`EU bepaalt inrichting in Nederland'

De Europese Unie voert geen ruimtelijk beleid, maar de Europese maatregelen voor transport, concurrentie, landbouw, milieu, water en regio's hebben grote invloed op de ruimtelijke inrichting van Nederland.

Dat schrijft het Ruimtelijk Planbureau (RPB) in een rapport `Unseen Europe' dat vanmiddag wordt aangeboden aan minister Dekker (VROM) in Den Haag. Volgens het RPB nemen die consequenties, deels ,,onzichtbaar'', de komende jaren verder toe.

Als voorbeelden noemen de onderzoekers het mainportbeleid voor Schiphol en de Rotterdamse haven, ,,een van de hoekstenen van het Nederlandse ruimtelijke beleid sinds de tachtiger jaren van de vorige eeuw''. Dat mainportbeleid is in enkele gevallen ,,volkomen irrelevant'' geworden als gevolg van ,,ingrijpende veranderingen op Europees niveau''.

Het vrije luchtverkeer binnen Europa en de liberalisering van de luchtvaartindustrie heeft ,,vergaande gevolgen'' voor de `nationale luchthaven' Schiphol. De Rotterdamse haven profiteert op zijn beurt van de aanleg en verbetering van Europese vaarwegen als onderdeel van het Trans European Network (TEN). Deze veranderingen zijn ,,onzichtbaar in Nederland'', stelt het RPB. Als voorbeeld geldt ook de hervorming van de Europese landbouwsubsidies. Nederland heeft een lange traditie om vooral in en rond bestaande steden te bouwen. Maar als de Europese lidstaten besluiten de productiesubsidies voor boeren te vervangen door inkomenssteun, dan zal deze traditie van ,,stedelijke concentratie'' verzwakken. Immers, de noodzaak om grote delen van het buitengebied voor de landbouw te reserveren zal minder worden ingezien.

Het is volgens het RPB ,,van groot belang'' om bij het nemen van Europese maatregelen rekening te houden met de effecten daarvan op de inrichting van Nederland. De ruimtelijke ordening in Nederland moet op haar beurt zorgen dat ze niet wordt verrast door nieuwe richtlijnen en initiatieven. ,,Waar nodig moet stelling worden genomen tegen het te uniforme karakter van het Europese beleid. Anderszins zou Nederland actiever moeten inspelen op de mogelijkheden die de Europese context biedt.''

Nederland moet bijvoorbeeld geen grote projecten beginnen als daar geen Europees belang mee wordt gediend. Als voorbeeld noemt RPB-directeur Wim Derksen vanmiddag de mogelijke aanleg van de Zuiderzeelijn tussen de Randstad en Groningen. Die verbinding staat niet op de Europese agenda, en moet volgens Derksen bij voorkeur worden aangelegd als onderdeel van een verder reikende spoorlijn richting Duitsland en Scandinavië.

Nederland staat wat dat betreft ,,nog steeds te veel met de rug naar Brussel'', aldus het RPB.