Amerika vraagt zich af: stel dat Bush wint

Kerry's voorsprong neemt af. Kandidaat Bush wordt opnieuw gelanceerd. Dag drie van een journalistiek logboek over de Republikeinse Conventie.

Stel dat George W. Bush op 2 november wint. Dat is de vraag die Amerika zich steeds duidelijker stelt. Ook John Kerry. De campagne van de Democraat loopt niet goed. Als hij niet snel iets verandert wordt de Republikeinse Conventie-slagzin `Four More Years' straks gewoon waar.

Zou het verhaal van een Kerry-campagne in verwarring het gevolg zijn van knappe media-bespeling door de Bush-mensen, of duiden op een coup binnen de Democratische partij? Verschillende Amerikaanse bladen en weblogs begonnen gisteren te schrijven dat John Kerry binnenkort wijzigingen zou aanbrengen in zijn staf. Feit is dat Democraten die betrokken zijn bij de campagne al weken in kleine kring hun pessimisme uiten over een gebrek aan leiding en inspiratie. Niemand gelooft meer het excuus voor Kerry's kalmte: laat Bush zichzelf afbranden met die oorlog.

John Kerry vonkt niet, verzuchten partijgenoten. Hij heeft te traag en te slap gereageerd op de tot nu toe onbewezen beschuldigingen van Vietnam-veteranen die zijn heldendom in twijfel trekken (met geld van Bush-vrienden). Kerry's voorsprong in de peilingen loopt weg. De pendule van het volksvertrouwen zwaaide al terug vóór Bush zijn conventie in New York inging. De Republikeinen plukken de vruchten van hun maandenlange aanvallen op Kerry's integriteit en leiderschapskwaliteiten.

De Republikeinse presentatie-machine draait ook zonder aanvallen op Kerry op volle toeren deze week. Terwijl de Democraat in de hoek ligt, wordt kandidaat Bush opnieuw gelanceerd. De eerste conventiedag had het debatniveau van een Noordkoreaanse partijdag de goeddeels non-verbale beraadslagingen draaiden om de moed van George W. Bush en de competentie en vaderlandsliefde van Amerika's soldaten. Gisteren leek Madison Square Gardens de studio van een televisiekanaal met barbiepoppen als doelgroep. De compassie droop van de tribunes af.

Veel beelden en toespraakjes leken een bladzijde uit het familiealbum van de Bushen. Neef George P. Bush in het voorprogramma. De net van `college' afgestudeerde presidentsdochters Jenna en Barbara giechelden samen wat ondeugends over hun ouders. Toen kwam de president in beeld, van een sportveld in Pennsylvania waar scholieren net een partijtje softbal speelden. Hij leidde op zijn beurt zijn echtgenote Laura in, die weer wat aardigs zei over haar schoonouders, de oud-president en mevrouw Bush. `Dynasty' zonder plot.

De president was overdag al in een verrassingsvrije stemming als kandidaat aangewezen. Zoals een dag eerder zonder publieke discussie een partijprogramma was aangenomen dat nogal wat conservatiever is (bijvoorbeeld op het gebied van abortus en homohuwelijk) dan het beeld dat in de avonduren als tv-maaltijd wordt geserveerd. Een hartverwarmende hoofdrol was gisteravond weggelegd voor de voormalige bodybuilder en acteur Arnold Schwarzenegger, die vorig jaar gouverneur Davis van Californië wist te verdrijven.

De ex-Oostenrijker was de eerste spreker die de zaal echt raakte en roerde. Het `van immigrant tot gouverneur'-verhaal ging er onder gejuich in. In het informele klassement mogelijke opvolgers van George W. Bush in 2008 eindigde Schwarzenegger hoger dan Rudy Giuliani, die zich gisteren presenteerde met een wat slaafs Bush-is-onze-redder verhaal. Het relaas van de 21 jaar geleden genaturaliseerde Arnold S. was inspirerender én politiek slimmer. Nu de Grondwet nog aanpassen op het ogenblik moet een presidentskandidaat in de Verenigde Staten zijn geboren.

In de School of Public Service van New York University boog zich gister een aantal kenners van het presidentschap over de vraag hoe een tweede ambtstermijn van George W. Bush er uit zou zien. David Gergen, adviseur van Republikeinse presidenten en Bill Clinton en nu docerend aan Harvard, bracht in herinnering dat tweede termijnen in de twintigste eeuw weinig goeds hebben gebracht. Hij somde op: een risico van overmoed, een neiging tot schandalen, vaak geen nieuwe plannen en het terugveren in het zesde jaar van de oppositie.

De conservatieve senator Cornyn, die Bush al kent uit zijn dagen als gouverneur van de staat, raadde aan het simpel te houden. ,,Bij George W. Bush krijg je wat je ziet. Hij is wat hij zegt. In Texas regeerde hij vaak samen met de Democraten, meestal uit noodzaak overigens. Dat wilde hij in Washington ook wel, maar het zat er niet in. Toen kwam zijn uiterst competitieve kant boven. Hij is iemand die per se wil winnen.''

De aanwezige politici en wetenschappers vonden het moeilijk kiezen tussen de verwachting dat Bush gelooft in zijn huidige wereldmissie, en er dus op de zelfde voet mee zal doorgaan als hij de kans krijgt, of toch zijn les heeft geleerd en weer meer samenwerking met andere naties zal zoeken. Senator John Kyl (Republikein uit Arizona) waarschuwt: ,,Hij wil echt de wereld veranderen. Iedere grote president had die ambitie. George W. Bush leek niet voorbestemd te schitteren in de buitenlandse politiek, maar dat is de rol die het lot hem heeft toegedeeld''.

    • Marc Chavannes