Claim terroristen steun voor Poetin

Moskou probeert al jaren de strijd tegen de Tsjetsjeense rebellen voor te stellen als onderdeel van de strijd tegen het internationale terrorisme. De Islambouli Brigades lijken Poetins gelijk aan te tonen. Lijken.

De Russische president Vladimir Poetin heeft zijn gelijk gehaald. Of hij het ook krijgt, is de vraag. Hij kan nu, sterker nog dan hij dat in het verleden steeds heeft gedaan, de opstand in Tsjetsjenië in verband brengen met het internationale terrorisme. De aanslag bij een Moskous metrostation van gisteravond is immers door dezelfde groepering opgeëist als de aanslagen op de vliegtuigen die vorige week bijna tegelijkertijd neerstortten: de Islambouli Brigades, die zeggen onderdeel te zijn van het netwerk van Al-Qaeda.

Werden die brigades na hun eerste claim nog niet serieus genomen, na gisteravond houdt iedereen wel rekening met hun betrokkenheid, al ontbreekt elk hard bewijs. In een verklaring op het internet omschreven zij de zelfmoordaanslag als ,,onderdeel van een golf van ondersteuning en hulp aan de islamitische Tsjetsjenen''. Zij stelden meer aanslagen in het vooruitzicht ,,totdat we de staat der ketterij, genaamd Rusland, vernederd hebben''.

Van de tweede aanslag en het opeisen van de verantwoordelijkheid door de Islambouli Brigades kon Poetin nog niet op de hoogte zijn, toen hij gisteren wat omslachtig zei: ,,Als een terroristische organisatie hiervoor [de aanslagen op de vliegtuigen] de verantwoordelijkheid heeft genomen en die groep heeft banden met Al-Qaeda, dan is dat een bevestiging van banden tussen bepaalde krachten in Tsjetsjenië en het internationale terrorisme.'' De explosie bij het metrostation Rizjskaja en de mededeling van de Islambouli Brigades zal hem in die overtuiging alleen maar hebben gesterkt.

De Russische minister van Defensie, Sergej Ivanov, was vanochtend een stuk duidelijker, maar hij wist dan ook dat de aanslag bij het metrostation van gisteravond eveneens door de brigades was opgeëist. Volgens hem heeft het internationale terrorisme Rusland de oorlog verklaard. ,,In feite is er sprake van een oorlog, waarin de vijand onzichtbaar is en een frontlijn ontbreekt,'' zei hij.

Moskou heeft vanaf het begin van de Tweede Tsjetsjeense Oorlog in 1999 geprobeerd de wereld te overtuigen van de rol van het internationale terrorisme in de strijd van de Tsjetsjenen. Met weinig succes: de wereld zag de strijd van de Tsjetsjenen als een strijd voor nationale onafhankelijkheid, en liet niet na het Russische optreden tegen de rebellen en de Tsjetsjeense bevolking regelmatig scherp te veroordelen.

Na de aanslagen van 11 september 2001 in New York veranderde dat. Het internationale terrorisme kreeg een ander gewicht in het denken en optreden van de internationale gemeenschap en de wereld omarmde Rusland als partner in de strijd tegen dat internationale terrorisme. De kritiek op het Russische optreden in Tsjetsjenië verstomde en bleef vooral beperkt tot uitlatingen van mensenrechtenorganisaties. Herhaaldelijk deelden leidende politici zelfs de Russische lezing dat de strijd tegen het Tsjetsjeense separatisme deel uitmaakte van de strijd tegen het internationale terrorisme.

De laatste tijd is de warme band wat bekoeld. Zoetjesaan begint er weer kritiek uit het Westen door te dringen op de manier waarop de Russen de problemen in Tsjetsjenië proberen op te lossen. In die cynische zin komt het recente geweld de Russische autoriteiten niet slecht uit.

Van de Islambouli Brigades is niet veel meer bekend dan dat zij een basis in Afghanistan zouden hebben en eind juli betrokken zouden zijn geweest bij de aanslag op een Pakistaanse minister (die nu premier is). Voor zover bekend hadden zij zich tot vorige week niet met Tsjetsjenië bezig gehouden. Hun uitlatingen op het internet geven ook geen enkele verklaring voor de geografische verschuiving van hun aandacht, anders dan dat er in Tsjetsjenië ook islamieten wonen.

De `traditionele' Tsjetsjeense opstandelingenleiders, zoals Aslan Maschadov – zeker geen vriend van de fundamentalistische islam – houden zich stil of ontkennen enige betrokkenheid bij de huidige serie aanslagen. Dat deden zij ook bij de bomexplosie in de Moskouse metro in februari (veertig doden), bij de aanslag bij een rockconcert in de Russische hoofdstad vorig jaar juli (vijftien doden) en bij de aanslag op het militaire hospitaal in het Noord-Osseetse Mozdok (vijftig doden). Maar slechts weinigen geloven dat de krijgsheren daar werkelijk niets vanaf wisten.

Dat er daadwerkelijk verband bestaat tussen Afghaanse en Tsjetsjeense militanten is nog niet aangetoond. De melding van de Islambouli Brigades zou ook niet veel meer kunnen zijn dan een pr-stunt om hun eigen naam op de wereld-jihadkaart te krijgen.

Aan de andere kant zou ook sprake kunnen zijn van een breuk tussen de verschillende Tsjetsjeense partijen. Verdeeldheid tussen de verschillende clans is endemisch in Tsjetsjenië. Bovendien had Aslan Maschadov in de periode waarin hij president was van het de facto onafhankelijke Tsjetsjenië heel veel last van fundamentalisten. Die vormen maar een kleine minderheid in de Kaukasische republiek, waar de meeste moslims betrekkelijk soepel in de leer zijn. Maar ze vormden voor Maschadov wel een heel lastige minderheid.