Wegkijkers

Van mij had de film Submission part I, regie Theo van Gogh, scenario Ayaan Hirsi Ali, wel wat provocerender, feller en, vooruit maar, beledigender mogen zijn. Het was een ingetogen, om niet te zeggen braaf werkstukje. In geen dertig jaar heb ik een vrouw met zo'n grote onderbroek aan in een film gezien. Tepels en schaamhaar mochten niet. Laat staan dat je, om de grofheid van de door Hirsi Ali aan de kaak gestelde werkelijkheid aan te geven, een dichtgenaaide kut te zien krijgt.

Laat de werkelijkheid spreken in plaats van deze softe esthetiek. In blijf-van-mijn-lijfhuizen zitten vrouwen met echte littekens, kneuzingen en wonden, onder dekking van het geloof toegebracht door hun islamitische echtgenoot, vader, broer of oom. Als het gefictionaliseerde agitprop moet zijn, waar Theo van Gogh voor heeft gekozen, toon dan hoe de clitorisbesnijdenis wordt uitgevoerd of laat de op grond van eerwraak gepleegde moord op een islamitische vrouw in Zaanstad naspelen.

Tevoren had VARA TV magazine mij gevraagd wat ik verwachtte van de aflevering van Zomergasten met het VVDKamerlid Hirsi Ali. Ik voorspelde gruwelijke beelden van wat de islam aanricht, zowel in de privé- als in de publieke sfeer, en wie weet zelfs door cineast Theo van Gogh gefingeerde griezelscènes. Ik zat in de richting, maar het effect viel me tegen al ben ik uiteraard geen maatstaf voor het effect in kringen van moslima's die dit, hopelijk, te zien krijgen.

De enigen die zich door Hirsi Ali's Submission hebben laten provoceren, zijn gearriveerde Nederlandse mannen die, ook in deze krant, groen van jaloezie hun verontwaardiging hebben gespuid over het feit dat Hirsi Ali zoveel aandacht op zich weet te vestigen. Maar dat is nu juist haar rol en verdienste. Verontwaardiging over de misstanden die Hirsi Ali aan de kaak stelt, zou meer op zijn plaats zijn. Daar kijken de Ayaan-bashers liever van weg.

`IJdeltuiterij', zeggen zij. `Idioterie', zegt de AEL. Wat is het verschil? De zaak zelf krijgt te weinig aandacht. De vorm – het weinig dynamisch gefilmde pamflet en de vraag of dit provocerend bedoeld was – mag de bedoeling niet verdringen. Op dit punt zal ik Hirsi Ali nooit afvallen.

Ik sta achter haar publieke optreden tot dusver, om twee redenen. Ten eerste omdat je volgens mij iemand die wordt bedreigd wegens publiekelijk ingenomen standpunten hoe dan ook hoort te verdedigen. Ten tweede omdat zij haar nek uitsteekt voor vrouwen die zich moeilijk kunnen verweren en die in haar een moedig voorbeeld kunnen zien.

Dit gezegd zijnde, moet mij van het hart dat Ayaan Hirsi Ali en Theo van Gogh zich van een lafhartige kant hebben laten zien door vóór de vertoning van hun korte film de goedkeuring te vragen van de leiding van de VVD. Nu kun je van een lid van de Tweede Kamer nog billijken dat zij haar publieke optreden overlegt met haar fractievoorzitter, maar daar is het niet bij gebleven.

Voor uitzending is de film voorgelegd aan vice-premier Zalm en minister van Binnenlandse Zaken Remkes. Zoiets houd je voor onbestaanbaar, maar het is gebeurd. Stel nu eens dat Zalm en Remkes hun fiat niet hadden gegeven, had Hirsi Ali haar filmpje dan teruggetrokken, had Van Gogh zich daarbij neergelegd, had de VPRO het niet uitgezonden?

Het is de regering grondwettelijk verboden voorafgaand toezicht uit te oefenen op de inhoud van een televisie-uitzending. Dit zogeheten censuurverbod vormt de kern van de vrijheid van meningsuiting. Het feit dat twee ministers hun voorafgaande toestemming hebben verleend aan een lid van de Tweede Kamer (dat de ministers moet controleren in plaats van hun nihil obstat te verwerven), betekent dat alle betrokkenen geen sikkepit hebben begrepen van de manier waarop de uitingsvrijheid in Nederland is geregeld.

Minister Remkes van Binnenlandse Zaken zag geen bezwaar omdat, liet hij in de Volkskrant meedelen, ,,er geen wettelijke grenzen zijn overschreden''. Maar dit oordeel komt de minister helemaal niet toe. Uitsluitend de rechter kan, en dan alleen maar achteraf, oordelen of een publieke uiting onrechtmatig is. Stel nu eens dat een islamitische organisatie meent dat hier sprake is van belediging van een bevolkingsgroep. Dan wordt de rechter bij voorbaat geconfronteerd met de uitspraak van de minister van Binnenlandse Zaken dat zulks volgens de regering niet het geval is.

We hebben dus te maken met een griezelig precedent: ministers die zich voorafgaand aan een uitzending een oordeel aanmatigen over de rechtmatigheid. En dan gaat het ook nog eens om een artistieke uiting, waarover Thorbecke al zei: ,,Kunst is geen regeringszaak.'' Begrijpen Hirsi Ali en Van Gogh op welk glibberig terrein zij zich begeven hebben?

Theo, je hebt toestemming aan de overheid gevraagd! Lafbek! Partijpolitieke onderdaan!

We zien hier een vervelend bijverschijnsel van de vermenging van rollen. Een politica mag scenario's schrijven, maar een scenarioschrijfster mag zich niet onderhorig maken aan politieke bazen. Een politica trouwens ook niet.

Minister Remkes zou zich met andere zaken bezig moeten houden. Nog geen half jaar geleden deed de 32-jarige van oorsprong Turkse mevrouw Güs bij de politie van Zaanstad aangifte tegen haar man. De politie maakte proces-verbaal op en liet haar zonder begeleiding terugkeren naar het blijf-van-mijn-lijfhuis waar ze verbleef. Ze werd op de terugweg van het politiebureau vermoord door de man tegen wie ze aangifte had gedaan.

Van Hirsi Ali had ik verwacht dat ze over dit schandaal haar partijgenoot Remkes in de Kamer zou hebben ontboden met de eis een onderzoek in te stellen naar de handelwijze van de politie in Zaanstad. De politiebescherming die Theo van Gogh, naar zijn zeggen ongevraagd en zonder dat hij werd bedreigd, dit weekeinde heeft gekregen, had aan deze vrouw moeten worden gegeven.

Maar Remkes is óók een wegkijker – een minister die liever niet wil zien wat er in sommige moslimkringen aan weerzinwekkends tegen vrouwen en meisjes gebeurt.

Dat verwijt kun je Hirsi Ali en Van Gogh niet maken. Zij trekken tenminste aan de bel. Zij waarschuwen ons – en laat niemand het lichtvaardig nemen – tegen de extremistische minderheid in de islamitische gemeenschap die het aan de kaak stellen van vrouwenmishandeling een belediging van de islam noemt. Wie beledigt eigenlijk wie?