornaam. Heel liefdevol kan hij spreken van `het Joep-effect', zonder overigens duidelijk te maken wat dat precies is. We bewijzen Joep dan ook ongetwijfeld een grote eer door hem in de rest van dit stukje gewoon Joep te noemen.

Joep was gisteren halsoverkop vanuit de VS naar Nederland teruggekeerd ,,om alles uiteen te zetten''. Het ging over de geheime financiële garanties ter waarde van 100 miljoen euro die zijn noodlijdende bedrijf RDM van Willem Scholten, directeur van het Havenbedrijf Rotterdam, had gekregen.

Omstreeks vier uur nam Joep in de stadhouderszaal van het Amstel Hotel het woord om gedurende ruim een halfuur zeventien kwartovelletjes geheimtaal voor te lezen. Het was niet te harden. Sommige journalisten begonnen naar de nooduitgang te tasten, andere zochten via hun mobieltje huilend steun bij huisgenoten.

Joep merkte niets. Hij dreunde maar door: ,,Nadat de ARGE in begin 2002 een aanbetaling had ontvangen is 26.800.000 euro daarvan doorbetaald aan SPAVS. ABN Amro Bank wenste de benodigde bankgarantie slechts te stellen indien het volledige bedrag van 26.800.000 euro ter securering in een deposito bij hen werd geplaatst. Echter deze oplossing liet SPAVS geen werkkapitaal om de FENNEK-productie te kunnen opstarten.''

Op den duur luisterde niemand meer, behalve als Joep weer eens verbitterd uitviel naar de Nederlandse overheid. Joep voelde zich genaaid, ongelofelijk genaaid, daar kwam het op neer. Steeds had hij, als patriottisch zakenman, zijn eigen belang ondergeschikt gemaakt aan het landsbelang en als dank had men zijn bedrijf, de ooit zo bloeiende RDM, kapotgemaakt.

Bij deze korte tirades zag je iedereen opveren, maar Joep was dan alweer verdergegaan met het aanblazen van zijn reusachtige mistbank van cijfers en redeneringen. Ik heb altijd al veel bewondering gehad voor mijn economische collega's, maar sinds gisteren vind ik dat ze allemaal, zonder uitzondering, de Prijs voor de Dagbladjournalistiek verdienen als ze uit deze Soep van Joep enkele eetbare balletjes hebben kunnen vissen.

De journalisten hadden het voldoende gevonden als Joep een paar simpele vragen bevredigend had kunnen beantwoorden. Maar dat lukte Joep niet. Eén zo'n vraag was: vond u het niet vreemd dat u altijd maar alléén met Willem Scholten zat te praten? Een andere vraag: heeft u nooit gezegd, Willem, mag jij daar wel voor tekenen?

Joep keek de vragensteller dan bijna bedroefd aan. Waarom was de mensheid toch zo achterdochtig geworden, leek hij zich af te vragen, en vooral jegens hém, Joep?

Aan het slot begon Joep ook nog even ex-minister Jozias van Aartsen aan te vallen. Toen gebeurde er iets merkwaardigs, iets dat bijna op een stille wenk van God zelf leek. Joep stond voor enkele hoge ramen die uitzicht gaven op het trottoir bij het Amstel Hotel. Daar liep, ietwat gebogen, een bekende gestalte.

Het was Frits Bolkestein, die langzaam het hotel betrad. Hij zag er moe en zorgelijk uit. Hoe vaak moest hij Nederland nog waarschuwen voordat het definitief afgleed in de richting van een bananenrepubliek?