`Het is nu of nooit'

Het Stedelijk Museum moet weer internationaal meetellen, vindt de nieuwe directeur, Gijs van Tuyl.

,,Het Stedelijk Museum moet terug naar de top, en zo snel mogelijk.'' Gijs van Tuyl klinkt strijdlustig als hij per telefoon vanuit Wolfsburg zijn plannen voor het museum toelicht. Hij werkte er eerder als conservator, tussen 1969 en 1976 – een ,,gouden tijd'', aldus Van Tuyl, met legendarische exposities als die van Barnett Newman en Op losse schroeven. Van de vroegere Stedelijk-directeuren roemt Van Tuyl met name Willem Sandberg en Edy de Wilde. Onder hen was het Stedelijk ,,open, dynamisch en internationaal''.

Wanneer ging het mis met het Stedelijk, volgens u?

,,Wim Beeren (1985-1992) heeft nog een paar belangrijke tentoonstellingen georganiseerd, maar de kunst van de jaren negentig heeft het Stedelijk gemist. Onder mijn voorganger (Rudi Fuchs, red.) werd een weinig gelukkig tentoonstellingsbeleid gevoerd. Er waren goeie keuzes, zoals Bill Viola en Nan Goldin. Maar met kunstenaars als Dennis Hopper of samenstellers als Harry Mulisch en koningin Beatrix kun je internationaal niet voor de dag komen. De collectie was ook niet zichtbaar genoeg. Nu is het museum een beetje van de kaart verdwenen. Het wordt niet meer waargenomen.''

Wat gaat u daaraan doen?

,,Om te beginnen moet het Stedelijk weer meer internationale samenwerkingen aangaan. New York, Londen, Parijs, alles kan. In Wolfsburg leid ik een middelgroot museum in de provincie, maar we krijgen wekelijks telefoon uit het buitenland. Omdat we een professioneel bedrijf zijn, met een goed programma.''

Het Kunstmuseum is een private instelling. Het Stedelijk is dat niet.

,,Dat klopt. Maar ik denk dat je ook als gemeentemuseum zelf geld moet genereren. Dat kan uit de catering of een restaurant komen, of uit merchandising zoals het Van Gogh doet. Je kunt tentoonstellingen voor de export ontwikkelen. En je kunt sponsors zoeken.''

U bent aangesteld voor vijf jaar. Is dat niet kort voor zo'n opdracht?

,,Ik vind het juist een uitnodiging! Mijn liefde voor het Stedelijk is nooit verdwenen. Ik ben geschrokken van al het achterstallig onderhoud. Het is nu of nooit.''

    • Sandra Heerma van Voss