EU moet wapenembargo China handhaven

Tussen de VS en Europa dreigt een nieuw conflict, over de opstelling jegens China, waarschuwen Ellen Bork en Jeff Bergner.

Ook al staat de zaak misschien niet formeel op de agenda, de ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie die op 3 en 4 september in Maastricht bijeenkomen, krijgen te maken met een onopgeloste kwestie die nieuwe spanningen in de transatlantische alliantie kan veroorzaken.

Sinds eind vorig jaar is in de Europese Unie een campagne gaande vóór opheffing van het wapenembargo tegen China, ingesteld na het bloedbad op het Tiananmen-plein in 1989. Tijdens het Ierse voorzitterschap is geen actie ondernomen, maar er zijn speculaties dat een besluit om het embargo op te heffen zou kunnen vallen vóór het Aziatisch-Europese overleg in Den Haag op 8 december.

De Verenigde Staten hebben handhaving van het embargo door hun Europese bondgenoten hoge prioriteit gegeven, met het argument dat het Chinese mensenrechtenbeleid – dat de afgelopen jaren is verslechterd – en China's militaire modernisering en dreiging jegens Taiwan pleiten tegen opheffing. Europese voorstanders van opheffing van het embargo betogen dat de Chinezen niet langer lijden onder de catastrofale schendingen van de mensenrechten van het tijdperk-Mao en dat de Europese gedragscode een doeltreffende barrière zou zijn tegen ongewenste handel.

Deze embargokwestie illustreert een breder probleem dat zich vaker zal voordoen, met mogelijk ernstige consequenties, zowel voor de alliantie als voor de strategische situatie in Azië.

Europa en de VS hebben een verschillende kijk op China. De oorzaak daarvan is evident. Na de Tweede Wereldoorlog is Amerika in Azië de overheersende mogendheid en hoeder van de veiligheid geworden. Ook na de door president Bush aangekondigde vermindering van de troepen zal Amerika in de regio nog tienduizenden militairen hebben, zijn allianties met Zuid-Korea, Japan, Thailand, de Filippijnen en Australië voortzetten, en zijn defensieverplichtingen jegens Taiwan handhaven.

De huidige rol van Europa in Azië heeft een totaal andere grondslag. Het EU-beleid wordt ,,in de eerste plaats of zelfs uitsluitend bepaald door zijn handels- en economische belangen'', schrijft Frank Umbach van de Duitse Raad voor de Buitenlandse Betrekkingen, ,,en veronachtzaamt en vergeet daardoor tal van strategische gevaren voor de veiligheid''.

Zonder een rol op veiligheidsgebied en zonder defensieverplichtingen ontbreekt het de Europese hoofdsteden ook aan de bijbehorende inlichtingen en aan een oordeel over de gevaren. Om deze informatiekloof te dichten, hebben de VS teams naar hun Europese bondgenoten gestuurd om hen bij te praten over de militaire modernisering van China. Tot de informatie die Washington ter beschikking stelt, behoort ongetwijfeld het Pentagonrapport uit 2004, dat waarschuwde dat als gevolg van ,,Pekings diplomatieke successen en de gestage groei van de capaciteiten van het Volksbevrijdingsleger, het machtsevenwicht aan weerszijden van de Straat van Taiwan gestaag verschuift ten gunste van China''.

De steeds gunstiger positie van de Chinese strijdkrachten is het gevolg van een scala van factoren, waaronder verbeteringen en aankopen die de mobiliteit, vuurkracht en nauwkeurigheid van zijn wapens zullen verhogen. In een ander rapport, in juni vrijgegeven door de bipartisan commissie die de Amerikaans-Chinese betrekkingen volgt, wordt rdt geconcludeerd dat de verkoop van Europees wapentuig de militaire capaciteit van China ,,zeer ingrijpend zou vergroten'' en bovendien politieke belemmeringen kan wegnemen voor de verkoop van meer verfijnde wapensystemen door bijvoorbeeld Rusland.

Uiteraard gaat Amerika niet alleen maar uit van militaire overwegingen. Evenmin is zijn beleid uitsluitend het domein van officiële experts. Het Amerikaanse Chinabeleid maakt deel uit van ons politieke discours, het is onderwerp van debat tussen de presidentskandidaten en heeft de volle aandacht van het Congres.

Volksvertegenwoordigers in het Amerikaanse Congres kunnen een beslissende rol in het China-beleid spelen en hebben dat ook gedaan, toen zij een hardere reactie van de VS op het bloedbad op het Tiananmenplein afdwongen dan de regering-Bush had willen tonen; evenzo in 1979, toen het Congres de Wet op de Betrekkingen met Taiwan aannam om het effect te verzachten van Jimmy Carters besluit om de diplomatieke betrekkingen en de defensiesamenwerking met Taipei te beëindigen.

Sterker nog, het Amerikaanse publiek is erbij betrokken in een mate die wordt betreurd door sommige functionarissen en sinologen, die het China-beleid liever zouden uitstippelen met de armslag van publieke desinteresse. Sommigen hopen zelfs dat Europa het Amerikaanse beleid zal tegengaan. Professor David Shambaugh heeft zich lovend uitgelaten over de neiging van Europa om China niet ,,in strategische zin'' te beschouwen, omdat dit Europa in staat stelt ,,de Chinese markt aan te boren'' zonder te worden ,,verketterd uit politieke of strategische overwegingen'' die worden gevoed door de ,,ideologische ijver en `zendingsdrift''' die hij de Verenigde Staten toedicht.

Dergelijke karakteristieken kunnen bij Europese leiders een verkeerde indruk wekken. Het is belangrijk dat de leiders en burgers van Europa begrijpen waarop de bezorgdheid van Amerika over de opheffing van het wapenembargo berust.

Het Amerikaanse beleid in de regio mikt niet alleen maar op toegang tot de markt. De Verenigde Staten hebben een prominente rol als borg voor de veiligheid van de democratieën van Azië, met inbegrip van Taiwan. Het Amerikaanse beleid is gebaseerd op een heel scala van strategische, politieke, humanitaire en economische overwegingen.

Hoewel sommigen het tegendeel vermoeden, zijn de Verenigde Staten – die sinds lang een sterk, verenigd Europa wensen – voorstanders van een grotere rol voor Europa op wereldniveau, ook buiten Europa. Azië is net zo min als enige andere regio het exclusieve domein van Amerikaans beleid.

De gewichtigste kwestie van de komende decennia is misschien wel de vraag hoe wij moeten omgaan met de groeiende economische en militaire macht van China. Het is van belang dat de voornaamste democratieën van de wereld hierop effectief en zonder onenigheid reageren.

Wij zijn ervan overtuigd dat als Europese leiders de strategische gevolgen van opheffing van het wapenembargo onderzoeken, zij reden zullen zien om te komen tot een gezamenlijk transatlantisch beleid aangaande wapenverkoop aan Peking.

Nu Europa streeft naar een grotere rol in Azië en elders, moet het zorgvuldig overwegen welke strategische gevolgen zijn optreden heeft. Dat is een noodzakelijke voorwaarde voor coöperatief transatlantisch beleid in een steeds problematischer deel van de wereld.

Ellen Bork is onderdirecteur van het Project for the New American Century. Jeff Bergner is hoofdmedewerker van het German Marshall Fund of the United States. Beiden waren medewerker van de Senaatscommissie voor Buitenlandse Betrekkingen.

    • Ellen Bork Enjeff Bergner