Raad wijst op brede taak van OV

De overheid moet investeren in de publieke belangen van het openbaar vervoer en niet louter in het openbaar vervoer in de spits in de Randstad, zoals de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat als prioriteit formuleerde in het contract met de NS.

De Raad van Verkeer en Waterstaat, het adviesorgaan voor het ministerie, vindt deze visie veel te beperkt, zo lieten voorzitter van de Raad, Friso de Zeeuw, en Jaap van Dijk, voorzitter van de commissie publieke belangen openbaar vervoer, vanochtend weten bij de presentatie van een nieuw advies aan de minister. ,,De overheid moet niet langer reageren op een afnemende vraag naar openbaar vervoer, door telkens het aanbod te verkleinen'', zo schrijft de Raad.

De Raad heeft in het advies berekend dat, als de overheid zich terugtrekt uit het openbaar vervoer, alleen de rendabele spoor-, metro- en buslijnen in stand blijven. Daarmee komen andere belangrijke functies van het openbaar vervoer in de verdrukking. De raad doelt daarmee op de de bereikbaarheid van werk, onderwijs, culturele voorzieningen en medische zorg in de minder dichtbevolkte gebieden, op het leefmilieu in de stad, de vervoerscapaciteit in de spits, de verbinding van kleinere plaatsen met steden voor woonwerkverkeer. Verder komt de toegankelijkheid van het openbaar vervoer voor minder validen in de knel en de betaalbaarheid ervan voor minder draagkrachtige groepen.

De Raad vindt dat de minister zich niet moet bemoeien met het operationele beleid van de Nederlandse Spoorwegen, zo staat ook in het advies. NS moet de vrijheid krijgen zelf dienstregelingen op te stellen, treinen te schrappen, zitplaatsen te garanderen en treinen op tijd te laten rijden. Dat kan inhouden dat treindiensten in relatief rustiger gebieden en op stillere momenten verminderd worden, of uiteindelijk worden vervangen door bussen. Ook moet het NS mogelijk worden gemaakt op verschillende trajecten verschillende tarieven in te voeren.

Het dagelijks beleid van NS moet, in plaats van door de minister, worden gecontroleerd door consumentenorganisaties als Rover en de Consumentenbond die daartoe meer juridische bevoegheden moeten krijgen dan ze nu hebben, zo schrijft de Raad in zijn advies. Maar uiteindelijk is het ,,aan het rijk om machtsmisbruik van NS te voorkomen'', aldus de Raad. Daartoe zou de Nationale Mededingingsautoriteit een rol moeten krijgen. Verder moeten de prestaties van NS vaker geëvalueerd worden door de Tweede Kamer.

In plaats van op punctualiteit en tarieven moeten NS en spoorbeheerder ProRail meer worden gestuurd op publieke doelen als het percentage werknemers in Nederland dat binnen een uur op het werk moet zijn met het openbaar vervoer, of op maximale reistijden tussen grote wooncentra. Als NS deze doelen haalt, moet er een beloning tegenover staan. Als het NS niet lukt, moet het management naar huis gestuurd kunnen worden, zo schrijft de Raad.

Maarten van Eeghen, directeur van de directie personenvervoer van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, zei vanochtend in een reactie op het advies dat de staatssecretaris wel degelijk de publieke belangen van openbaar vervoer wil behartigen, ook al staat daarover niets in het contract met de NS. ,,Daarover zal de minister zich uitspreken in de nota mobiliteit'', aldus Van Eeghen. Die komt in oktober, zo liet hij weten.