`Tsjetsjeense hand achter vliegrampen'

De twee Russische vliegtuigen die vorige week dinsdag bijna gelijktijdig neerstortten, zijn volgens onderzoekers niet eerst gekaapt, maar ontploft door de explosieven van twee Tsjetsjeense vrouwelijke passagiers.

Bij de incidenten kwamen negenentachtig mensen om.

Zowel in de Toepolev-154, die op weg was naar de badplaats Sotsji, als in de Toepolev-134, onderweg naar Volgograd, zijn sporen van het krachtige explosief hexogeen aangetroffen. In beide gevallen deden de explosies zich voor in het staartgedeelte van de vliegtuigen.

Het onderzoek richt zich op de betrokkenheid van twee Tsjetsjeense vrouwen; Amanat Nagajeva (30) en Satsita Dzjebirchanova (37). Voor geen van beiden hebben zich nabestaanden gemeld en de twee vrouwen kochten hun tickets beiden kort voor vertrek van de vliegtuigen. Nagajeva's broer, eind jaren negentig rechter bij een islamitische rechtbank, werd twee jaar geleden vermoord.

Russische kranten melden dat Nagajeva en Dzjebirchanova een flat in Grozny deelden met twee andere vrouwen, onder wie een zuster van Nagajeva. Alle vier werkten zij op de kledingmarkt in de Tsjetsjeense hoofdstad. Volgens getuigen reisden zij vaak samen naar Baku in Azerbajdzjan om goederen te kopen. Op 22 augustus gingen ze gevieren aan boord van een bus in Chasavjoert in Dagestan, vermoedelijk naar Baku. Sindsdien is niets meer van hen vernomen. Geen van beiden had ooit een vliegreis gemaakt. Izvestija schrijft verder dat de twee andere vrouwen worden vermist. Zij zouden een andere zelfmoordaanslag voorbereiden in Moskou. De geheime dienst FSB heeft geen commentaar gegeven op de krantenberichten.

Na de aanslagen vorige week dinsdag hielden de autoriteiten enkele dagen vol geen aanwijzingen voor aanslagen te hebben gevonden. ,,De resultaten van een politieonderzoek zijn pas een feit als ze honderd procent betrouwbaar zijn'', zei FSB-generaal Andrej Fetisov daarover.

De aanslagen worden in verband gebracht met de presidentsverkiezingen in Tsjetsjeni√ę van afgelopen zondag. De nieuwe president, Aloe Alchanov, sloot gisteren onderhandelingen met de belangrijkste opstandelingenleider Maschadov uit. Eerder had hij die mogelijkheid opengelaten. Hij is wel bereid te praten met militanten die de wapens willen neerleggen. ,,Als ze verklaren te begrijpen dat ze tegen de wens van het volk hebben gehandeld, ben ik bereid te bemiddelen bij de beslissing over hun lot'', aldus de nieuwe president.