De echte gangsters zijn veel harder

In de vakliteratuur heet hij de eerste leider te zijn van een georganiseerde bende keiharde boeven. Klaas Bruinsma, alias De Dominee, zou ons gezapige polderlandschapje pas echt onveilig hebben gemaakt. De makers van De Dominee zullen zeggen dat het scenario slechts is gebaseerd op de biografie van Bruinsma. Dat wat zij tonen een vrije interpretatie is, een kunstzinnige aanvulling. Maar geeft dat hun een vrijbrief om zich te onttrekken aan de toetsbare, criminele werkelijkheid?

Had de in 1991 geliquideerde Bruinsma een diep vriendschappelijke relatie met André Brilleman, de kickbokser wiens lijk werd gevonden in een vat in de Maas? Zo hebben wij dat nooit vernomen. Waren de Joego's waarmee hij omging vadsige, slecht Duits sprekende derderangs acteurs? Onze informatie zegt iets anders. Was Bruinsma bevriend met bloedmooie vrouwen? Mogelijk. Maar een onhandige romanticus die te goed van vertrouwen is, was hij vast en zeker niet.

Door Bruinsma af te schilderen als een softie die door iedereen wordt gepiepeld, doen de makers van deze film de Nederlandse criminelen oneer aan. Natuurlijk piepelen criminelen elkaar voortdurend. Daar zijn het criminelen voor. Maar ze doen dat overwegend met raffinement. En als iets deze film kenmerkt, is het de afwezigheid van raffinement.

Zo valt er vast een hoop ten nadele van Brilleman te zeggen, maar de man had flair en een onmiskenbaar gewelddadige uitstraling. Brilleman was een keiharde die een kickbokswedstrijd wist te winnen nadat zijn hand gebroken was. En dat is dus zeker niet iemand die tegen Bruinsma geklaagd zou hebben: ,,Ik kan het niet meer verkopen om in de sportschool op te roepen tot sportiviteit en buiten op straat mensen te liquideren.'' Zonder de criminaliteit te willen verheerlijken, moeten we zeggen dat de onderwereld voor zover wij die kennen toch heel wat rijker is aan absurditeit, ongerijmdheden, humor en vreemde karakters dan deze film doet vermoeden.