Tekorten HSL werden `beheersrisico's'

Jarenlang hield het ministerie van Verkeer informatie over de risico's van Betuwelijn en HSL-Zuid voor de Kamer verborgen. Pas tijdens de formatie van Balkenende-I werd het probleem zichtbaar.

,,Ik heb goed nieuws voor je, je krijgt er geld bij'', zei secretaris-generaal Ralph Pans op 18 juli 2002 onder het genot van een biertje tegen de beoogd minister Roelf de Boer (Verkeer, LPF), aan boord van diens jacht Prime Time. ,,Maar je kunt het niet gebruiken, want het is alweer op.'' Met die woorden was de risicoreservering van 985 miljoen euro voor de Betuwelijn en de HSL-Zuid die het ministerie van Verkeer en Waterstaat opnam in de begroting voor 2003, achteraf gezien een feit. De Boer, die in de week daarop minister zou worden, realiseerde zich onvoldoende wat de woorden van Pans betekenden en tekende verder nagenoeg ongezien voor de begroting. ,,De overdracht was summier'', voegde hij er gisteren tijdens de eerste dag van de verhoren van de Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten aan toe. ,,Een half uurtje met mijn voorganger (Netelenbos, red.) en dat was het.''

Onder leiding van het Kamerlid Duivesteijn (PvdA) onderzoekt de Tweede-Kamercommissie de oorzaken van de kostenoverschrijdingen van de Betuweroute en de hogesnelheidslijn.

Het gesprek tussen Pans en De Boer was het sluitstuk van een jarenlange strijd op het departement tussen de directeur Financieel Economische Zaken, Ad Lambarts, en de verantwoordelijken voor de Betuweroute en de HSL-Zuid. Lambarts had bij zijn aantreden in 1996 direct geconstateerd dat de financiële administratie van beide grote projecten niet deugde. Hij had de verantwoordelijken daar meermaals op aangesproken.

Kort nadat Pans in 1998 secretaris-generaal was geworden op het departement, ontving hij een brief van Lambarts over de financiële chaos op het departement. De maat was voor deze nu vol, Lambarts constateerde ,,een nogal systematische blinde vlek'' bij de directie HSL-Zuid en achtte het ,,onvoldoende geloofwaardig dat alle gesignaleerde risico's'' bij de Betuweroute zouden worden weggenomen door de aangekondigde maatregelen.

Pans, die uit eerdere ervaringen wist dat ,,grote projecten grote zorgen'' met zich brengen, stelde daarop een extern onderzoek in. De adviseurs van AT Kearney kwalificeren het beheer van de Betuwelijn als ,,amorf'', de HSL wordt als ,,riskant'' betiteld. Lambarts, die aan het eind van zijn verhoor de commissie op het hart drukte de onafhankelijkheid van ,,waakhonden'' als `zijn' directie Financieel Economische Zaken te waarborgen, werd door Pans ,,bij de groep gehaald'', zo zei de oud-sg.

Maar veel beter ging het niet met de beheersing van de financiële risico's, vond Lambarts. In 2001 trok hij opnieuw aan de bel, en weer werd een intern onderzoek ingesteld en werden beloftes gedaan. De risico's liepen intussen op tot honderden miljoenen euro's. Toenmalig minister Tineke Netelenbos (PvdA) wilde deze echter niet aan de Kamer melden en probeerde de problemen binnen het vastgestelde budget op te lossen.

Toen de interne accountantsdienst van het departement een potentiële overschrijding van 600 tot 800 miljoen gulden (zo'n 350 miljoen euro) constateerde, liet Netelenbos haar verantwoordelijke directeur-generaal beloven dat dat probleem intern zou worden opgelost. De accountant zag ,,na een indringend gesprek met de minister'', volgens Lambarts, af van het melden van het risico aan de Kamer. Pas bij de formatie, in mei 2002, kwam het bedrag weer aan de orde. Informateur Piet Hein Donner (CDA), nu minister van Justitie, wilde weten of ,,er nog lijken in de kast zitten'' (Lambarts). Dat was het geval, en het `lijk' had inmiddels een omvang van 985 miljoen euro aangenomen, een risico dat voor beide projecten samen in de boeken kwam te staan.

Volgens Pans was het nieuwe regeerakkoord een logisch moment om de risico's openbaar te maken. Dat het bedrag nogal versluierd in de begroting kwam te staan, was volgens zowel Pans als De Boer logisch. ,,Als we het bij de projecten hadden gezet, waren we het zeker kwijt geweest'', aldus Pans, doelend op aannemers die het beschikbare budget altijd volledig weten op te maken. In plaats van het geld te koppelen aan de Betuweroute en de HSL-Zuid werd een omslachtige formulering gekozen waarin verwezen werd naar `beheersrisico's' en `spoorprojecten'.

Voor de Kamer was de maat toen vol. Na een rapport van de Rekenkamer, waarin geconcludeerd werd dat de controle op de begroting van Verkeer en Waterstaat werd bemoeilijkt door constructies als die met de risicoreservering, stelde de Kamer de commissie-Duivesteijn in.