VN: sancties tegen Al-Qaeda haast irrelevant

De internationale sancties tegen het islamitische terreurnetwerk Al-Qaeda en de Afghaanse Talibaan worden irrelevant tenzij ze worden aangescherpt. Dat heeft het hoofd van het Sanctiecomité van de Verenigde Naties, de Chileense VN-ambassadeur Heraldo Muñoz, gisteren in New York onderstreept.

Muñoz wees daarbij op een nieuw VN-rapport dat aangeeft dat de terroristen steeds flexibeler worden en de bestaande sancties ontwijken. Het vrijdag uitgelekte rapport voor de VN-Veiligheidsraad, het eerste van een nieuwe groep die op naleving van de sancties toeziet, echoot rapporten van haar voorgangers in 2002 en 2003.

,,We staan op een kritiek moment'', zei Muñoz gisteren. ,,We moeten de terroristen vóór zijn, en niet achter hen aanlopen.''

In 1999 kondigden de Verenigde Naties voor het eerst sancties af tegen Osama bin Ladens terreurnetwerk. Het bestaande sanctieregime eist dat de 191 lidstaten een reisverbod en een wapenembargo handhaven tegen personen die banden onderhouden met Al-Qaeda en de Talibaan en hun tegoeden bevriezen. Op de officiële lijst staan nu 317 personen en 112 groepen. Muñoz merkte gisteren op dat ongeveer een derde deel van de namen technisch inaccuraat is en dat daarom nationale overheden mogelijk aarzelen met de lijst te werken. Volgens het rapport heeft geen enkel land tot dusverre een persoon op de VN-lijst de toegang geweigerd of een wapentransport onderschept.

Een positief aspect, aldus Muñoz, is dat inmiddels 127 landen wetten hebben geïntroduceerd om tegoeden van terroristen te kunnen bevriezen. Er zijn voor miljoenen dollars aan tegoeden bevroren. Maar daar staat weer tegenover dat het Al-Qaeda weinig geld kost om een terreuraanslag te organiseren. Volgens het rapport vergden alleen de aanslagen van 11 september in New York en Washington ,,beduidende financiering van meer dan zes cijfers''. Alle andere grotere aanslagen kostten minder dan 50.000 dollar. Bijvoorbeeld de gelijktijdige bomaanslagen in Spaanse treinen in Madrid op 11 maart van dit jaar kostten ongeveer 10.000 dollar om ze uit te voeren. Deze aanslagen eisten 191 levens. De gelijktijdige zelfmoordaanslagen op de Amerikaanse ambassades in Kenia en Tanzania in 1998, waarbij 231 mensen werden gedood, kostten volgens het rapport in totaal nog geen 50.000 dollar. Het benodigde geld wordt sinds 1998 veelal lokaal bijeengebracht uit misdaad of via liefdadigheidsgroepen.

Bovendien zijn er sinds de oorlog in Afghanistan geen dure kampen meer waar terroristen worden opgeleid, en hoeft Al-Qaeda geen huur meer te betalen aan de Talibaan. Al-Qaeda betaalde zijn beschermheren naar schatting 10 tot 20 miljoen dollar per jaar.