Geweldfilm The Rock zonder franje

Krap 80 minuten duurt Walking Tall en dus kan regisseur Kevin Bray geen tijd verknoeien aan zaken als geloofwaardigheid of karakterontwikkeling. En het moet gezegd: het is eigenlijk wel verfrissend zo. Walking Tall heeft even weinig franje als een stock car racewagen. Het gaat louter om meppen en schieten.

Ex-marinier Chris Vaughn (The Rock) keert terug in zijn geboortedorp, dat geheel verloederd blijkt sinds de eerlijke zagerij is gesloten en de enige bron van inkomsten een casino is. De sheriff staat aan de kant van de casinobaas en dus moet Chris er als een traditioneel-Amerikaanse vigilante zelf wat aan doen. Vanaf het moment dat we hem het dorp in zien wandelen, gefilmd op dijhoogte en dus in reusachtige proporties, weten we al genoeg. Chris maakt ze allemaal af, met een beetje hulp van Jackass Johnny Knoxville.

Dat hij het recht niet aan zijn kant heeft als hij mensen aftuigt en gebouwen of spullen vernielt, een kniesoor die daarop let. Ik stónd in mijn recht, zegt hij in de rechtzaal tegen de jury. Die spreekt hem vrij en benoemt in één ruk door tot sheriff: nu staat het recht altijd aan zijn kant. Zo hilarisch simpel kan film zijn. Clint Eastwood heeft het laten zien (de essenhouten knuppel van Chris is een regelrechte ode aan Clints Pale Rider), Sylvester Stallone heeft het laten zien, Charles Bronson en nu treedt The Rock in hun voetsporen.

Walking Tall. Regie: Kevin Bray. Met: The Rock, Johnny Knoxville, Neal McDonough, Michael Bowen. In: 8 bioscopen.