In Darfur wordt nog steeds gemoord

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties spreekt morgen over herstel van de orde in de Soedanese regio Darfur. Dorpelingen worden nog altijd vermoord en verkracht. ,,De regering kunnen we nooit meer vertrouwen.''

Fatma zit ineengedoken bij haar hoopje natgeregende spullen in Kalma, een kamp voor ontheemden bij de stad Nyala in de West-Soedanese regio Darfur. ,,Ik ben nog steeds bang voor de Janjaweed'', zegt ze. ,,Misschien hebben ze ons wel achtervolgd.'' Haar dorp Yasin werd vorige week aangevallen door de Arabische militie. Haar drie broers kwamen daarbij om het leven.

Uitspraken van de Soedanese regering ten spijt vinden er nog steeds aanvallen plaats van de Janjaweed. Dat melden waarnemers van de Afrikaanse Unie in Darfur. Ook ontheemden in Darfur klagen over voortgaand geweld van de Janjaweed. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft de Soedanese regering eind juli gedreigd met sancties als ze niet binnen een maand ,,substantiële vooruitgang'' zou boeken bij het herstel van de orde in Darfur. De Nederlandse ex-minister Jan Pronk, speciale VN-gezant voor Soedan, brengt morgen aan de Veiligheidsraad verslag uit. Hij komt naar verwachting tot het oordeel dat de regering vorderingen heeft gemaakt, maar nog lang niet genoeg.

Zeker niet genoeg voor Hussein Adam, een andere vluchteling uit Yasin. ,,Het is de tweede keer in korte tijd dat de Janjaweed ons aanviel'', vertelt hij. Op 29 juli om zeven uur in de ochtend vond de eerste aanval plaats. Hussein was zijn koeien aan het hoeden toen de Arabische strijders het dorp binnentrokken. ,,We probeerden ons te verdedigen met speren en pijl en boog, maar de militiestrijders hadden geweren. Daar konden we niet tegenop.''

De bewoners renden alle kanten uit en verborgen zich in de omgeving. Maar naar de relatieve veiligheid in de kampen voor ontheemden trekken, konden ze niet. De Janjaweedstrijders sloten het gebied hermetisch af. Bewoners van omliggende dorpen die nog niet waren vernietigd, gaven de vluchtelingen uit Yasin voedsel. Ruim een week geleden gingen de Janjaweed opnieuw in de aanval, waarbij nu ook andere dorpen doelwit werden. Deze aanval gaf de mensen uit Yasin de kans te ontsnappen. ,,We grepen onze kinderen en maakten gebruik van de chaos om door het kordon van de Janjaweed te breken en naar het kamp Kalma te vluchten'', vertelt Hussein Adam.

Omstanders in Kalma die ook uit Yasin komen, beginnen door elkaar heen te praten. Ze noemen namen van de Janjaweedleiders. ,,De Janjaweedsoldaten droegen lange witte gewaden met daaronder broeken van het regeringsleger'', zegt een oude man. ,,De eersten kwamen te paard, daarna volgde de rest in auto's'', zegt een ander. ,,Ze stalen koeien, staken huizen en graanvoorraden in brand.'' Een vrouw vertelt hoe haar twee dochters werden meegenomen. Ze heeft hen niet meer teruggezien. ,,Verkracht'', murmelt ze.

De gevluchte bewoners uit Yasin zeggen dat de landmacht niet aan de aanvallen meedeed, zoals eerder dit jaar in Darfur. ,,Maar de regering heeft de Janjaweed wel bewapend'', voegt Abdallah Idris daaraan toe. ,,We kennen de Janjaweed. Vroeger beschikten ze nooit over goede wapens.''

[Vervolg DARFUR: pagina 4]

DARFUR

'Moeten we hier eeuwig blijven'

[vervolg van pagina 1]

Yasin had een geschatte drieduizend inwoners. Bij de tweede aanval kwamen 63 bewoners om. Huizen werden in brand gestoken. ,,Mijnheer, het was een prachtig dorp, met waterputten en drie scholen'', vervolgt Abdallah Idris. ,,De Janjaweed hebben het van ons afgepikt.''

Inwoners van Kalma, van wie de meesten al maanden geleden in het kamp arriveerden, spreken zich eensluidend uit: we gaan niet terug naar huis, het is veel te gevaarlijk want de Janjaweedstrijders blijven aanvallen. Veel dorpelingen herkenden hun aanvallers. ,,De nomaden die vroeger vreedzaam hun vee bij ons lieten grazen, vermoorden ons nu'', vertelt Mohamed Abdulgassim. Hij wrijft zijn handpalmen langs elkaar, om duidelijk te maken dat die tijd voor altijd voorbij is. ,,Hoe kunnen we nog met ze samenleven? En ook de regering kunnen we nooit meer vertrouwen.''

In Kalma is de humanitaire situatie de afgelopen weken verbeterd. De 76.000 ontheemden ontvangen voedsel van de toegestroomde buitenlandse hulporganisaties. Voor de kliniek met ondervoede kinderen staat een lange rij vrouwen geduldig te wachten. Onder het blauwe dekzeil onderwijzen hulpverleners de kinderen op creatieve wijze om hygiënisch te zijn. Ze hebben een diarree-song voor hen gecomponeerd. ,,Dan snappen ze beter waarom ze niet in de open lucht moeten poepen.''

Er ontstaat in het kamp zelfs een soort commerciële activiteit. Vrouwen sprokkelen hout en verkopen dit. Er is een theetentje en een kraampje met zeep en zout. Kinderen roepen buitenlanders de paar Engelse woorden toe die ze kennen: ,,Okay'' en ,,Sit down''.

Maar de ouderen blijven angstig. Tegen de afspraken in die de Verenigde Naties met de Soedanese regering maakte, partrouilleren er regeringssoldaten in het kamp. Buiten het kamp is er een wegversperring van het regeringsleger. En steeds meer begint bij de kampbewoners de twijfel te knagen. ,,Mogen we ooit nog terug naar onze dorpen'', vraagt een jongen van vijftien jaar zich af. ,,Of willen de regering en de hulpverleners dat we hier voor eeuwig blijven?''